Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
De omtrek van een vierkant is het zelfde als de oppervlakte van dat vierkant. Hoe lang is 1 zijde?

Question

2
Rhonda haalt de volgende cijfers:
8, 7, 5 en 8.
Wat is haar gemiddelde cijfer?

Question

3
We gaan met 15 mensen uit eten. We moeten in totaal €487,50 betalen. Hoeveel moeten we per persoon betalen?

Question

4
Een doos is 2 dm hoog, 3 dm lang en 2 dm breed. In deze doos worden dobbelstenen verpakt. 1 dobbelsteen is 1cm x 1cm x 1cm. Hoeveel dobbelstenen passen er in de doos?

Question

5
Carnaval begint in het weekend van 21 februari. Pasen begint in het weekend van 10 april. Hoeveel weken zit daar tussen?

Question

6
Een schaatser rijdt 500 meter in 36 seconden. Hoeveel kilometer rijdt hij met deze snelheid in een uur?

Question

7
De school verkoopt voor een goed doel pakjes stroopwafels. Ze worden verkocht voor €1,50. De school koopt ze voor €1,18. Er worden 350 pakjes verkocht. Hoeveel geld kan er naar een goed doel?

Question

8
André zit op atletiek. Op zaterdag loopt hij de 100 meter in 15,3 seconden. Op zondag verbetert hij z'n score met 0,8 seconden. Hoe snel heeft André de 100 meter op zondag gelopen?

Question

9
In de eerste week van de uitverkoop is alles voor de halve prijs. In de tweede week kost alles de helft van de helft. Tim koopt een trui die oorspronkelijk €48,84 kostte. Wat moet hij in de tweede week van de uitverkoop betalen?

Question

10
In groep 7a zitten 24 kinderen, in groep 7b zitten 28 kinderen en in groep 7c zitten 25 kinderen. Voor elke groep worden, vanwege een feest, pizza's besteld. Groep 7a en 7c krijgen ieder 6 pizza's en groep 7b krijgt er 7. Wat is waar?