Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Is de volgende zin correct?
Als leerkracht zijnde heb je een mooie taak.

Question

2
Is de volgende zin correct?
Een van de meisjes die daar lopen, is mijn buurmeisje.

Question

3
Het werkwoord ‘koppelen’ is een werkwoord

Question

4
Heeft elke zin een werkwoordelijk gezegde?

Question

5
Verbinden onderschikkende voegwoorden twee hoofdzinnen?

Question

6
Naar iets kleins kijk je met een micro

Question

7
Welk woord is een vrij morfeem?

Question

8
Is de volgende zin correct?
Men roept om hulp, maar ze roepen zo veel.

Question

9
'Zijn' kan een zelfstandig werkwoord zijn.

Question

10
De volgende zin is correct.
In dit programma is een fout opgetreden en moet worden afgesloten.

Question

11
Noemen rangtelwoorden een nummer in een reeks?

Question

12
'Reproduceren' is een samenstelling.

Question

13
Het meewerkend voorwerp begint altijd met een voorzetsel.

Question

14
Wat is een bijwoordelijke bepaling?

Question

15
Wat is de persoonsvorm?
Het regent hard.

Question

16
Is de volgende zin correct?
De vergadering was op een andere datum verzet.

Question

17
Ongelijkheid in bouw en vorm noem je

Question

18
Zij is erg lenig, want zij zit al jaren op ballet. Deze zin is

Question

19
Wat is correct?

Question

20
Het woord ‘jouw’ is een voornaamwoord.

Question

21
Wat is een voorzetsel?

Question

22
In de volgende zin is ‘kunnen’ een
Zij kunnen toneelspelen.

Question

23
Waarom een aantal kinderen niet buiten?

Question

24
Men zegt dat het zo is, maar zo veel.

Question

25
Verbinden nevenschikkende voegwoorden een hoofdzin met een hoofdzin?

Question

26
Ik geef hem een cd. Is ‘hem’ het meewerkend voorwerp?

Question

27
Wat is een actieve zin?

Question

28
Welke zinsdelen zijn bijvoeglijke bepalingen?
Die zwarte school met prima resultaten.

Question

29
In plaats van ‘het lieve meisje’ kun je ook zeggen

Question

30
De ondergeschikte bijzin is onderwerp in deze zin.
De jongen die daar zit, is al tien jaar.

Question

31
Wat is één zinsdeel?
Elke baby huilt bij het wakker worden.

Question

32
Wat is een bijvoegelijke bepaling?
Het huis op de hoek.

Question

33
Welke woorden zijn zelfstandige naamwoorden?