Questionmark Perception
Jul 17 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
Wat is meer?

Question

2
Wat is de gemiddelde waarde van alle verschillende euromunten?

Question

3
Welke uitspraak is waar?

Question

4
Hoeveel dagen tellen de eerste 6 maanden van een schrikkeljaar?

Question

5
100 meter noemen we een .

Question

6
Welk getal zit het dichtst bij 1000?

Question

7
In een doos gaan 30 blikken. Op een pallet passen 8 dozen. Bij de winkel worden 3 pallets afgeleverd. Dat zijn in totaal blikken.

Question

8
In groep 7a zitten 23 kinderen. Gemiddeld verkoopt elk kind 15 loten. In groep 7b zitten 27 kinderen. Gemiddeld verkoopt elk kind 13 loten. Welke uitspraak is waar?

Question

9
8 van de 12 kinderen hebben een spelcomputer. Welke breuk hoort hierbij?

Question

10
De klas krijgt 3 toetsen.
De eerste toets heeft 54 vragen.
De tweede toets heeft 68 vragen.
De drie toetsen hebben gemiddeld 65 vragen.
Hoeveel vragen heeft de derde toets?