Questionmark Perception
Oct 22 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
In hoofdstuk 5 van het handboek wordt uitvoerig ingegaan op de casus van Aad en Liesbeth, die hun kinderwens voorleggen aan sociaal werker Anja. Anja gaat in het contact met Aad en Liesbeth uit van haar beroepscode (art. 1). Tot welke ethiek hoort deze benadering?

Question

2
Anja wijst in het gesprek met Aad en Liesbeth ook op de voor- en nadelen van het krijgen van een kind. Wat herken je hierin?

Question

3
In hoofdstuk 2 van het handboek worden ook een aantal bezwaren tegen de gevolgenethiek genoemd. Welke herken je hier?

Question

4
In de casus van Aad en Liesbeth blijkt dat autonomie een cultureel-maatschappelijk bepaalde waarde is. Is deze stelling waar of onwaar?

Question

5
Op welk punt kunnen Aad en Liesbeth wel zelf beschikken, maar zijn ze niet zelfredzaam?

Question

6
Autonomie als negatieve vrijheid heeft in de hulpverleningspraktijk negatieve gevolgen. Voor wie?

Question

7
Hoe wordt autonomie in de beroepscodes opgevat?

Question

8
Waarin ligt het belang van een beroepscode?

Question

9
In de beroepscode is een missie geformuleerd. Welke van de onderstaande beschrijvingen komt het dichtst bij deze missie?

Question

10
In de beroepscodes voor sociaal werkers wordt onder meer de nadruk gelegd op gelijke
bereidheid tot het aangaan van een professionele relatie en een gelijke behandeling. Toch is
het soms acceptabel dat sociaal werkers hierop uitzonderingen maken. Welke van de onderstaande gevallen vormt een moreel acceptabele uitzondering op het gelijkheidsbeginsel in de beroepscode?