Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Hoeveel seconden zitten er in 6 minuten?

Question

2
Kinderen gaan in een jaar 40 weken naar school. Hoeveel doordeweekse dagen zijn ze vrij in een jaar?

Question

3
Hoeveel dagen heeft de maand oktober?

Question

4
Wat geeft de tijd het meest nauwkeurig aan?

Question

5
Een afwas in de afwasmachine duurt 130 minuten. Hij wordt om 18.35 uur aangezet. Hoe laat is de afwas klaar?

Question

6
Ard rijdt een schaatswedstrijd in 30,98 seconde. Jochem rijdt de wedstrijd in 30,93 seconde. Hoeveel tijdsverschil zit er tussen?

Question

7
Hoeveel minuten is 540 seconden?

Question

8
Mieke loopt 4 km per uur. Ze woont 1,5 km van school. Ze gaat tussen de middag naar huis. Hoelang wandelt zij per dag?

Question

9
Een voetbalwedstrijd duurt twee keer drie kwartier. Tussen de beide helften is er een kwartier pauze. De wedstrijd begint om kwart voor twee. Hoe laat is de wedstrijd afgelopen?

Question

10
Andrea loopt 11 kilometer met een gemiddelde snelheid van 4 km per uur. Ze houdt halverwege een pauze van 20 minuten. Ze vertrekt om 11 uur. Hoe laat komt zij aan?