Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Alleen bloed- en botcellen kunnen in een volwassen mens vervangen worden.
Stamcellen houden het vermogen hun hele bestaan mitose uit te voeren.
Tot zenuwcellen gedifferentieerde cellen houden het vermogen om te delen.
Door ziekte verdwenen spiercellen kunnen uit ongedifferentieerde stamcellen bijgemaakt worden.
Dekcellen kunnen bij verlies bijgemaakt worden.
Een kraakbeencel, een zaadcel en een zintuigcel zijn voorbeelden van cellen die niet meer kunnen delen.




Question

2
Wat is een belangrijke functie van de fontanellen?




Question

3

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

De eerste gebitselementen van het melkgebit breken gewoonlijk tijdens de kleuterfase door.
Een blijvend gebit inclusief de verstandkiezen telt 32 gebitselementen.
Het melkgebit bevat in totaal 24 gebitselementen.
Een kwadrant van het melkgebit bevat twee melkkiezen, een hoektand en twee snijtanden.
Alle kiezen die tijdens de jeugd doorbreken, worden gewisseld.
De meeste vierjarige kinderen hebben een volledig melkgebit.




Question

4
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

De erfelijke aanleg en de hormonale regeling zijn twee erg belangrijke exogene factoren.
Tot de exogene factoren die een rol spelen bij de groei en ontwikkeling van een mens behoren goede voeding, milieuomstandigheden en sociale, culturele en economische omstandigheden.
De groei en ontwikkeling van een mens wordt hoofdzakelijk bepaald door exogene factoren.
De groei en ontwikkeling van een mens worden hoofdzakelijk bepaald door erfelijke aanleg.
Zowel endogene als exogene factoren bepalen de groei en ontwikkeling van een mens.




Question

5
Hoe noem je het verschijnsel dat (groepen) cellen door hun specifieke bouw het vermogen krijgen om een bepaalde functie uit te oefenen?




Question

6
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

7

De levensloop van een mens kan in een aantal ontwikkelingsstadia worden verdeeld, resulterend in acht opeenvolgende fasen. Hieronder staan de fasen genoemd. Zet ze in chronologische volgorde. Begin bij de neonatale fase.





Question

8

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

In de blastulaholte bevinden zich cellen die de voorloper zijn van het embryo.
De centrale holte van de blastocyste wordt dooierzak genoemd.
Uit de concentratie cellen in de blastulaholte ontwikkelt zich later de placenta.
De trofoblast is de voorloper van het embryo.




Question

9
Hoe komt het dat kleine kinderen tijdens het zwemmen meer afkoelen dan volwassenen?




Question

10
Wat is heksenmelk?