Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
Er wordt een sponsorloop gehouden. De opbrengst is €2500. 85% van de opbrengst gaat naar een goed doel. Hoeveel houdt de school zelf om de organisatiekosten te betalen?

Question

2
Er wordt een dictee gemaakt. Als je 0 fout hebt, heb je een 10, bij 1 fout een 9, bij 2 fout een 8, enzovoort. Een 6 is nog voldoende.
In een klas van 25 kinderen zijn in totaal 126 fouten gemaakt.
Wat is waar?

Question

3
Een koor bestaat uit 35 leden. Ze betalen elk €35 contributie per jaar. Hoeveel geld komt er per jaar binnen?

Question

4
André zit op atletiek. Op zaterdag loopt hij de 100 meter in 15,3 seconden. Op zondag verbetert hij z'n score met 0,8 seconden. Hoe snel heeft André de 100 meter op zondag gelopen?

Question

5
We gaan met 15 mensen uit eten. We moeten in totaal €487,50 betalen. Hoeveel moeten we per persoon betalen?

Question

6
Temperaturen:
maandag: -5
dinsdag: -7
woensdag: -9
donderdag: -7
vrijdag: -3
zaterdag: -3
zondag: -1
Wat was de gemiddelde temperatuur in deze week?

Question

7
Carnaval begint in het weekend van 21 februari. Pasen begint in het weekend van 10 april. Hoeveel weken zit daar tussen?

Question

8
Gele knikkers zijn 2 keer zoveel waard als rode. Rode knikkers zijn 3 keer zoveel waard als blauwe. Blauwe knikkers zijn 4 keer zoveel waard als groene. Hoeveel groene knikkers krijg je voor 1 gele?

Question

9
Marcel, Jerry, Mario en Martin spelen allemaal een keer een potje tafeltennis tegen elkaar. Wat is waar?

Question

10
In de eerste week van de uitverkoop is alles voor de halve prijs. In de tweede week kost alles de helft van de helft. Tim koopt een trui die oorspronkelijk €48,84 kostte. Wat moet hij in de tweede week van de uitverkoop betalen?