Questionmark Perception
Dec 11 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction


Quickscan HAVO Aardrijkskunde

Question

1
De verschillen tussen rijke en arme landen uiten zich onder andere in de verdeling van de beroepsbevolking, het percentage analfabeten, de voedselvoorziening en de gezondheidszorg.
Welke van onderstaande uitspraken daarover zijn juist?
Meerdere uitspraken kunnen juist zijn.

Question

2
Hieronder staan drie omschrijvingen van een geografische term uit het domein Wereld. Kies bij iedere omschrijving de term die het meest van toepassing is.

Question

3
Veel Nederlandse bedrijven laten hun goederen tegenwoordig produceren in China. Wat vormt de beste verklaring daarvoor?

Question

4
Hieronder staan twee uitspraken over global shift.
I Economische, technische en politieke ontwikkelingen maken global shift mogelijk.
II Global shift is een ander woord voor mondialisering.
Welke uitspraak of welke uitspraken zijn juist?

Question

5
Het merendeel van de grootste metropolen liggen in derdewereldlanden. In deze landen groeien de steden zeer snel.
Welke drie oorzaken verklaren deze stedelijke groei?

Question

6
De snelle economische ontwikkeling in landen als China, India en Indonesië draagt bij aan de vermindering van de regionale ongelijkheid binnen deze landen. Is deze uitspraak juist of onjuist?

Question

7
Vrij naar: RIVM, Zorgen voor morgen, nationale milieuverkenning 1985-2010, Alphen aan de Rijn 1988

Bekijk bovenstaand schema en beantwoord vervolgens onderstaande vragen.

Question

8
Hieronder staan drie termen. Zoek bij iedere term de bijbehorende kracht.

Question

9
Hieronder staan nogmaals de drie termen. Zoek nu bij iedere term de bijhorende natuurramp.

Question

10
Vier uitspraken over platentektoniek.
Welke uitspraak of welke uitspraken zijn juist?

Question

11
Hieronder staan vier uitspraken over de grote windsystemen.
Welke twee uitspraken daarover zijn juist?

Question

12
Er zijn een aantal mondiale landschapszones. Deze zones zijn ontstaan door de werking van geofactoren. Voorbeelden van geofactoren zijn klimaat en de mens.
Hieronder staan drie beschrijvingen van verschillende landschapszones.
Kies bij iedere tekst de bijbehorende landschapszone.

Question

13
Hieronder staan vier combinaties van drie termen over de rivier.
In één van de combinaties horen alle drie de termen direct bij elkaar. Welke combinatie is dat?

Question

14

Hieronder staat een aantal mogelijke gevolgen van klimaatverandering voor de Nederlandse rivieren op grond van de huidige theorieën.

 

Een of meer van die veranderingen zijn juist.

Geef de juiste verandering/veranderingen aan.


Question

15

Twee definities:

 

I  Hoogteverschil tussen twee punten van de rivier.

II Gebied bestaande uit zomerbed en uiterwaarden.

 

Welke combinatie van begrippen hoort bij deze twee definities?

 

Question

16
De maatregelen ter vergroting van de afvoercapaciteit van rivieren kun je onderscheiden in twee soorten:
- maatregelen die de afvoer in de winterbedding vergroten;
- andere maatregelen (los van de afvoer in de winterbedding).

Hieronder zijn vier maatregelen schematisch weergegeven (vrij naar: website www.ruimtevoorderivier.nl, 2006).

Welke maatregel staat los van de afvoer via het winterbed.

Question

17
Om de waterafvoer van Rijn en Maas te kunnen beheersen is samenwerking nodig met de landen stroomopwaarts. Daarover gaat de onderstaande tekst.

Welke twee uitspraken zijn hierover juist?

Internationale hoogwaterbescherming Rijn en Maas

Op internationaal niveau is voor de stroomgebieden van Rijn en Maas een gezamenlijke integrale aanpak afgesproken, waarbij 'water vasthouden in de haarvaten van het systeem voordat het in het hoofdsysteem komt' en 'ruimte voor de rivier' kernpunten zijn, gericht op verlaging van hoogwaterstanden op de rivieren en beperking van overstromingsrisico's. De samenwerking binnen het hele stroomgebied is essentieel voor een effectief rivierbeheer en zal derhalve gecontinueerd en versterkt worden. De Rijnoeverstaten hebben in 1998 ingestemd met het Actieplan Hoogwater dat was opgesteld door de Internationale Rijncommissie. Daarmee is overeengekomen maatregelen uit te voeren die in 2005 leiden tot een hoogwaterstandsdaling van 30 cm en in 2020 van in totaal 70 cm.

Bron: Discussienota Ruimte voor de rivier, 2000

Question

18

Steden hebben te maken met diverse vraagstukken zoals het congestievraagstuk.

Welk van onderstaande problemen is onderdeel van dit congestievraagstuk?

 

Question

19
De overheid wil achterstandswijken stimuleren door buurtbewoners op grote schaal deel te laten nemen aan taal- en inburgeringcursussen.

Wat wordt hierdoor versterkt?

Question

20
In bepaalde steden is sprake van een duale arbeidsmarkt.

Welke uitspraak of welke uitspraken daarover zijn juist?

Question

21
Veel Nederlandse steden hebben een overeenkomstige opbouw. We vinden daarin onder andere de volgende gebieden:
- historische binnenstad
- wijken met galerijflats uit de jaren zestig
- 'woonerf'-wijken uit de jaren zeventig en tachtig

Hieronder zijn kenmerken van een deel van de stad genoemd?
Geef steeds het bijbehorende gebied aan.

Question

22
Hieronder staan twee uitspraken over het klimaat van Indonesië.

I In Indonesië overheerst het A-klimaat met een gemiddelde temperatuur van de warmste maand hoger dan 18 ºC.
II Een moesson is een land- of zeewind die per half jaar van richting verandert.

Welke uitspraak of welke uitspraken zijn juist?

Question

23
Hieronder staan twee uitspraken over de bevolkingsgroei van Indonesië.

I De grote natuurlijke groei wordt veroorzaakt door daling van sterfte- en geboortecijfer
II Gezinsplanning zorgt voor een afname van het geboortecijfer.

Welke uitspraak of welke uitspraken zijn juist?

Question

24
Hieronder staan vier economische termen met omschrijving.

Welke combinatie van term en omschrijving is juist?

Question

25
De economie van Indonesië is de laatste jaren sterk gegroeid mede door de komst van lagelonenproductie. Daarbij ondervindt Indonesië concurrentie van andere landen.

Welk land vormt de grootste concurrent voor Indonesië bij het aantrekken van lagelonenproductie?