Questionmark Perception
Jun 20 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Welke jaren zijn geen schrikkeljaren?

Question

2
Hoeveel seconden zitten er in 10 en een halve minuut?

Question

3
Mieke loopt 4 km per uur. Ze woont 1,5 km van school. Ze gaat tussen de middag naar huis. Hoelang wandelt zij per dag?

Question

4
Kinderen gaan in een jaar 40 weken naar school. Hoeveel doordeweekse dagen zijn ze vrij in een jaar?

Question

5
Wat geeft de tijd het meest nauwkeurig aan?

Question

6
Een sprinter rent 100 meter zo hard als hij kan. Wat is waar?

Question

7
Een afwas in de afwasmachine duurt 130 minuten. Hij wordt om 18.35 uur aangezet. Hoe laat is de afwas klaar?

Question

8
Jorn moet om half negen op school zijn. Hij fietst 15 km per uur. Hij woont 6 km van school. Hoe laat moet hij uiterlijk van huis weg om op tijd te zijn?

Question

9
Hoeveel minuten is 540 seconden?

Question

10
Marianne heeft op woensdag anderhalf uur voetbaltraining. Van huis naar de club is een half uur fietsen. Voor het omkleden voor en na de training heeft ze bij elkaar 25 minuten nodig. Ze gaat om 13.00 uur van huis. Hoe laat is ze weer thuis?