Questionmark Perception
Dec 19 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
In de eerste week van de uitverkoop is alles voor de halve prijs. In de tweede week kost alles de helft van de helft. Tim koopt een trui die oorspronkelijk €48,84 kostte. Wat moet hij in de tweede week van de uitverkoop betalen?

Question

2
De omtrek van een vierkant is het zelfde als de oppervlakte van dat vierkant. Hoe lang is 1 zijde?

Question

3
Een cd kost €22,90. Op elke tweede cd die je koopt, krijg je 10% korting. Eliah koopt 2 cd's. Wat moet hij betalen?

Question

4
De school verkoopt voor een goed doel pakjes stroopwafels. Ze worden verkocht voor €1,50. De school koopt ze voor €1,18. Er worden 350 pakjes verkocht. Hoeveel geld kan er naar een goed doel?

Question

5
Wilma heeft precies een 6 op haar rapport voor Engels. Ze heeft voor de eerste vier toetsen de volgende cijfers gehaald: 8, 5, 6 en 4. Welk cijfer heeft ze voor haar laatste toets gehaald?

Question

6
Carnaval begint in het weekend van 21 februari. Pasen begint in het weekend van 10 april. Hoeveel weken zit daar tussen?

Question

7
De directeur van de school koopt bekers voor het tafeltennistoernooi. Er zijn vier eerste prijzen, vier tweede prijzen en twee derde prijzen.
Een eerste prijs kost €12, een tweede prijs de helft en een derde prijs daar weer de helft van. Wat moet de directeur betalen?

Question

8
Drie vriendinnnen staan te praten: Barbara zegt: 25% is de helft van de helft. Nienke zegt: is ongeveer 67% Irene zegt: 75% is hetzelfde als drie kwart. Wat is waar?

Question

9
Er wordt een sponsorloop gehouden. De opbrengst is €2500. 85% van de opbrengst gaat naar een goed doel. Hoeveel houdt de school zelf om de organisatiekosten te betalen?

Question

10
De helft van 74 is hetzelfde als van ...