Questionmark Perception
Dec 15 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

 Maak nu de proeftoets om na te gaan of je de stof die tot nu toe is behandeld, beheerst. Daarna bepaal je in overleg met je docent(e) of je delen van de stof moet herhalen of dat je verder kunt werken.




Question

1Op welke manier kan de schrijver van een tekst de functies van de alinea's ten opzichte van elkaar duidelijk maken?



Question

2Een alinea kan de functie van reden of oorzaak hebben. Wat is precies het verschil?



Question

3Een alinea kan een hypothese bevatten. Wat wordt daarmee bedoeld?



Question

4Welke tekststructuur past het beste bij de volgende onderwerpen:

a. een beschrijving van de verandering van het beroepsonderwijs in de afgelopen twintig jaar.
b. een beschrijving van de toename van het aantal aidsslachtoffers in China en wat daartegen te doen is.



Question

5Op het eindexamen maak je een 'geleide samenvatting'.
Wat wordt daaronder verstaan?



Question

6a.   Noteer twee voorbeelden van een slotformule van een zakelijke brief.
b.   Welk leesteken staat er achter de slotformule van een zakelijke brief?



Question

7Noteer de vier standaardvragen aan de hand waarvan een stelling wordt aangevallen of verdedigd tijdens een debat.



Question

8
a. In welke twee gevallen schrijf je de eerste letter van een zin niet met een hoofdletter?
b. Geef van beide gevallen een voorbeeldzin.



Question

9Welke twee functies kan de apostrof hebben?



Question

10Noteer twee voorbeelden van zelfstandige naamwoorden die alleen in het meervoud voorkomen.



Question

 Lees de tekst ' Thuiswerken? Dat vindt de baas niet fijn '
(Klik op de titel om het venster met de tekst te openen, wanneer je de tekst bij het beantwoorden van een vraag nogmaals wilt lezen, klik dan op tekst)
Beantwoord daarna de onderstaande vragen.





Question

11a. Welke alinea('s) vormt/vormen de inleiding van de tekst?
b. Welke twee functies heeft de inleiding?              Tekst



Question

12a. Welke alinea('s) vormt/vormen het slot van de tekst?
b. Welke twee functies heeft het slot?              Tekst



Question

13a. Wat is het verband tussen de alinea's 8 en 9?
b. Welk signaalwoord geeft dit verband aan?              Tekst.



Question

14a. Wat is het verband tussen de alinea's 10 en 11?
b. Welk signaalwoord geeft dit verband aan?              Tekst.



Question

15Welke functie hebben de alinea's 9 en 10 ten opzichte van de rest van de tekst?
Kies uit: gevolgen, toelichting, toepassing, uitwerking, voorbeeld.              Tekst.



Question

16Welke tekststructuur herken je in het middenstuk van de tekst?              Tekst.



Question

17Welke zin geeft de hoofdgedachte van de tekst het beste weer?              Tekst.
Telewerken is interessant voor de werknemer, maar managers vinden het lastig.
Telewerken komt moeizaam van de grond.
Telewerken is interessant voor de werknemer en het bedrijf, toch komt het niet echt van de grond.
Telewerken komt niet van de grond, omdat managers hun personeel niet durven los te laten.



Question

18Noteer het meervoud van de volgende woorden.
a. safari
b. democratie
c. spray
d. café
e. historicus
f. luiwammes
g. antroposoof
h. etui



Question

19Noteer het verkleinwoord van de volgende woorden.
a. chocolade
b. koning
c. machine
d. diner
e. ski
f. logé
g. drama
h. souvenir



Question

 Schrijf de schuingedrukte woorden over en bepaal of er wel of geen -n achter komt.




Question

20aIn de sporthal van een naburig dorp kregen de kinderen beide een meningokokkeninjectie.



Question

20bDe meeste kinderen moesten huilen; slechts enkele konden hun tranen bedwingen.



Question

20cEr werden veel onbekende politici benoemd tot minister, onder andere de minister van onderwijs.



Question

20dDe katten kwamen alle naar haar toe toen zij thuiskwam; zij hadden kennelijk honger.



Question

21Noteer de bijvoeglijke naamwoorden in de juiste spelling.

a.   koste_loos, verrade_lijk, moge_lijk
b.   zede_loos, burge_lijk, welvaren_e
c.   de verlich_e etalage, de gebrade_ kip, gemale_ peper.



Question

22Neem de woorden over en bepaal of ze met een hoofdletter geschreven moeten worden.

a.   het nieuwe testament
b.   op valentijnsdag
c.   zwembad de poel
d.   de tweede wereldoorlog
e.   het communisme
f.   op koninginnedag
g.   het kerstfeest
h.   een glas martini.



Question

23Noteer de woorden met een afbrekingsteken vóór de laatste lettergreep.
a.   souvenirtje
b.   schemaatje
c.   belangen
d.   beestje.



Question

24Kies van de volgende woordparen de woorden in de juiste spelling.

a.   CDA/C.D.A.
b.   z.g.a.n./zgan
c.   d.v.d./dvd
d.   heao/HEAO
e.   A.O.W./AOW
f.   Prof. Dr. A.H. Timmer/prof.dr. A.H. Timmer



Question

25Formuleer de spellingregel die je moet toepassen bij:
a.   vraag 22a
b.   vraag 22b.



Question

 Bij de volgende vragen moet je interpunctieregels geven bij fragmenten uit de tekst.




Question

26aDrie dagen thuiswerken: drie dagen geen files, drie dagen niet al om vijf uur opstaan. (alinea 1)

a. Waarom staat er in deze zin een dubbele punt?



Question

26b'Telewerken verlangt dat je zelfstandig werkt, dat je initiatief toont, dat je in samenspraak met je collega's je eigen werk indeelt', zegt een projectleider telewerken. (alinea 5)

b. Waarom staat er achter 'werkt' en 'toont' een komma?



Question

26cDe manager telewerken: 'Je kunt iemand nog zulke goede faciliteiten geven, maar als je vervolgens iedereen om half negen op kantoor verwacht, bereik je niets'. (alinea 9)

c. Waarom staat een deel van de zin tussen aanhalingstekens?



Question

26cDe manager telewerken: 'Je kunt iemand nog zulke goede faciliteiten geven, maar als je vervolgens iedereen om half negen op kantoor verwacht, bereik je niets'. (alinea 9)

d. Waarom staat er een komma tussen 'verwacht' en 'bereik'?