Questionmark Perception
Dec 19 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
In een beker gaat anderhalf keer zoveel als in een kopje. Ik heb een liter water. Ik kan daarmee 2 bekers en 7 kopjes vullen. In een beker past dan cl.

Question

2
1000 cl is l.

Question

3
De lengte van een kamer is twee keer zo lang als de breedte. De omtrek is 24 meter. Hoe breed is de kamer?

Question

4
Een kamer is 5 bij 5 meter. Ik heb vloerbedekkingtegels van 50 bij 50 cm. Hoeveel heb ik er nodig om de kamervloer te bedekken?

Question

5
Ik ga laminaat leggen in een kamer van 4 bij 5,50 meter. Het laminaat kost € 6,25 per vierkante meter. Wat moet ik betalen?

Question

6
De kamer is 4 bij 4,80 m. Er liggen vloertegels van 40 bij 40 cm. Een derde van de tegels is blauw, de rest is grijs. Hoeveel grijze tegels liggen er?

Question

7
De muur is 4,20 breed. Een rol behang is 53 cm breed. Er gaan drie banen uit een rol. Hoeveel rollen moet je kopen om de muur te kunnen behangen?

Question

8
Ik heb een doos van 8 bij 12 bij 6 cm. Ik heb blokjes van 2 bij 2 bij 2 cm. Er passen blokjes in de grote doos.

Question

9
Een lantaarnpaal is 4 m lang. Zijn schaduw is op dit moment 5 m lang. Naast de lantaarnpaal staat een man van m lang. Zijn schaduw is 2,40 m lang.

Question

10
Ilse traint voor een wielerwedstrijd. Op elke doordeweekse dag rijdt ze 25 km. Op elke dag in het weekend rijdt ze 35 km. Zij rijdt km per week.