Questionmark Perception
Jun 25 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Een kamer is 5 bij 5 meter. Ik heb vloerbedekkingtegels van 50 bij 50 cm. Hoeveel heb ik er nodig om de kamervloer te bedekken?

Question

2
Joris van 1,50 m staat naast een boom. De schaduw van Joris is 2,25 m, de schaduw van de boom is 12 m. De boom is m hoog.

Question

3
Een vierkante kamer heeft een omtrek van 18 meter. Wat is de oppervlakte?

Question

4
De kamer is 4 bij 4,80 m. Er liggen vloertegels van 40 bij 40 cm. Een derde van de tegels is blauw, de rest is grijs. Hoeveel grijze tegels liggen er?

Question

5
Een boom is 8 m hoog. Op dit moment is zijn schaduw 6 m lang. Naast de boom staat een lantaarnpaal van 4 m lang. De schaduw van de lantaarnpaal is m lang.

Question

6
20 druppels oogvloeistof zijn samen ongeveer 1 ml. Ik koop een potje van 1 cl. Elke dag gebruik ik tien druppels. Ik kan dagen doen met het potje.

Question

7
Ik ga laminaat leggen in een kamer van 4 bij 5,50 meter. Het laminaat kost € 6,25 per vierkante meter. Wat moet ik betalen?

Question

8
Een lantaarnpaal is 4 m lang. Zijn schaduw is op dit moment 5 m lang. Naast de lantaarnpaal staat een man van m lang. Zijn schaduw is 2,40 m lang.

Question

9
liter is 350 cl.

Question

10
De lengte van een kamer is twee keer zo lang als de breedte. De omtrek is 24 meter. Hoe breed is de kamer?