Questionmark Perception
Dec 19 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction


Quickscan VMBO gt Biologie

Question

1
Cellulose is een koolhydraat waaruit celwanden van plantencellen zijn opgebouwd.
Daardoor kan van plantaardig materiaal ook papier worden gemaakt.
Enkele andere koolhydraten zijn: glycogeen, zetmeel, glucose.

Welke koolhydraten kunnen we aantreffen in een levercel?

Question

2
Welke stoffen worden geproduceerd door fotosynthese?

Question

3
In deze afbeelding is een stukje van het menselijk lichaam getekend.

       

Welk van de delen P, Q en R bevat of welke delen bevatten beenweefsel?

Question

4
Bij welke van de volgende weefsels komt geen tussencelstof voor?

Question

5
Wat wordt bij de verbranding omgezet?

Question

6
Houtvaten in planten zijn belangrijk voor

Question

7
Een konijn is een planteneter.
Bij konijnen is de darm naar verhouding

Question

8

Tussen de linkerkamer van het hart en de aorta bevinden zich kleppen.
Bij het kloppen van het hart kun je een aantal fasen onderscheiden:

- het samentrekken van de boezems
- het samentrekken van de kamers
- hartpauze; fase waarin boezems en kamers ontspannen zijn

Tijdens welke fasen zijn de kleppen aan het begin van de aorta gesloten?

Question

9
In het verteringsstelsel wordt per dag ongeveer 8 liter verteringssap gevormd.
In welke organen wordt deze 8 liter voornamelijk weer in het bloed opgenomen?

Question

10
Bevinden zich in het middenrif spieren die een rol spelen bij de ademhaling?
En tussen de ribben?

Question

11
De longen en de nieren geven niet alleen water af. Zij nemen ook water op.
Uit welk stelsel of uit welke stelsels nemen de longen en de nieren het water direct op?

Question

12
Bij een patiënt is de afvoerbuis van de lever afgesloten.
Als gevolg hiervan komt er geen gal meer in de darm.

Welke van de volgende beweringen over deze patiënt is juist?

Question

13
In ons voedsel komen bacteriën voor. Een deel daarvan wordt door het speeksel gedood.
Op welke wijze maakt het lichaam het grootste deel van de overige bacteriën in het voedsel onschadelijk?

Question

14
Door leerlingen wordt over de hoest en de hik verschillend gedacht.

Welke gedachte heb jij daarover?

Question

15
Bij twee cellen van twee verschillende mensen wordt het aantal chromosomen geteld.
Het zijn er 23. Welke cellen kunnen dat zijn?

Question

16
Geef aan wat bij geslachtelijke voortplanting hoort.

Question

17
Een belangrijke functie van de prostaat is:

Question

18
Welk van de genoemde organismen is een producent, welk een consument en welk een reducent?

 producentconsumentreducent
Adennenboomeekhoornpaddestoel
Bdennenboompaddestoeleekhoorn
Ceekhoorndennenboompaddestoel
Deekhoornpaddestoeldennenboom
Epaddestoeldennenboomeekhoorn
Fpaddestoeleekhoorndennenboom

Question

19
In een onderzoek wil men nagaan welke biotische factoren van invloed zijn op de grootte van de populatie eekhoorns in het bos.
Welk van de volgende gegevens hoeft men niet te gebruiken?

Question

20
Een volwassen kikker overwintert in de modder op de bodem van een sloot. De temperatuur van de modder is 4 graden C. Het dier is niet actief. Op welke wijze verkrijgt deze kikker de benodigde zuurstof?

Question

21
Bij runderen is het gen voor zwarte haarkleur (Q) dominant over het gen voor rode haarkleur (q).
Bij welke van onderstaande ouderparen kunnen uitsluitend zwarte nakomelingen worden verwacht?

Question

22
Een kameleon krijgt de kleur van de omgeving.
Dit proces heet

Question

23
Reductiedeling kan plaatsvinden in

Question

24
Een baby krijgt van haar moeder moedermelk met antistoffen.
Deze vorm van bescherming heet

Question

25
Een persoon met bloedgroep B heeft in zijn bloed

Question

26
Bij een bepaald gedrag is er altijd sprake van een prikkel en van een respons. Als een kalf honger heeft, gaat het zuigen aan een speen.
Is honger voor het kalf hier een prikkel of een respons?
Is het zuigen voor het kalf hier een prikkel of een respons?

Question

27
Welke volgorde is juist?

Question

28
Een leerling doet waarnemingen in de natuur:
Een spin zit doodstil; een roos verwelkt.
Bij welk is sprake van gedrag?