Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Er zijn 6 kinderen. Elk kind neemt een ijsje van 3 bolletjes. Hoeveel bolletjes samen?
bolletjes ijs

Question

2
In een bakje van de achtbaan kunnen vier personen. Er komen 16 kinderen. Hoeveel bakjes zijn er gevuld?
bakjes

Question

3
Maak de som.
9 x 10 =

Question

4
Er zijn 5 kinderen. Ieder kind krijgt 3 ballonnen. Hoeveel ballonnen samen?
ballonnen

Question

5
Hakan eet elke dag 4 boterhammen. Hoeveel eet hij er in een week?
boterhammen

Question

6
De kinderen in de klas worden in groepjes gezet. Eén groepje heeft 5 leerlingen. Er zijn 25 leerlingen. Hoeveel groepjes?
groepjes

Question

7
Maak de som.
10 x 4 =

Question

8
Er gaan 6 rozen in een bos. We kopen 18 rozen. Hoeveel bossen zijn dat?
bossen

Question

9
Maak de som.
7 x 2 =

Question

10
Maak de som.
2 x 5 =