Questionmark Perception
Jun 25 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
We hebben 4 planken:
De eerste is 50 cm lang.
De tweede is 2 keer zo lang als de eerste.
De derde is 2 keer zo lang als de tweede.
De vierde is 2 keer zo lang als de derde.
Hoe lang zijn de planken gemiddeld?

Question

2
Welk getal heeft de meeste nullen?

Question

3
Speerwerpen.
Jonas gooit 18 meter.
Liliane gooit 17 meter.
Martijn gooit 22 meter.
Hoeveel meter gooien ze gemiddeld?

Question

4
De vloerbedekking voor de kamer kost € 32 per meter. We kopen 6,75 meter. Hoeveel moeten we betalen?

Question

5
Er zijn 1070 kinderen ondervraagd. Ze moesten aangeven wat hun lievelingsdier was. 321 kinderen zeiden: hond.
Welk deel van de grafiek laat dit zien?

Question

6
Marije is 1,68 m lang.
Bas is 1,72 m lang.
Lieke is 1,76 lang.
Hoe lang zijn ze gemiddeld?

Question

7
Auto a rijdt 1 op 15. (Dat betekent: met 1 liter benzine kan de auto 15 kilometer rijden.) De auto heeft een tank van 35 liter.
Auto b rijdt 1 op 12. De auto heeft een tank van 45 liter.
Welke uitspraak is waar?

Question

8
De klas krijgt 3 toetsen.
De eerste toets heeft 54 vragen.
De tweede toets heeft 68 vragen.
De drie toetsen hebben gemiddeld 65 vragen.
Hoeveel vragen heeft de derde toets?

Question

9
Hoeveel dagen tellen de eerste 6 maanden van een schrikkeljaar?

Question

10
Er staan vier bomen in de tuin. Ze hebben alle vier een andere hoogte.
Welke uitspraak is waar?