Questionmark Perception
May 21 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Het voorzetsel in het voorzetselvoorwerp hoort bij het werkwoord in de zin.

Question

2
Zij gaat naar huis, want ze is niet lekker. Deze zin is

Question

3
In een tekst met zinnen van minder dan tien woorden is de zinslengte

Question

4
Het woord ‘onze’ is een voornaamwoord.

Question

5
De volgende zin is correct.
In dit programma is een fout opgetreden en het moet worden afgesloten.

Question

6
Groep acht de musical.

Question

7
Wat is de hoofdzin?
Toen hij belde, sliep ik.

Question

8
Is 'on' een 'vrij' morfeem?

Question

9
Het werkwoord ‘praten’ is een werkwoord

Question

10
Is een 'j' een klinker?

Question

11
Namen van bergen hebben altijd als bepaald lidwoord.

Question

12
Benoem het onderstreepte zinsdeel.
Mijn moeder is maandag jarig.

Question

13
De woordvolgorde bij inversie in een Nederlandse zin is (drie letters)

Question

14
‘Lijmen’ is een hulpwerkwoord.

Question

15
Welke woorden zijn koppelwerkwoorden?

Question

16
Welke woorden zijn voegwoorden?

Question

17
Gisteren ging ze slapen. ‘Gisteren’ is een

Question

18
Wat is een bepaling van gesteldheid?
Moe kwam zij thuis.

Question

19
Wat is een voorzetsel?

Question

20
Ik houd van liedjes.

Question

21
Is het voorzetselvoorwerp van een actieve zin het onderwerp van de bijbehorende passieve zin?

Question

22
Is de volgende zin correct?
Ik neem nooit geen suiker in mijn koffie.

Question

23
‘Worden’ kan een hulpwerkwoord zijn.

Question

24
'Onschuld' is een samenstelling.

Question

25
Welke zinsdelen zijn bijwoordelijke bepalingen?
In de zomer lig ik op het strand.

Question

26
In plaats van ‘de aardige leraar’ kun je ook zeggen

Question

27
Mag je middenin een tekst bij directe rede naar de tegenwoordige tijd overgaan?

Question

28
Kunnen wederkerende voornaamwoorden alleen voorkomen?

Question

29
Welke woorden zijn koppelwerkwoorden?

Question

30
Wat is correct?

Question

31
De auto van mijn vader is mijn auto.

Question

32
Wat is de hoofdzin?
Ik vind dat jij goed werkt.

Question

33
Wat is een actieve zin?