Questionmark Perception
Feb 16 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Het woord ‘Nederlands’ heeft als bepaald lidwoord.

Question

2
Is je tekst het beste leesbaar als je schrijft zoals je spreekt?

Question

3
Verandert de betekenis van de zin als je een zelfstandig werkwoord door een ander zelfstandig werkwoord vervangt?

Question

4
Begint het voorzetselvoorwerp altijd met een voorzetsel?

Question

5
In plaats van ‘het lieve meisje’ kun je ook zeggen

Question

6
Is de volgende zin correct?
Zwetend werd het tentamen gemaakt.

Question

7
Ik een meisje dat heel mooi zingt.

Question

8
Onderschikkende voegwoorden verbinden twee hoofdzinnen met elkaar.

Question

9
Wat is een bijwoordelijke bepaling?

Question

10
Welke woorden zijn samenstellingen?

Question

11
Wat is één zinsdeel?
Zij heeft de hond een bak water gegeven.

Question

12
Gisteren ging ze slapen. ‘Gisteren’ is een

Question

13
Wat is correct?

Question

14
Is de ondergeschikte bijzin gezegde in deze zin?
Dit is wat ik altijd wilde weten.

Question

15
Dat is het leukste meisje ik ken.

Question

16
Het woord ‘schoolbord’ heeft als bepaald lidwoord.

Question

17
Soms kun je een onderwerp dat in een zin twee keer gebruikt wordt één keer weglaten. Dit noem je

Question

18
Het voorzetsel in het voorzetselvoorwerp hoort bij het werkwoord in de zin.

Question

19
Wat is één zinsdeel?
Kun je me laten lachen?

Question

20
Bij de afscheidsmusical huilen veel kinderen tranen met tuiten. Deze zin is

Question

21
Het werkwoord ‘lezen’ is een werkwoord

Question

22
Verkeerd handelen is handelen.

Question

23
Sander, de directeur, is jarig. ‘De directeur’ is een

Question

24
Ik geef hem een cd. Is ‘hem’ het lijdende voorwerp?

Question

25
In de volgende zin is ‘kunnen’ een
Zij kunnen toneelspelen.

Question

26
Welk zinsdeel is ‘mijn broer’?
Mijn broer is altijd vrolijk.

Question

27
'Wanorde' is een samenstelling.

Question

28
De volgende zin is correct.
We zijn pabostudenten en mogen we u interviewen?

Question

29
Het woord ‘socialisme’ heeft als bepaald lidwoord.

Question

30
Hij heen en weer, want hij is erg onrustig.

Question

31
Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden?

Question

32
Is de volgende zin correct?
Men zegt dat het gaat regenen, maar men zegt zo veel.

Question

33
Wat is een naamwoord?