Questionmark Perception
Jul 20 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Welke zinsdelen zijn correcte lijdende voorwerpen?

Question

2
Kun je van alle bijvoeglijke naamwoorden een vergrotende en overtreffende trap vormen?

Question

3
‘Uw’ is een persoonlijk voornaamwoord.

Question

4
Heeft elke zin een persoonsvorm?

Question

5
Welke werkwoorden zijn regelmatig?

Question

6
Welke woorden zijn samenstellingen?

Question

7
De volgende zin is correct.
Hij hoopt, dat de Russen niet komen.

Question

8
Maak van de volgende zinnen één zin.

De studenten mogen naar huis. De studenten zijn klaar met hun portfolio-opdrachten.
De studenten
mogen naar huis.

Question

9
Werkwoorden die alleen in een zin kunnen voorkomen en zelf betekenis hebben, zijn.

Question

10
Welke woorden zijn voegwoorden?

Question

11
Noemen rangtelwoorden een aantal?

Question

12
Wat is het werkwoordelijke gezegde?
Zij leest graag.

Question

13
‘Het gezin’ is:

Question

14
Kun je onderwerp en persoonsvorm in een bijzin van elkaar scheiden?

Question

15
Kun je zelfstandige werkwoorden weglaten uit een zin?

Question

16
Verbinden onderschikkende voegwoorden twee hoofdzinnen?

Question

17
bepalingen geven antwoord op de vraag ‘waar’?

Question

18
Is de volgende tekst correct?
Het was er stoffig. Dat komt door het krijt.

Question

19
Welke zinsdelen zijn bijwoordelijke bepalingen?
Morgen gaan zij daar slapen.

Question

20
Ik geef hem een cd. ‘Hem’ is een

Question

21
Wat is correct?

Question

22
De volgende zin is correct.
We hadden vrij en we zijn naar de markt gegaan.

Question

23
Welke voorbeelden zijn correct?

Question

24
Kun je de betekenis van een 'gebonden' morfeem opzoeken in een woordenboek?

Question

25
Wat is een naamwoord?

Question

26
Wat is een werkwoord?

Question

27
De ondergeschikte bijzin is meewerkend voorwerp in deze zin.
Wie die maar zien wilde, showde hij zijn auto.

Question

28
Welke zinsdelen zijn bijwoordelijke bepalingen?
Morgen ga ik thuis werken.

Question

29
Wat is de persoonsvorm?
Het regent hard.

Question

30
Je mag middenin een tekst van tijd veranderen.

Question

31
Welk woord is een vrij morfeem?

Question

32
Is de volgende zin correct?
Een aantal leerlingen hebben het schoolplein geveegd.

Question

33
Het voorzetsel in het voorzetselvoorwerp hoort bij het