Questionmark Perception
Oct 20 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
Youssef haalt lege flessen op. Elke fles is 25 eurocent waard. Hij heeft flessen, dus heeft hij 5 en een halve euro statiegeld.

Question

2
Tim, Wahan en Astrid hebben samen 87 snoepjes. Ze gaan eerlijk delen. Ieder krijgt snoepjes.

Question

3
Anton gaat wandelen. Hij loopt kilometer in een uur. Na 2 en een half uur heeft hij 10 kilometer gelopen.

Question

4
Johan koopt 6 tennisballen. 1 tennisbal kost € 1,50. Johan moet € betalen.

Question

5
Sheila en haar zusje zijn samen 14 jaar oud. Sheila is twee jaar ouder dan haar zusje. Sheila is jaar en haar zusje is jaar.

Question

6
Papa is 38 jaar. Hij was jaar toen Emiel werd geboren. Emiel is nu 9 jaar oud.

Question

7
Marian zit op voetbal. Ze traint op maandag 2 uur en op woensdag 2 uur. In weken traint zij 24 uur.

Question

8
Oom Harm loopt 42 kilometer in uur. Hij loopt 14 kilometer per uur.

Question

9
Nino drinkt 2 bekers melk per dag. In 1 liter zitten 4 bekers. Na weken heeft hij 10 en een halve liter melk gedronken.

Question

10
In de klas zitten 24 kinderen. Ieder kind betaalt € 2,50 voor een cadeau voor de juf. In totaal wordt er € opgehaald.