Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
Lolke heeft 4 briefjes van 10 euro, van 5 euro en 1 van 20 euro. Hij heeft in totaal € 75.

Question

2
Mieke moet € , betalen. Ze geeft € 100. Ze krijgt € 9,10 terug.

Question

3
Murat moet € 46,40 betalen. Hij geeft € 100. Hij krijgt € , terug.

Question

4
Thijs moet € 78,20 betalen. Hij geeft € 100. Hij krijgt € , terug.

Question

5
Lily heeft 8 briefjes van 10 euro , van 20 euro en 1 van 100 euro. Ze heeft in totaal € 220.

Question

6
Thera heeft 29 munten van 2 euro en 12 briefjes van 5 euro. Ze heeft in totaal € .

Question

7
Erica heeft 7 briefjes van 5 euro en briefjes van 20 euro. Ze heeft in totaal € 215.

Question

8
Marjet moet € , betalen. Ze geeft € 100. Ze krijgt € 18,40 terug.

Question

9
Ymke heeft 3 briefjes van 20 euro en 7 briefjes van 5 euro. Zij heeft in totaal € .

Question

10
Marya moet € , betalen. Ze geeft € 50. Ze krijgt € 31,80 terug.