Questionmark Perception
Dec 11 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction


Quickscan HAVO Natuurkunde

Question

1
In de grafiek hieronder is de stroomsterkte door een lampje uitgezet tegen de spanning over het lampje.

   

Wanneer er geen spanning over het lampje staat, wat is dan de weerstand van dit lampje?

Question

2

Als een wandelaar met een rugzak loopt, gaat de rugzak op en neer. Daardoor verandert tijdens iedere stap de hoogte van het zwaartepunt van de rugzak.
De wandelaar loopt met constante snelheid. Onderstaand figuur is de grafiek van de hoogte van het zwaartepunt van de rugzak als functie van de tijd.

De massa van de rugzak is 29 kg.

Hoe groot is het verschil tussen de maximale en minimale zwaarte-energie van de rugzak?

Question

3
Een massa M hangt aan een koord. Het koord wordt in P door een veerbalans opzij getrokken naar links.
Zie onderstaande figuur.

   

De massa M hangt stil. De getekende pijl stelt de zwaartekracht op de massa M voor. Op M werkt ook de spankracht van het koord, schuin rechts naar boven. Deze kracht is voor te stellen door een pijl, die in M aangrijpt. De lengte van deze pijl wordt het best voorgesteld door (zie fig.)

Question

4
Onderstaande hefboom is draaibaar om punt S.

   

De drie massa's proberen de hefboom te laten draaien.
Wat is het gevolg van al deze effecten samen?

Question

5
Zie onderstaande situatie:
een steen wordt vanaf punt A in een boog schuin omhoog gegooid en arriveert tenslotte bij de grond in punt B.
Er is geen wrijving.

   

Om te berekenen met welke snelheid de steen bij punt B arriveert moet je gebruik maken van een energiebalans.
Welke is de energiebalans die je dan moet gebruiken?

Question

6
Vanaf t = 0,0 min wordt een bak met 3,0 liter water verwarmd door een dompelaar met een vermogen P van 200 W.
De bak heeft een warmtecapaciteit C van 40 J/K.
Er is geen warmteverlies naar de omgeving.
Men wil graag de temperatuurstijging van het water berekenen op tijdstip t = 10,0 minuten.
Men kan dit het best berekenen met behulp van

Question

7
Gedurende een bepaalde tijd t wordt een deel van de onderarm (massa m) bestraald met een ß-straler (energie per ß-deeltje = Udeeltje). De activiteit van de ß-straler is A Becquerel.
De weegfactor voor ß-straling = Q.

Het ontvangen dosisequivalent H is nu te berekenen met:

Question

8
Een bepaalde hoeveelheid van een radioactief isotoop vervalt tot een stabiel isotoop.
Het aantal kernen op t = 0 s is helaas onbekend. Men is pas gaan meten vanaf het tijdstip t = 52 s.
Vanaf dat moment is de vervalkromme als hieronder weergegeven.
N stelt voor: het aantal radioactieve isotopen.

       

De halveringstijd van dit isotoop bedraagt circa
.

Hieronder staan mogelijke getalwaarden van de activiteit van de isotoop op het tijdstip t = 52 s. Kies 1, 2, of 3 voor deze waarde.
1: 6,9.1015       2: 7,7.1015       3: 40.1016
Getalwaarde van de activiteit is:


De eenheid die hoort bij de uitkomst van de activiteit van de isotoop is
.

Question

9

Op 20 juli 1969 heeft Neil Armstrong als eerste mens een voet op de maan gezet. Zijn collega, Edwin Aldrin, volgde tien minuten later. Op verzoek van wetenschappers plaatsten zij daar retroreflectoren (zie de foto).
Vanuit het McDonalds Observatorium in Texas wordt laserlicht op die reflectoren gericht. Een deel van het laserlicht wordt door de reflectoren teruggekaatst en door de telescoop van het Observatorium weer opgevangen.

In de figuur hieronder is dit schematisch weergegeven.
In deze figuur is te zien dat het laserlicht in pulsen wordt uitgezonden. De pulsen divergeren zowel op de heenweg als op de terugweg. Door de tijd te meten die een laserpuls onderweg is geweest, kan men nauwkeurig de afstand van de aarde tot de maan berekenen.


In onderstaand figuur  is de energie van de laserpulsen uitgezet als functie van de tijd.
Een laserpuls heeft een energie van 1,8 J.

Met welke frequentie worden de laserpulsen uitgezonden?

Question

10

Tegenwoordig kan de tijdsduur die een laserpuls onderweg van aarde naar maan en na reflectie weer terugkeert op aarde, heel nauwkeurig gemeten worden. Deze meting heeft een onnauwkeurigheid van circa 10 picoseconde.

Hoe groot is dan de onnauwkeurigheid in de afstand van de aarde tot de maan?

Question

11
Vanaf 7 uur 's morgens  schakelen steeds meer mensen in een bepaalde woonwijk elektrische apparaten (zoals lampen, radio etc.) in. Daardoor wordt de elektrische weerstand van de complete woonwijk steeds (kleiner/groter).

Wanneer op een bepaald moment de weerstand van een woonwijk bijvoorbeeld steeds kleiner zou worden, dan neemt met name de
(spanning/stroom) die door de stopcontacten samen wordt geleverd (toe/af).

Omdat de aanvoerleidingen die aan de elektriciteitsmasten hangen weerstand hebben, moet daardoor de
(spanning/stroom) die in de centrale wordt geproduceerd worden (verhoogd/verlaagd).



Question

12
Een vrachtauto botst tegen een caravan.
Welke van onderstaande beweringen is waar?

Question

13
Bekijk deze figuur.

   

Er is geen wrijving.
Om de versnelling die het geheel krijgt na loslaten te berekenen kun je het best gebruiken:

Question

14

Direct na de Tweede Wereldoorlog besloot de Engelse regering om een atoombom te ontwikkelen. Wetenschappers beschikten daarvoor over natuurlijk uranium dat voor 0,7% uit het splijtbare U-235 bestaat en voor 99,3% uit het niet splijtbare U-238. In een atoombom zou het gehalte U-235 veel hoger moeten zijn.
Natuurlijk uranium kan men echter wel in een kernreactor gebruiken om plutonium te maken. Dit plutonium is ook geschikt voor een atoombom. In 1947 werd in Windscale met de bouw van zo’n kernreactor begonnen. De reactor bestond uit een enorm blok grafiet. In het grafiet was een groot aantal kanalen geboord waarin aan de voorkant blikjes met natuurlijk uranium werden geduwd (zie de foto).


In de reactor werd niets gedaan met de energie die vrijkwam bij de kernreacties; die werd via luchtkoeling afgevoerd naar buiten.
Het blok grafiet was 15 m breed, 15 m hoog en 7,5 m diep. Van het volume van dit blok grafiet werd 6,0% ingenomen door de kanalen die er in zijn geboord.

Hoe groot is de massa van het blok grafiet in Windscale?

Question

15

Uit de metingen is gebleken dat de maan zich langzaam van de aarde verwijdert.

Voor de beweging van de maan om de aarde geldt de derde wet van Kepler:

Hierin is:
r = de gemiddelde baanstraal
T = de omlooptijd

De omlooptijd van de maan om de aarde was vroeger: