Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Maak de  som.
4 x 4 =

Question

2
De kinderen in de klas worden in groepjes gezet. Eén groepje heeft 5 leerlingen. Er zijn 25 leerlingen. Hoeveel groepjes?
groepjes

Question

3
5 glazen appelsap uit 1 pak. Hoeveel glazen in totaal?
glazen appelsap

Question

4
Maak de som.
9 x 10 =

Question

5
In één vaas staan 6 bloemen. Hoeveel bloemen staan er in 4 vazen?
bloemen

Question

6
Een hond heeft 4 poten. Hoeveel poten hebben 7 honden?

poten

Question

7
Erik verdeelt deze reep over 3 kinderen. Hoeveel blokjes krijgt ieder kind?
blokjes

Question

8
In een doos passen 3 ijsjes. We hebben 18 ijsjes. Hoeveel dozen hebben we?
dozen

Question

9
Maak de som.
2 x 5 =

Question

10
Maak de som.
3 x 4 =