Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
2 x x 5 x 2 = 100

Question

2
Auto a rijdt 1 op 15. (Dat betekent: met 1 liter benzine kan de auto 15 kilometer rijden.) De auto heeft een tank van 35 liter.
Auto b rijdt 1 op 12. De auto heeft een tank van 45 liter.
Welke uitspraak is waar?

Question

3
1000 centiliter is liter.

Question

4
Hoeveel dagen tellen de eerste 6 maanden van een schrikkeljaar?

Question

5
We hebben 4 planken:
De eerste is 50 cm lang.
De tweede is 2 keer zo lang als de eerste.
De derde is 2 keer zo lang als de tweede.
De vierde is 2 keer zo lang als de derde.
Hoe lang zijn de planken gemiddeld?

Question

6
Marije is 1,68 m lang.
Bas is 1,72 m lang.
Lieke is 1,76 lang.
Hoe lang zijn ze gemiddeld?

Question

7
In een doos gaan 30 blikken. Op een pallet passen 8 dozen. Bij de winkel worden 3 pallets afgeleverd. Dat zijn in totaal blikken.

Question

8
Wat is meer?

Question

9
Speerwerpen.
Jonas gooit 18 meter.
Liliane gooit 17 meter.
Martijn gooit 22 meter.
Hoeveel meter gooien ze gemiddeld?

Question

10
3 van de 15 meisjes dragen een bril. Welke breuk past daarbij?