Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Maak de som.
2 x 10 =

Question

2
Maak de som.
2 x 5 =

Question

3
Hakan eet elke dag 4 boterhammen. Hoeveel eet hij er in een week?
boterhammen

Question

4
Er zijn 6 kinderen. Elk kind neemt een ijsje van 3 bolletjes. Hoeveel bolletjes samen?
bolletjes ijs

Question

5
In één vaas staan 6 bloemen. Hoeveel bloemen staan er in 4 vazen?
bloemen

Question

6
Maak de som.
5 x 3 =

Question

7
Maak de  som.
4 x 4 =

Question

8
In een bakje van de achtbaan kunnen vier personen. Er komen 16 kinderen. Hoeveel bakjes zijn er gevuld?
bakjes

Question

9
Voor de picknick van de klas worden 70 broodjes gekocht. Er kunnen 10 broodjes in een zak. Hoeveel zakken met broodjes zijn er?
zakken

Question

10
De kinderen in de klas worden in groepjes gezet. Eén groepje heeft 5 leerlingen. Er zijn 25 leerlingen. Hoeveel groepjes?
groepjes