Questionmark Perception
Jun 20 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
In de eerste week van de uitverkoop is alles voor de halve prijs. In de tweede week kost alles de helft van de helft. Tim koopt een trui die oorspronkelijk €48,84 kostte. Wat moet hij in de tweede week van de uitverkoop betalen?

Question

2
Een koor bestaat uit 35 leden. Ze betalen elk €35 contributie per jaar. Hoeveel geld komt er per jaar binnen?

Question

3
De directeur van de school koopt bekers voor het tafeltennistoernooi. Er zijn vier eerste prijzen, vier tweede prijzen en twee derde prijzen.
Een eerste prijs kost €12, een tweede prijs de helft en een derde prijs daar weer de helft van. Wat moet de directeur betalen?

Question

4
Wilma heeft precies een 6 op haar rapport voor Engels. Ze heeft voor de eerste vier toetsen de volgende cijfers gehaald: 8, 5, 6 en 4. Welk cijfer heeft ze voor haar laatste toets gehaald?

Question

5
Marcel, Jerry, Mario en Martin spelen allemaal een keer een potje tafeltennis tegen elkaar. Wat is waar?

Question

6
Een cd kost €22,90. Op elke tweede cd die je koopt, krijg je 10% korting. Eliah koopt 2 cd's. Wat moet hij betalen?

Question

7
De auto van de ouders van Joyce heeft 7 liter benzine nodig om 100 kilometer te kunnen rijden? Wat is het benzineverbruik?

Question

8
André zit op atletiek. Op zaterdag loopt hij de 100 meter in 15,3 seconden. Op zondag verbetert hij z'n score met 0,8 seconden. Hoe snel heeft André de 100 meter op zondag gelopen?

Question

9
Om een vierkant grasveld met een oppervlakte van 36 vierkante meter moeten 3 draden prikkeldraad gespannen worden. Hoeveel meter prikkeldraad is er nodig?

Question

10
In groep 7a zitten 24 kinderen, in groep 7b zitten 28 kinderen en in groep 7c zitten 25 kinderen. Voor elke groep worden, vanwege een feest, pizza's besteld. Groep 7a en 7c krijgen ieder 6 pizza's en groep 7b krijgt er 7. Wat is waar?