Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
Marjet moet € , betalen. Ze geeft € 100. Ze krijgt € 18,40 terug.

Question

2
Murat moet € 46,40 betalen. Hij geeft € 100. Hij krijgt € , terug.

Question

3
Josien heeft 7 briefjes van 10 euro, 5 van 5 euro en 1 van euro. In totaal heeft zij € 145.

Question

4
André moet € 34,50 betalen. Hij geeft € 50. Hij krijgt € , terug.

Question

5
Lily heeft 8 briefjes van 10 euro , van 20 euro en 1 van 100 euro. Ze heeft in totaal € 220.

Question

6
Erica heeft 7 briefjes van 5 euro en briefjes van 20 euro. Ze heeft in totaal € 215.

Question

7
Mieke moet € , betalen. Ze geeft € 100. Ze krijgt € 9,10 terug.

Question

8
Wahan heeft briefjes van 5 euro, 2 van 10 euro en 1 van 50 euro. Hij heeft in totaal € 85.

Question

9
Marya moet € , betalen. Ze geeft € 50. Ze krijgt € 31,80 terug.

Question

10
Dick heeft evenveel briefjes van 5 euro als van 10 euro. Hij heeft in totaal € 90. Hij heeft dan van elk briefjes.