Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Wat is een belangrijke functie van de fontanellen?




Question

2
Op welk moment in de zwangerschap differentiëren de geslachtsorganen tot mannelijk of vrouwelijk?




Question

3

Wat is van toepassing op de placenta en de navelstreng? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

4
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
De functie van het centrosoom is de vorming van trekdraden tijdens de mitose.
Verdubbeling van de chromatiden vindt plaats vlak voor ze vanuit het equatoriale vlak uit elkaar worden getrokken.
Tijdens de celcyclus duurt de delingsfase altijd veel langer dan de groeifase.
Een cel met 2 x 23 chromosomen is een diploïde cel.
Alle cellen in het menselijk lichaam bevatten 46 chromosomen.




Question

5
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Door ziekte verdwenen spiercellen kunnen uit ongedifferentieerde stamcellen bijgemaakt worden.
Alleen bloed- en botcellen kunnen in een volwassen mens vervangen worden.
Tot zenuwcellen gedifferentieerde cellen houden het vermogen om te delen.
Stamcellen houden het vermogen hun hele bestaan mitose uit te voeren.
Dekcellen kunnen bij verlies bijgemaakt worden.
Een kraakbeencel, een zaadcel en een zintuigcel zijn voorbeelden van cellen die niet meer kunnen delen.




Question

6

Gedurende de eerste acht dagen van de zwangerschap gebeurt er van alles met het embryo. Zet de begrippen die bij deze gebeurtenissen horen in de juiste volgorde. Begin bij zygote. 





Question

7

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Het bloed dat door de ductus venosus stroomt, bevat relatief weinig zuurstof.
Het foramen ovale bevindt zich in het septum cordis ter hoogte van de linker en rechter ventrikel.
De vena umbilicalis bevat zuurstofrijk bloed.
Het bloed in de arteriae umbilicalis bevat meer koolstofdioxide dan het bloed in de vena umbilicalis.
De stroomrichting van het bloed in de arteriae umbilicales is naar de foetus toe.
De ductus arteriosus is een verbinding tussen de vena cava superior en de aorta.




Question

8
Sleep de juiste cijfers naar de juiste plaats.

1 Chromosomen rangschikken zich in het equatoriale vlak.
2 Kernmembraan verschijnt.
3 Kerninhoud is egaal, chromosomen zijn niet te zien.
4 Chromatiden despiraliseren en de cel snoert in; de groeifase kan beginnen.
5 Chromosomen worden uit elkaar getrokken.
6 Centriolen vormen spoeldraden.
7 Verdubbelde chromosomen zijn zichtbaar en bestaan elk uit twee chromatiden.




Question

9
Cytostatica zijn stoffen die delende cellen remmen of stoppen in hun activiteit. Ze worden toegediend bij patiënten met een kwaadaardige tumor. Enkele celtypen in het lichaam van een volwassen mens zijn:

1 cellen in de stratum germinativum van de huid
2 neuronen in het centrale zenuwstelsel
3 erytrocyten in het bloed
4 epitheelcellen in de dunne darm.

Op welke van deze celtypen kunnen de cytostatica ook van invloed zijn?




Question

10
Cellen hebben een levenscyclus die in drie fasen te verdelen is. Een daarvan is de functionele fase. Hoe is deze fase het best te omschrijven?