Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
Is 1 m3 meer of minder dan 1 liter? Of evenveel?

Question

2
Janosch bouwt een piramide van platte vierkante steentjes. Het bovenste steentje heeft een oppervlakte van 1 cm2. Het tweede steentje heeft een oppervlakte van 4 cm2, de derde van 9 cm2, enzovoort. De piramide heeft 11 lagen. Wat is de oppervlakte van de onderste laag?

Question

3
De lengte van een racecircuit is 5880 m. Er worden 13 rondes geraced. Hoeveel kilometer hebben de coureurs afgelegd?

Question

4
Wat is de oppervlakte van een kleed van 2,5 m bij 2,5 m?

Question

5
Is 1 ton meer of minder dan 100 kilo? Of evenveel?

Question

6
Een zwembad heeft een inhoud van 280 m3. De lengte is 10 meter, de breedte 8 meter. Hoe diep is het zwembad?

Question

7
Jonas loopt 100 meter in 15 seconden. Hoeveel meter per seconde loopt hij?

Question

8
We hebben 6 kilometer gewandeld. We kijken de weg die we hebben gelopen na op een kaart met een schaal van 1:50 000. Hoeveel centimeter lang is onze route op de kaart?

Question

9
Murat loopt 5,6 meter per seconde. Hoe lang doet hij over 100 meter?

Question

10
Een vierkant plein heeft een oppervlakte van 576 m2. Wat is de omtrek?