Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
We hebben 4 planken:
De eerste is 50 cm lang.
De tweede is 2 keer zo lang als de eerste.
De derde is 2 keer zo lang als de tweede.
De vierde is 2 keer zo lang als de derde.
Hoe lang zijn de planken gemiddeld?

Question

2
De vloerbedekking voor de kamer kost € 32 per meter. We kopen 6,75 meter. Hoeveel moeten we betalen?

Question

3
In Dubbeldam wonen 9800 inwoners.
In Enkelvoort wonen 13 300 inwoners.
In Meerbroek wonen 8700 inwoners.
Hoeveel inwoners hebben de dorpen gemiddeld?

Question

4
Welke uitspraak is waar?

Question

5
Wat is de gemiddelde waarde van alle verschillende euromunten?

Question

6
Op een korte fietsvakantie van vier dagen rijden we gemiddeld 62 kilometer per dag.
De eerste dag rijden we 50 kilometer.
De tweede dag rijden we 82 kilometer.
De derde dag rijden we 72 kilometer.
Hoeveel kilometer rijden we de laatste dag?

Question

7
Hoeveel dagen tellen de eerste 6 maanden van een schrikkeljaar?

Question

8
In groep 7a zitten 23 kinderen. Gemiddeld verkoopt elk kind 15 loten. In groep 7b zitten 27 kinderen. Gemiddeld verkoopt elk kind 13 loten. Welke uitspraak is waar?

Question

9
Auto a rijdt 1 op 15. (Dat betekent: met 1 liter benzine kan de auto 15 kilometer rijden.) De auto heeft een tank van 35 liter.
Auto b rijdt 1 op 12. De auto heeft een tank van 45 liter.
Welke uitspraak is waar?

Question

10
In Amsterdam is het 7 uur vroeger dan in Peking. Een vliegtuig van Amsterdam naar Peking doet er 9 uur over. Het vliegtuig vertrekt om 15.45 uur Nederlandse tijd uit Amsterdam. Als we aankomen in Peking is het daar . uur.