Questionmark Perception
Oct 16 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
Marian zit op voetbal. Ze traint op maandag 2 uur en op woensdag 2 uur. In weken traint zij 24 uur.

Question

2
Youssef haalt lege flessen op. Elke fles is 25 eurocent waard. Hij heeft flessen, dus heeft hij 5 en een halve euro statiegeld.

Question

3
Anton gaat wandelen. Hij loopt kilometer in een uur. Na 2 en een half uur heeft hij 10 kilometer gelopen.

Question

4
Nino drinkt 2 bekers melk per dag. In 1 liter zitten 4 bekers. Na weken heeft hij 10 en een halve liter melk gedronken.

Question

5
Papa is 38 jaar. Hij was jaar toen Emiel werd geboren. Emiel is nu 9 jaar oud.

Question

6
Oom Harm loopt 42 kilometer in uur. Hij loopt 14 kilometer per uur.

Question

7
Johan koopt 6 tennisballen. 1 tennisbal kost € 1,50. Johan moet € betalen.

Question

8
In de klas zitten 24 kinderen. Ieder kind betaalt € 2,50 voor een cadeau voor de juf. In totaal wordt er € opgehaald.

Question

9
Tim, Wahan en Astrid hebben samen 87 snoepjes. Ze gaan eerlijk delen. Ieder krijgt snoepjes.

Question

10
Sheila en haar zusje zijn samen 14 jaar oud. Sheila is twee jaar ouder dan haar zusje. Sheila is jaar en haar zusje is jaar.