Questionmark Perception
Oct 15 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
Er zijn 1070 kinderen ondervraagd. Ze moesten aangeven wat hun lievelingsdier was. 321 kinderen zeiden: hond.
Welk deel van de grafiek laat dit zien?

Question

2
6 van de 15 jongens zitten op voetbal. Welke breuk past hierbij?

Question

3
In groep 7a zitten 23 kinderen. Gemiddeld verkoopt elk kind 15 loten. In groep 7b zitten 27 kinderen. Gemiddeld verkoopt elk kind 13 loten. Welke uitspraak is waar?

Question

4
100 is een liter.

Question

5
Wat is meer?

Question

6
Welke uitspraak is waar?

Question

7
Auto a rijdt 1 op 15. (Dat betekent: met 1 liter benzine kan de auto 15 kilometer rijden.) De auto heeft een tank van 35 liter.
Auto b rijdt 1 op 12. De auto heeft een tank van 45 liter.
Welke uitspraak is waar?

Question

8
Marije is 1,68 m lang.
Bas is 1,72 m lang.
Lieke is 1,76 lang.
Hoe lang zijn ze gemiddeld?

Question

9
De klas krijgt 3 toetsen.
De eerste toets heeft 54 vragen.
De tweede toets heeft 68 vragen.
De drie toetsen hebben gemiddeld 65 vragen.
Hoeveel vragen heeft de derde toets?

Question

10
1000 centiliter is liter.