Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Hoeveel seconden zitten er in 6 minuten?

Question

2
Op welke dag begint de lente?

Question

3
Wat geeft de tijd het meest nauwkeurig aan?

Question

4
Mieke loopt 4 km per uur. Ze woont 1,5 km van school. Ze gaat tussen de middag naar huis. Hoelang wandelt zij per dag?

Question

5
Ard rijdt een schaatswedstrijd in 30,98 seconde. Jochem rijdt de wedstrijd in 30,93 seconde. Hoeveel tijdsverschil zit er tussen?

Question

6
Een sprinter rent 100 meter zo hard als hij kan. Wat is waar?

Question

7
Kinderen gaan in een jaar 40 weken naar school. Hoeveel doordeweekse dagen zijn ze vrij in een jaar?

Question

8
Martijn loopt 4 kilometer per uur. Hij wandelt elke avond van de avondvierdaagse 10 km. Hoe lang heeft hij in totaal gewandeld?

Question

9
Marianne heeft op woensdag anderhalf uur voetbaltraining. Van huis naar de club is een half uur fietsen. Voor het omkleden voor en na de training heeft ze bij elkaar 25 minuten nodig. Ze gaat om 13.00 uur van huis. Hoe laat is ze weer thuis?

Question

10
Hoeveel minuten is 540 seconden?