Questionmark Perception
Oct 20 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Mieke loopt 4 km per uur. Ze woont 1,5 km van school. Ze gaat tussen de middag naar huis. Hoelang wandelt zij per dag?

Question

2
Maak het rijtje af.
83 765 - 83 775 -
-

Question

3
Tussen oost en zuid ligt

Question

4
Hoeveel dagen heeft de maand oktober?

Question

5
Wat is de 2 waard in 357 289?

Question

6
Een banaan weegt ongeveer 150 g. Hoeveel bananen gaan er dan ongeveer in 9 kilo?

Question

7
Ard rijdt een schaatswedstrijd in 30,98 seconde. Jochem rijdt de wedstrijd in 30,93 seconde. Hoeveel tijdsverschil zit er tussen?

Question

8
Als je met je rug naar het noordoosten staat, dan kijk je naar het

Question

9
Jorn moet om half negen op school zijn. Hij fietst 15 km per uur. Hij woont 6 km van school. Hoe laat moet hij uiterlijk van huis weg om op tijd te zijn?

Question

10
Een pad is 1,20 m breed en 6 m lang. Hoeveel tegels van 30 bij 30 cm heb je nodig om dit pad te kunnen leggen?