Questionmark Perception
Aug 20 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
De vena umbilicalis bevat zuurstofrijk bloed.
De ductus arteriosus is een verbinding tussen de vena cava superior en de aorta.
Het bloed in de arteriae umbilicalis bevat meer koolstofdioxide dan het bloed in de vena umbilicalis.
Het bloed dat door de ductus venosus stroomt, bevat relatief weinig zuurstof.
De stroomrichting van het bloed in de arteriae umbilicales is naar de foetus toe.
Het foramen ovale bevindt zich in het septum cordis ter hoogte van de linker en rechter ventrikel.




Question

2
Sleep de juiste cijfers naar de juiste plaats.

1 Chromosomen rangschikken zich in het equatoriale vlak.
2 Kernmembraan verschijnt.
3 Kerninhoud is egaal, chromosomen zijn niet te zien.
4 Chromatiden despiraliseren en de cel snoert in; de groeifase kan beginnen.
5 Chromosomen worden uit elkaar getrokken.
6 Centriolen vormen spoeldraden.
7 Verdubbelde chromosomen zijn zichtbaar en bestaan elk uit twee chromatiden.




Question

3
<BR>Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?<BR><BR>
De kiemschijf bestaat meteen uit ectoderm, mesoderm en entoderm.
De hechtsteel ontwikkelt zich tot placenta.
De vruchtvliezen worden ook wel eivliezen genoemd.
Uitstulpingen van de chorion worden chorionvlokken genoemd.




Question

4
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Alleen bloed- en botcellen kunnen in een volwassen mens vervangen worden.
Door ziekte verdwenen spiercellen kunnen uit ongedifferentieerde stamcellen bijgemaakt worden.
Stamcellen houden het vermogen hun hele bestaan mitose uit te voeren.
Tot zenuwcellen gedifferentieerde cellen houden het vermogen om te delen.
Een kraakbeencel, een zaadcel en een zintuigcel zijn voorbeelden van cellen die niet meer kunnen delen.
Dekcellen kunnen bij verlies bijgemaakt worden.




Question

5
Hoe noem je het verschijnsel dat (groepen) cellen door hun specifieke bouw het vermogen krijgen om een bepaalde functie uit te oefenen?




Question

6
Wat is van toepassing op de zygote? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.





Question

7

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

De trofoblast is de voorloper van het embryo.
In de blastulaholte bevinden zich cellen die de voorloper zijn van het embryo.
Uit de concentratie cellen in de blastulaholte ontwikkelt zich later de placenta.
De centrale holte van de blastocyste wordt dooierzak genoemd.




Question

8
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

De groei en ontwikkeling van een mens wordt hoofdzakelijk bepaald door exogene factoren.
Tot de exogene factoren die een rol spelen bij de groei en ontwikkeling van een mens behoren goede voeding, milieuomstandigheden en sociale, culturele en economische omstandigheden.
De erfelijke aanleg en de hormonale regeling zijn twee erg belangrijke exogene factoren.
De groei en ontwikkeling van een mens worden hoofdzakelijk bepaald door erfelijke aanleg.
Zowel endogene als exogene factoren bepalen de groei en ontwikkeling van een mens.




Question

9

Gedurende de eerste acht dagen van de zwangerschap gebeurt er van alles met het embryo. Zet de begrippen die bij deze gebeurtenissen horen in de juiste volgorde. Begin bij zygote. 





Question

10
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Alle cellen in het menselijk lichaam bevatten 46 chromosomen.
De functie van het centrosoom is de vorming van trekdraden tijdens de mitose.
Tijdens de celcyclus duurt de delingsfase altijd veel langer dan de groeifase.
Een cel met 2 x 23 chromosomen is een diploïde cel.
Verdubbeling van de chromatiden vindt plaats vlak voor ze vanuit het equatoriale vlak uit elkaar worden getrokken.