Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Andrea loopt 11 kilometer met een gemiddelde snelheid van 4 km per uur. Ze houdt halverwege een pauze van 20 minuten. Ze vertrekt om 11 uur. Hoe laat komt zij aan?

Question

2
Hoeveel seconden zitten er in 10 en een halve minuut?

Question

3
Een sprinter rent 100 meter zo hard als hij kan. Wat is waar?

Question

4
Jorn moet om half negen op school zijn. Hij fietst 15 km per uur. Hij woont 6 km van school. Hoe laat moet hij uiterlijk van huis weg om op tijd te zijn?

Question

5
Hoeveel minuten is 540 seconden?

Question

6
Kinderen gaan in een jaar 40 weken naar school. Hoeveel doordeweekse dagen zijn ze vrij in een jaar?

Question

7
Op welke dag begint de lente?

Question

8
Het is twaalf uur 's nachts. Hoe ziet dat eruit op een digitale klok?

Question

9
Ard rijdt een schaatswedstrijd in 30,98 seconde. Jochem rijdt de wedstrijd in 30,93 seconde. Hoeveel tijdsverschil zit er tussen?

Question

10
Wat gebruik je om de tijd van een 100 meter sprint hardloopwedstrijd op te nemen?