Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
André moet € 34,50 betalen. Hij geeft € 50. Hij krijgt € , terug.

Question

2
Robert moet € 28,90 betalen. Hij geeft € 100. Hij krijgt € , terug.

Question

3
Marya moet € , betalen. Ze geeft € 50. Ze krijgt € 31,80 terug.

Question

4
Jeannette heeft briefjes van 5 euro. Ze heeft in totaal € 85.

Question

5
Irene heeft briefjes van 5 euro, 5 briefjes van 10 euro en 4 briefjes van 20 euro. Zij heeft in totaal € 145.

Question

6
Aisha moet € , betalen. Ze geeft € 100. Ze krijgt € 32,90 terug.

Question

7
Thera heeft 29 munten van 2 euro en 12 briefjes van 5 euro. Ze heeft in totaal € .

Question

8
Mieke moet € , betalen. Ze geeft € 100. Ze krijgt € 9,10 terug.

Question

9
Lily heeft 8 briefjes van 10 euro , van 20 euro en 1 van 100 euro. Ze heeft in totaal € 220.

Question

10
Lolke heeft 4 briefjes van 10 euro, van 5 euro en 1 van 20 euro. Hij heeft in totaal € 75.