Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
De kinderen in de klas worden in groepjes gezet. Eén groepje heeft 5 leerlingen. Er zijn 25 leerlingen. Hoeveel groepjes?
groepjes

Question

2
Een hond heeft 4 poten. Hoeveel poten hebben 7 honden?

poten

Question

3
Voor de picknick van de klas worden 70 broodjes gekocht. Er kunnen 10 broodjes in een zak. Hoeveel zakken met broodjes zijn er?
zakken

Question

4
Maak de som.
3 x 4 =

Question

5
Maak de  som.
4 x 4 =

Question

6
Maak de som.
2 x 5 =

Question

7
Maak de som.
9 x 10 =

Question

8
5 glazen appelsap uit 1 pak. Hoeveel glazen in totaal?
glazen appelsap

Question

9
In een doos passen 3 ijsjes. We hebben 18 ijsjes. Hoeveel dozen hebben we?
dozen

Question

10
Er zitten 10 eieren in een doos. Hoeveel eieren zitten er in 6 dozen?
eieren