Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Er gaan 6 rozen in een bos. We kopen 18 rozen. Hoeveel bossen zijn dat?
bossen

Question

2
De kinderen in de klas worden in groepjes gezet. Eén groepje heeft 5 leerlingen. Er zijn 25 leerlingen. Hoeveel groepjes?
groepjes

Question

3
Maak de som.
3 x 4 =

Question

4
Maak de  som.
4 x 4 =

Question

5
Een hond heeft 4 poten. Hoeveel poten hebben 7 honden?

poten

Question

6
Maak de som.
10 x 4 =

Question

7
In één kistje passen 6 plantjes. Hoeveel kistjes zijn er nodig voor 24 plantjes?
kistjes

Question

8
Maak de som.
5 x 3 =

Question

9
In elk net zitten 10 sinaasappels. Hoeveel sinaasappels samen?

sinaasappels

Question

10
5 glazen appelsap uit 1 pak. Hoeveel glazen in totaal?
glazen appelsap