Questionmark Perception
Oct 22 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Een voorwerp valt vanuit stilstand vrij naar beneden. Als we de luchtweerstand verwaarlozen is de snelheid van dit voorwerp na vijf seconden vallen:

Question

2
Een voorwerp valt vanuit stilstand vrij naar beneden. De afstand die dit voorwerp gedurende die vijf seconden heeft afgelegd is dan:

Question

3
De valsnelheid van een voorwerp neemt met  luchtwrijving;

Question

4
De valafstand van een voorwerp neemt zonder luchtwrijving:

Question

5
Voetbal A is gevuld met lucht, voetbal B is gevuld met water. Beide voetballen zijn even groot. Als beide voetballen gelijktijdig van dezelfde hoogte naar beneden vallen:

Question

6
In werkelijkheid wordt de valsnelheid van bijvoorbeeld een vallende regendruppel constant. Dit betekent dat:

Question

7
Foekje heeft een eigen massa van 65 kg en springt met een parachute uit een vliegtuig. Fedde wil dat ook wel eens proberen maar hij is wel 25 kg zwaarder. Als hij dezelfde parachute gebruikt als Foekje:

Question

8
Een auto rijdt met een constante snelheid over de snelweg. De voortstuwende kracht van de motor is dan.

Question

9
De auto rijdt met een snelheid van 90 km/h. Omgerekend bedraagt deze snelheid:

Question

10
Een auto rijdt met een snelheid van 126 km/h. De reactietijd van de chauffeur bedraagt 0,7 s. Hoe groot is de reactieafstand die de auto gedurende deze tijd nog aflegt:

Question

11
De wrijvingscoëfficiënt voor slippend remmen tussen rubber en droog beton bedraagt 0,40. Een auto met een totale massa van 1225 kg maakt op droog beton een noodstop waarbij de wielen blokkeren. Hoe groot is de optredende remkracht.

Question

12
Een auto rijdt met een snelheid van 16 m/s tegen een boom. De kreukelzone wordt over een afstand van 1 m ingedrukt. De botsing duurt:

Question

13
Een auto rijdt met 20 m/s en komt door een botsing in 0,1 s tot stilstand. In deze auto zit een bestuurder (netjes in de gordel) met een massa van 75 kg. De kracht op het lichaam van de bestuurder tijdens deze botsing bedraagt:

Question

14
Een auto A wordt gereden door een chauffeur en heeft geen passagiers aan boord. Een identieke auto B heeft naast de chauffeur nog drie inzittenden. Dit betekent dat bij een goed uitgevoerde noodstop op gelijk wegdek:

Question

15
Welke bewering is waar?