Questionmark Perception
Oct 22 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
De oppervlakte van een vierkante kamer is 12,25 meter. Wat is de omtrek?

Question

2
Het plafond heeft een oppervlakte van 32 vierkante meter en moet gewit worden. Er moet wel 3 keer een laag latex overheen, voordat het goed wit is. Een bus latex is goed voor 10 vierkante meter. Hoeveel bussen heb je nodig?

Question

3
In een beker gaat anderhalf keer zoveel als in een kopje. Ik heb een liter water. Ik kan daarmee 2 bekers en 7 kopjes vullen. In een beker past dan cl.

Question

4
Een vierkante hal heeft een oppervlakte van 6,25 vierkante meter. Wat is de omtrek?

Question

5
Ik heb een doos van 8 bij 12 bij 6 cm. Ik heb blokjes van 2 bij 2 bij 2 cm. Er passen blokjes in de grote doos.

Question

6
Een kamer is 5 bij 5 meter. Ik heb vloerbedekkingtegels van 50 bij 50 cm. Hoeveel heb ik er nodig om de kamervloer te bedekken?

Question

7
Een vierkante kamer heeft een omtrek van 18 meter. Wat is de oppervlakte?

Question

8
20 druppels oogvloeistof zijn samen ongeveer 1 ml. Ik koop een potje van 1 cl. Elke dag gebruik ik tien druppels. Ik kan dagen doen met het potje.

Question

9
liter is 350 cl.

Question

10
Joris van 1,50 m staat naast een boom. De schaduw van Joris is 2,25 m, de schaduw van de boom is 12 m. De boom is m hoog.