Questionmark Perception
Dec 11 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction


Quickscan VWO Geschiedenis

Question

1

Hieronder volgen vier verbanden.

Welk verband is onjuist?

Question

2

Welke van onderstaande personen zal de meeste moeite hebben gehad met de afspraak ‘cuius regio, eius religio’ (1555)?

Question

3

In de volgende tekst wordt de geschiedenis van het beleg en ontzet van Leiden besproken.

"Het lot van de Opstand hing af van de loop der gebeurtenissen in Zuid-Holland. Het beleg van Leiden was het kostbaarste, het hardst bevochten, het meest beslissende en het meest heroïsche beleg van de Opstand. Er waren betrekkelijk weinig beroepssoldaten in de stad. De ruggengraat van de verdediging werd gevormd door de schutters. De Spaanse belegeraars bereikten bijna hun doel. Was Leiden gevallen, dan zouden Den Haag en Delft onhoudbaar zijn geweest en de Opstand als geheel zou dan wellicht mislukt zijn. In augustus 1574 raakten de voorraden van Leiden uitgeput en de verdedigers waren er ellendig aan toe. Omdat het lot van de hele Opstand op het spel stond, zette Oranje al zijn kaarten op een poging de schijnbaar verloren stad te redden. Hij stuurde door middel van postduiven zijn belofte aan de hongerende bevolking dat hij hen zou ontzetten als zij nog even volhielden. Boten, voorraden en duizenden zeelieden werden vanuit Zeeland bijeengebracht onder bevel van admiraal Boisot. Ondanks oppositie in de Staten van Holland werden op bevel van Willem van Oranje de dijken langs de Maas doorgestoken teneinde het land meer naar het noorden onder water te zetten. Het ontzet van Leiden was van doorslaggevende betekenis. De Spaanse soldaten ontruimden hierna heel Zuid-Holland, en trokken zich terug op Utrecht en Haarlem."

Bron: J.I. Israel, De Republiek 1477-1806 (Franeker, 1995) deel 1, pp 201-202

 

In bovenstaande tekst staan oorzaken die de afloop van de gebeurtenissen in Leiden in 1574 kunnen verklaren.

 

In welke drie van de volgende zinnen komen zulke oorzaken voor?

Vraag ontleend aan: Handreiking schoolexamen geschiedenis havo/vwo (SLO, april 2013)

 

Question

4

Welke combinatie van gebeurtenis en jaartal is juist? (Twee jaartallen zijn niet bruikbaar)

 

I.                 Vrede van Munster

II.               Unie van Utrecht

III.             Pacificatie van Gent

IV.             Plakkaat van Verlatinge

 

a.               1576

b.               1579

c.               1581

d.               1588

e.               1596

f.                 1648

Question

5

Bewering: De verovering van Antwerpen door de Spanjaarden in 1585 betekende de definitieve verschuiving van Antwerpen naar Amsterdam als economisch centrum van de Nederlanden.

 

Welke van onderstaande argumenten ondersteunt/ ondersteunen deze bewering?

Question

6
De denkbeelden van Rousseau zoals hij deze in het sociaal contract heeft verwoord, staan

haaks op het Droit Divin.

‘Alles voor voor het volk, niets door het volk’ is typerend voor de regeerstijl van

Question

7

Hieronder volgen vijf denkers en vier kenmerkende ideeën.

Maak de juiste koppeling tussen denker en idee. (Een denker blijft over).

Question

8

‘Daar de mensen van nature allen vrij en gelijk  en van elkaar onafhankelijk zijn, kan niemand zonder zijn eigen toestemming aan die toestand onttrokken worden en aan enig politiek gezag onderworpen worden. Dit geschiedt pas, wanneer men met anderen overeenkomt een gemeenschap te vormen, opdat ieder, vredig,  veilig en behaaglijk leven kan....Het is de taak van een vorst die vrede , veiligheid en behaaglijkheid te verzekeren. Hem is daartoe gezag en macht gegeven. Maakt de vorst misbruik van het hem geschonden gezag, dan mag, ja, dan moet men zich verzetten.’

Geciteerd in: J.D. Bierens de Haan, Politeia (1946)

 

De tekst hierboven is een citaat. Van wie is dit citaat afkomstig?

Question

9

In 1792 schrijft markies de Condorcet, een Franse edelman:

We moeten ervan uitgaan dat de vooruitgang van de rede gelijk op zal gaan met de vooruitgang in de kunsten en wetenschappen. Dat bijvoorbeeld de voortgang van de geneeskunde (…) uiteindelijk zal resulteren in de vernietiging van alle besmettelijke en overdraagbare ziekten en ook van de ziekten die het gevolg zijn van klimaat, voedsel en de belasting door de dagelijkse werkzaamheden (…). Is het daarom raar te veronderstellen dat de verbeterbaarheid van het lot van de mens ook geen grenzen kent?

bron: pilot HAVO 2006-1

 

Bij welk kenmerkend aspect van die tijd passen de opvattingen van markies de Condorcet?

Question

10

Het jaar 1789 luidde een aantal machtswisselingen in, die volgden op het Ancien Regime. Hieronder staan bestuursvormen en kenmerken (vanaf het revolutiejaar 1789 tot de machtsovername van Napoleon Bonaparte).

 

Koppel steeds een bestuursvorm aan het juiste kenmerk. 

 

Question

11

Het jaar 1848 kenmerkte zich in Europa door een reeks van revoluties. Deze waren

Question

12

Welke politiek ideaal hadden de deelnemers aan het Congres van Wenen en de ondertekenaars van het Verdrag van Verona gemeenschappelijk? Zij streefden naar

Question

13

Hieronder volgen een aantal kenmerken van twee politieke stromingen die als reactie op de Restauratie in de 19e eeuw ontstonden: het liberalisme en het socialisme.

 

Geef aan of het kenmerk juist/onjuist is.

Question

14

Welk verschijnsel is niet van toepassing op de conferentie van Berlijn?

Question

15

De Spartakus (of Spartakisten)opstand was een opstand van

Question

16

Wat was de aanleiding voor de economische en politieke crisis waarin Duitsland in 1923 verkeerde?

Question

17

Welke gebeurtenis betekende het einde van de Republiek van Weimar?

Question

18

Welke van onderstaande gebeurtenissen is geen voorbeeld van nazificatie?

Question

19

De conferentie van München is een voorbeeld van de werking van

Question

20
  1. Atoombom op Hiroshima (1945)
  2. Marshallplan (1947)
  3. Redevoering senator McCarthy over de communisten in de Verenigde Staten (1950)

Hierboven staan drie verschijnselen.

De overeenkomst tussen deze drie is dat ze betrekking hebben op

Question

21

Op welke gebeurtenis was de bestorming van Felix Meritis een reactie?

Question

22

In 1972 bezocht de Amerikaanse president Nixon China en werd het SALT-1-verdrag ondertekend.

Beide gebeurtenissen zijn illustratief voor de werking van

Question

23

In de tijd van de presidenten Kennedy en Chroesjtsjov kwam het tot een tweede crisis rond West-Berlijn.

Welke gebeurtenis vormde de eerste en welke de tweede crisis rond West-Berlijn?

Question

24

Lees de volgende tekst.

De huidige Duitse bondspresident Joachim Gauck was predikant en mensenrechtenactivist in de voormalige DDR.

‘Wij voelden ons alleen gelaten toen burgers in Oost-Duitsland in 1953 rebelleerden(*1). En weer in 1961 (…). En opnieuw in 1968 (…). En toen ik de beelden zag van Oekraïne(*2), voelde ik weer de buikpijn die we hadden toen we (…) in 1989 op straat stonden en niet wisten of de ‘Grote Broer’ in de Sovjet-Unie ook nu weer tanks op ons af zou sturen.’

Bron: NRC Handelsblad, 20 februari 2014.

 

(*1) In 1953 vond er in de DDR een grote arbeidersopstand plaats, die werd onderdrukt door het leger van de Sovjet-Unie en de DDR

(*2) In 2014 dwong de pro-Europese bevolking van Oekraïne de toenmalige president Janoekovitsj af te treden.

 

In bovenstaande tekst haalt Gauck herinneringen op aan drie jaartallen waar de DDR naar zijn zeggen op de steun van het westen had gehoopt.

Wat gebeurde er in 1961, 1968 en in 1989?