Questionmark Perception
Jun 19 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Een pad is 1,20 m breed en 6 m lang. Hoeveel tegels van 30 bij 30 cm heb je nodig om dit pad te kunnen leggen?

Question

2
Ard rijdt een schaatswedstrijd in 30,98 seconde. Jochem rijdt de wedstrijd in 30,93 seconde. Hoeveel tijdsverschil zit er tussen?

Question

3
1 kubieke meter = 1000 kubieke

Question

4
Welk getal ligt precies in het midden?
70 700 -
- 70 800

Question

5
Op welke dag begint de lente?

Question

6
Wat is de 1 waard in 314 078?

Question

7
Welke jaren zijn geen schrikkeljaren?

Question

8
Tussen oost en zuid ligt

Question

9
Andrea loopt 11 kilometer met een gemiddelde snelheid van 4 km per uur. Ze houdt halverwege een pauze van 20 minuten. Ze vertrekt om 11 uur. Hoe laat komt zij aan?

Question

10
1 vierkante meter is hetzelfde als: