Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
Maaike, Michel en Mikos spitten de schooltuin om. Maaike heeft deel gedaan, Michel en Mikos 40%. Hoeveel procent van de tuin moet nog omgespit worden?

Question

2
In de eerste week van de uitverkoop is alles voor de halve prijs. In de tweede week kost alles de helft van de helft. Tim koopt een trui die oorspronkelijk €48,84 kostte. Wat moet hij in de tweede week van de uitverkoop betalen?

Question

3
Om een vierkant grasveld met een oppervlakte van 36 vierkante meter moeten 3 draden prikkeldraad gespannen worden. Hoeveel meter prikkeldraad is er nodig?

Question

4
Rhonda haalt de volgende cijfers:
8, 7, 5 en 8.
Wat is haar gemiddelde cijfer?

Question

5
We gaan met 15 mensen uit eten. We moeten in totaal €487,50 betalen. Hoeveel moeten we per persoon betalen?

Question

6
Gemiddeld drinken de kinderen uit de klas 2 beker melk per dag. Er zitten 24 kinderen in de klas. Hoeveel bekers melk drinken zij samen in een week?

Question

7
In groep 7a zitten 24 kinderen, in groep 7b zitten 28 kinderen en in groep 7c zitten 25 kinderen. Voor elke groep worden, vanwege een feest, pizza's besteld. Groep 7a en 7c krijgen ieder 6 pizza's en groep 7b krijgt er 7. Wat is waar?

Question

8
In 1944 werd er in Warnsveld een temperatuur gemeten van 38,6 graden. In 1942 werd er in Winterswijk een temperatuur gemeten van -27,4 graden. Wat is het verschil in temeperatuur?

Question

9
Joris en z'n vader gaan mat de auto naar oma. Het eerste half uur rijden ze gemiddeld 80 kilometer per uur. Daarna rijden ze nog een kwartier gemiddeld 60 kilometer per uur. Hoeveel kilometer hebben ze gereden?

Question

10
De directeur van de school koopt bekers voor het tafeltennistoernooi. Er zijn vier eerste prijzen, vier tweede prijzen en twee derde prijzen.
Een eerste prijs kost €12, een tweede prijs de helft en een derde prijs daar weer de helft van. Wat moet de directeur betalen?