Questionmark Perception
Oct 16 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

De groei en ontwikkeling van een mens worden hoofdzakelijk bepaald door erfelijke aanleg.
De erfelijke aanleg en de hormonale regeling zijn twee erg belangrijke exogene factoren.
Zowel endogene als exogene factoren bepalen de groei en ontwikkeling van een mens.
Tot de exogene factoren die een rol spelen bij de groei en ontwikkeling van een mens behoren goede voeding, milieuomstandigheden en sociale, culturele en economische omstandigheden.
De groei en ontwikkeling van een mens wordt hoofdzakelijk bepaald door exogene factoren.




Question

2
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

3
Tijdens de levensloop van een mens vindt groei van (delen van) het lichaam plaats. Wat wordt hier onder groei verstaan?




Question

4

Wat is van toepassing op osteoporose? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

5

Wat is van toepassing op (de groei van) een pijpbeen? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

6
Cytostatica zijn stoffen die delende cellen remmen of stoppen in hun activiteit. Ze worden toegediend bij patiënten met een kwaadaardige tumor. Enkele celtypen in het lichaam van een volwassen mens zijn:

1 cellen in de stratum germinativum van de huid
2 neuronen in het centrale zenuwstelsel
3 erytrocyten in het bloed
4 epitheelcellen in de dunne darm.

Op welke van deze celtypen kunnen de cytostatica ook van invloed zijn?




Question

7
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Verdubbeling van de chromatiden vindt plaats vlak voor ze vanuit het equatoriale vlak uit elkaar worden getrokken.
Tijdens de celcyclus duurt de delingsfase altijd veel langer dan de groeifase.
De functie van het centrosoom is de vorming van trekdraden tijdens de mitose.
Alle cellen in het menselijk lichaam bevatten 46 chromosomen.
Een cel met 2 x 23 chromosomen is een diploïde cel.




Question

8

De levensloop van een mens kan in een aantal ontwikkelingsstadia worden verdeeld, resulterend in acht opeenvolgende fasen. Hieronder staan de fasen genoemd. Zet ze in chronologische volgorde. Begin bij de neonatale fase.





Question

9
Cellen hebben een levenscyclus die in drie fasen te verdelen is. Een daarvan is de functionele fase. Hoe is deze fase het best te omschrijven?





Question

10
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Tot zenuwcellen gedifferentieerde cellen houden het vermogen om te delen.
Stamcellen houden het vermogen hun hele bestaan mitose uit te voeren.
Een kraakbeencel, een zaadcel en een zintuigcel zijn voorbeelden van cellen die niet meer kunnen delen.
Door ziekte verdwenen spiercellen kunnen uit ongedifferentieerde stamcellen bijgemaakt worden.
Dekcellen kunnen bij verlies bijgemaakt worden.
Alleen bloed- en botcellen kunnen in een volwassen mens vervangen worden.