Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
De koek is in stukken gesneden. Hoe noem je één stuk?

Question

2

Joska krijgt 1/6 van deze reep, dat zijn stukjes.

Question

3

Burak krijgt 1/3 van deze reep, dat zijn stukjes.

Question

4

Joran krijgt 1/2 van deze reep, dat zijn stukjes.

Question

5

Jiske krijgt 1/4 van deze reep, dat zijn stukjes.

Question

6
De cake is in stukken gesneden. Hoe noem je één stuk?

Question

7
De koek is in stukken gesneden. Hoe noem je één stuk?

Question

8
De cake is in stukken gesneden. Hoe noem je één stuk?

Question

9

Mischa krijgt 1/8 van deze reep, dat zijn stukjes.

Question

10
De koek is in stukken gesneden. Hoe noem je één stuk?