Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
1000 cl is l.

Question

2
liter is 350 cl.

Question

3
In een beker gaat anderhalf keer zoveel als in een kopje. Ik heb een liter water. Ik kan daarmee 2 bekers en 7 kopjes vullen. In een beker past dan cl.

Question

4
De muur is 4,20 breed. Een rol behang is 53 cm breed. Er gaan drie banen uit een rol. Hoeveel rollen moet je kopen om de muur te kunnen behangen?

Question

5
Ik ga laminaat leggen in een kamer van 4 bij 5,50 meter. Het laminaat kost € 6,25 per vierkante meter. Wat moet ik betalen?

Question

6
Het plafond heeft een oppervlakte van 32 vierkante meter en moet gewit worden. Er moet wel 3 keer een laag latex overheen, voordat het goed wit is. Een bus latex is goed voor 10 vierkante meter. Hoeveel bussen heb je nodig?

Question

7
Een vierkante kamer heeft een omtrek van 18 meter. Wat is de oppervlakte?

Question

8
Ik heb een doos van 8 bij 12 bij 6 cm. Ik heb blokjes van 2 bij 2 bij 2 cm. Er passen blokjes in de grote doos.

Question

9
De oppervlakte van een vierkante kamer is 12,25 meter. Wat is de omtrek?

Question

10
Een lantaarnpaal is 4 m lang. Zijn schaduw is op dit moment 5 m lang. Naast de lantaarnpaal staat een man van m lang. Zijn schaduw is 2,40 m lang.