Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
1000 cent is euro.

Question

2
Marco rijdt in 3 kwartier van Appeldam naar Perenbroek.
Josh doet er 1 uur en 5 minuten over.
En Myrte doet er 58 minuten over.
Hoe lang doen zij gemiddeld over deze afstand?

Question

3
Er zijn 1070 kinderen ondervraagd. Ze moesten aangeven wat hun lievelingsdier was. 321 kinderen zeiden: hond.
Welk deel van de grafiek laat dit zien?

Question

4
Hoeveel dagen tellen de eerste 6 maanden van een schrikkeljaar?

Question

5
Bij 9 van de 12 winkels kun je pinnen. Welke breuk hoort daarbij?

Question

6
Wat is meer?

Question

7
In een doos gaan 30 blikken. Op een pallet passen 8 dozen. Bij de winkel worden 3 pallets afgeleverd. Dat zijn in totaal blikken.

Question

8
100 euro kun je betalen met muntjes van 2 eurocent.

Question

9
Marije is 1,68 m lang.
Bas is 1,72 m lang.
Lieke is 1,76 lang.
Hoe lang zijn ze gemiddeld?

Question

10
In groep 7a zitten 23 kinderen. Gemiddeld verkoopt elk kind 15 loten. In groep 7b zitten 27 kinderen. Gemiddeld verkoopt elk kind 13 loten. Welke uitspraak is waar?