Questionmark Perception
Oct 22 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction


Quickscan VWO Aardrijkskunde

Question

1
Hoe meet je welvaart?
Welvaartsverschillen tussen landen kun je op een aantal manieren meten. De meest gebruikte maatstaf is het bnp per hoofd. Dat bereken je door de waarde van alle goederen en diensten die in een land per jaar worden geproduceerd op te tellen. Dit bedrag deel je door het aantal inwoners, zodat je het gemiddeld inkomen per hoofd krijgt. Dit kun je dan gebruiken om landen te vergelijken.
Je kunt ook gebruik maken van onder andere:
- de verdeling van de beroepsbevolking
- de mate van honger
- de mate van ontwikkeling van de gezondheidszorg
Op de gebruikswaarde van het bnp per hoofd heeft men kritiek, omdat het een gemiddelde is, de cijfers in ontwikkelingslanden onbetrouwbaar zijn en er koopkrachtverschil bestaat. 
vrij naar: www.wikipedia.nl, juli 2007

Drie uitspraken hierover:
1 Het bnp per hoofd is een absoluut cijfer.
2 Het koopkrachtverschil van het bnp per hoofd bestaat op nationale en internationale schaal.
3 Een goed alternatief is het gebruik van de Human Development Index (HDI).

Welke uitspraak is / welke uitspraken zijn juist?

Question

2
Wat is mede oorzaak van de globalisering?
Een of twee oorzaken kunnen juist zijn.

Question

3
Een groot deel van de handel van Nederland vindt plaats met buurlanden.
Welke twee factoren dragen daar essentieel aan bij?

Question

4
Tekstfragment van een column van Ingmar Heytze bij het 100-jarig bestaan van de studie Geografie aan de Universiteit Utrecht:

Utrecht Wereldstad?
Wat is een wereldstad? (……..) Natuurlijk is Utrecht geen wereldstad. Dat weet u, dat weet ik, dat weet elke Utrechter, dat weet elke bewoner van een échte wereldstad die in Utrecht verzeild raakt. Utrecht is natuurlijk wel een wereldstad geweest, maar dan moeten we terug naar de tijd dat een hele stad bestond uit een kerk, een marktplein, een versterkte uitkijktoren, muren met een gracht er omheen en een ophaalbrug. Dat was het.

Welke elementen moet een stad hebben om zich wereldstad te kunnen noemen?
Een of meer elementen kunnen juist zijn.

Question

5
De aardkorst verandert voortdurend. Grote stukken aardkorstplaat verschuiven, terwijl bovendien vulkanische activiteit, erosie en verwering op het aardoppervlak inwerken.

Drie uitspraken hierover:
1 De beweging van aardkorstplaten en de manier waarop ze op elkaar inwerken komt voort uit warmtetransport vanuit de aardkern naar het aardoppervlak.
2 Plaatbewegingen zijn het resultaat van een duwkracht van de oude, zware oceaankorst en een trekkracht vanuit de mid-oceanische rug.
3 Vulkanische activiteit, erosie en verwering zijn voorbeelden van exogene krachten.

Wat is juist?

Question

6
Vulkaanuitbarstingen worden onderscheiden in twee hoofdtypen: effusieve erupties en explosieve erupties.

Welke kenmerken behoren bij explosieve erupties?

Question

7

Er worden drie hoofdgroepen van gesteenten onderscheiden: stollingsgesteenten, sedimentgesteenten en metamorfe gesteenten.

 

Geef aan welke 2 van onderstaande gesteenten bij de hoofdgroep metamorfe gesteenten horen.

Question

8
De werking van de diepwaterpomp in de oceanen is van groot belang, onder andere voor het ontstaan van ijstijden. Deze werking kan echter tot stilstand komen.
Hieronder is in 6 stappen de werking van de diepwaterpomp beschreven. Maar niet alle stappen zijn juist weergegeven.
Welke 2 stappen zijn niet op de juiste manier beschreven?

Question

9
Hier volgen vier combinaties van Aziatische landen of gebieden.

Welke combinatie bestaat alleen uit Zuidoost-Aziatische landen?

Question

10
Citaat uit het artikel 'Grootschalig project voor alternatieve biobrandstof' in de Volkskrant 8 oktober 2008:

In Indonesië start binnenkort een project om op 1 miljoen hectare gemengde bossen bio-energie uit suikerpalmen te winnen. Eco Integration heet het suikerpalmproject. In dit duurzame, door lokale mensen beheerde bosareaal, verspreid over het hele land, leveren de suikerpalmen evenveel energie op als de helft van de Nederlandse behoefte aan gas en licht.
'De suikerpalmen zijn samen met andere bomen en struiken aangeplant op volkomen gedegradeerde gronden en leveren honderd procent duurzame energie', zegt bosbouwonderzoeker Willie Smits, de architect van het suikerpalmprogramma. 'Regenwouden en landbouwgronden blijven ongemoeid', verzekert hij.

Drie uitspraken over dit artikel:
1 Volkomen gedegradeerde gronden zijn vooral moerassige gronden.
2 Landbouwgronden blijven ongemoeid omdat er anders geen sprake is van duurzaamheid.
3 Het feit dat het bosareaal beheerd wordt door lokale mensen draagt bij aan de duurzaamheid.

Wat is juist?

Question

11
Welke van onderstaande vier termen hoort het best bij de omschrijving 'het doen stijgen van de opbrengst van de waarde van de export'?

Question

12
In de 20e eeuw verschilde het beeld van Zuidoost-Azië regelmatig.

Geef de beelden aan die horen bij Zuidoost-Azië in perioden van de 20e eeuw.

Question

13
Hieronder staat vier combinaties van termen over het klimaat in zuidelijk Indonesië in juli.

Welke combinatie is juist?

Question

14
De oorsprong van natuurlijke bodembewegingen ligt in het feit dat de aarde voortdurend in beweging is. Zo daalt de bodem in grote delen van Nederland geleidelijk.

Drie uitspraken hierover:
1 Door afsmelten van de ijskap die Scandinavië in de laatste ijstijd bedekte, daalt een deel van de Nederlandse bodem.
2 Een stijgende zeespiegel heeft een absolute bodemdaling tot gevolg.
3 Bodemdaling is een gevolg van het dalende grondwaterpeil in de Nederlandse zandgebieden.

Wat is juist?

Question

15
Het denken over de kustverdediging en het rivierbeheer is de afgelopen jaren sterk veranderd.

Drie uitspraken hierover:
1 Het antwoord op de zeespiegelstijging door de tegenwoordige klimaatverandering is een sterke uitbreiding van harde kustverdediging.
2 Zandsuppletie op de Nederlandse stranden is een voorbeeld van bolwerkvorming.
3 Verstedelijkingsprocessen leiden tot een onregelmatiger regime van rivieren en tot een verlenging van de vertragingstijd.

Wat is juist?

Question

16
De laatste jaren verkopen woningbouwverenigingen een deel van hun huizenbestand. Zo verkocht Woonconcept in het eerste halfjaar van 2009 36 woningen in Meppel, 12 in Steenwijkerland en 14 in Hoogeveen. Bijna alle nieuwe bewoners waren afkomstig uit het verzorgingsgebied van Woonconcept. De aankoop wordt vergemakkelijkt door het versoepelen van een aantal regelingen van de Rijksoverheid, zoals het verstrekken van een starterslening.

Het gevoerde verkoopbeleid van de woningcorporaties staat haaks op de oorspronkelijke doelstelling van de woningbouwcorporaties, namelijk het aanbieden van betaalbare woonruimte voor de lagere-inkomensgroepen.

Wat was de voornaamste reden waarom men het beleid veranderde?

Question

17
De Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra (januari 1995) bevat uitgangspunten voor de bouw op nieuwe woningbouwlocaties, VINEX-locaties genoemd. Provincies en samenwerkende gemeenten bepalen - in overleg met het Rijk - voor een aantal steden de plaatsen waar gebouwd zal worden. VINEX heeft niet alleen betrekking op de grootschalige nieuwbouwwijken die de afgelopen vijftien jaar aan de randen van verschillende steden zijn verrezen, maar ook op binnenstedelijke (her)ontwikkeling: maar liefst 39% van de bouwopgave lag in het binnenstedelijk gebied.

Hier zijn een aantal doelstellingen van het VINEX-beleid gegeven.

Geef de juiste doelstellingen aan.
Meerdere doelstellingen kunnen juist zijn.