Questionmark Perception
Oct 20 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
1000 cl is l.

Question

2
De lengte van een kamer is twee keer zo lang als de breedte. De omtrek is 24 meter. Hoe breed is de kamer?

Question

3
Een lantaarnpaal is 4 m lang. Zijn schaduw is op dit moment 5 m lang. Naast de lantaarnpaal staat een man van m lang. Zijn schaduw is 2,40 m lang.

Question

4
De muur is 4,20 breed. Een rol behang is 53 cm breed. Er gaan drie banen uit een rol. Hoeveel rollen moet je kopen om de muur te kunnen behangen?

Question

5
1 l is ml.

Question

6
Een vierkante hal heeft een oppervlakte van 6,25 vierkante meter. Wat is de omtrek?

Question

7
De oppervlakte van een vierkante kamer is 12,25 meter. Wat is de omtrek?

Question

8
Ilse traint voor een wielerwedstrijd. Op elke doordeweekse dag rijdt ze 25 km. Op elke dag in het weekend rijdt ze 35 km. Zij rijdt km per week.

Question

9
Ik heb een doos van 8 bij 12 bij 6 cm. Ik heb blokjes van 2 bij 2 bij 2 cm. Er passen blokjes in de grote doos.

Question

10
De kamer is 3 bij 3,60 meter. Ik heb vloertegels van 60 bij 60 cm. Hoeveel tegels heb ik nodig om de vloer van de kamer te bedekken?