Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Kun je zinsdelen herkennen door vervangen?

Question

2
Een voorbeeld van ‘weglaten’ is

Question

3
Zij gaat naar huis, want ze is niet lekker. Deze zin is

Question

4
Welk woord is een vrij morfeem?

Question

5
De volgende zin is correct.
In dit programma is een fout opgetreden en het moet worden afgesloten.

Question

6
Gelijkheid in bouw en vorm noem je

Question

7
Welke voegwoorden zijn nevenschikkend?

Question

8
Het woord ‘krijtje’ heeft als bepaald lidwoord.

Question

9
Noemen hoofdtelwoorden een nummer in een reeks?

Question

10
Amsterdam, de hoofdstad, is erg geliefd bij toeristen. ‘Erg’ is een

Question

11
Heeft elke zin een persoonsvorm?

Question

12
Zij rekent op hem. ‘Op hem’ is een

Question

13
De volgende zin is correct.
We denken dat, hoewel hij ziek is, hij komt.

Question

14
Wat is een naamwoord?

Question

15
‘Zijn’ kan een hulpwerkwoord zijn.

Question

16
Het woord ‘zijn’ is een voornaamwoord.

Question

17
Is de volgende zin correct?
Een van de leerlingen die daar staat, heeft ADHD.

Question

18
Zij zoent hem. Het onderstreepte zinsdeel is een voorwerp.

Question

19
Wat is een actieve zin?

Question

20
‘Zijn’ kan een koppelwerkwoord zijn.

Question

21
Dat is het mooiste boek ik ooit las.

Question

22
Wie verlangt naar eer is eer

Question

23
Wat is een voorzetsel?

Question

24
Welke combinatie is correct na ‘en’, ‘maar’ en ‘want’?

Question

25
Welke zinsdelen zijn bijvoeglijke bepalingen?
De lieve juf geeft een moeilijk dictee.

Question

26
Welke woorden zijn koppelwerkwoorden?

Question

27
Als onderwerp gebruik je ‘hun’.

Question

28
Welke voorbeelden zijn correct?

Question

29
Onderschikkende voegwoorden verbinden twee hoofdzinnen met elkaar.

Question

30
Het werkwoord ‘lezen’ is een werkwoord

Question

31
'Waardeloos' is een samenstelling.

Question

32
Wat is een bepaling van gesteldheid?
Hij verfde zijn muren gisteren geel.

Question

33
In plaats van ‘mijn oude oma’ kun je ook zeggen