Questionmark Perception
Jun 18 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
Bij het pleinfeest krijgen de leerlingen allemaal wat te drinken. Er zijn 348 kinderen. Er gaan 4 glazen uit een liter. Er worden 40 flessen cola van anderhalve liter gekocht. Hoeveel flessen sinas van anderhalve liter moeten er nog worden gekocht?

Question

2
De directeur van de school koopt bekers voor het tafeltennistoernooi. Er zijn vier eerste prijzen, vier tweede prijzen en twee derde prijzen.
Een eerste prijs kost €12, een tweede prijs de helft en een derde prijs daar weer de helft van. Wat moet de directeur betalen?

Question

3
De appels kosten €1,50 per kilo. Joris koopt 2 kilo. Wat moet hij betalen?

Question

4
Drie vriendinnnen staan te praten: Barbara zegt: 25% is de helft van de helft. Nienke zegt: is ongeveer 67% Irene zegt: 75% is hetzelfde als drie kwart. Wat is waar?

Question

5
De school verkoopt voor een goed doel pakjes stroopwafels. Ze worden verkocht voor €1,50. De school koopt ze voor €1,18. Er worden 350 pakjes verkocht. Hoeveel geld kan er naar een goed doel?

Question

6
Er wordt een sponsorloop gehouden. De opbrengst is €2500. 85% van de opbrengst gaat naar een goed doel. Hoeveel houdt de school zelf om de organisatiekosten te betalen?

Question

7
In groep 7a zitten 24 kinderen, in groep 7b zitten 28 kinderen en in groep 7c zitten 25 kinderen. Voor elke groep worden, vanwege een feest, pizza's besteld. Groep 7a en 7c krijgen ieder 6 pizza's en groep 7b krijgt er 7. Wat is waar?

Question

8
Wilma heeft precies een 6 op haar rapport voor Engels. Ze heeft voor de eerste vier toetsen de volgende cijfers gehaald: 8, 5, 6 en 4. Welk cijfer heeft ze voor haar laatste toets gehaald?

Question

9
Een cd kost €22,90. Op elke tweede cd die je koopt, krijg je 10% korting. Eliah koopt 2 cd's. Wat moet hij betalen?

Question

10
De omtrek van een vierkant is het zelfde als de oppervlakte van dat vierkant. Hoe lang is 1 zijde?