Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Waar of niet waar?
50% van 50 is meer dan 30% van 80.

Question

2
Özlem werkt op zaterdag in een tuincentrum. Hij verdient € 3,25 per uur. Na 8 uur werken heeft hij € verdiend.

Question

3
We hebben een nieuwe auto. Tijdens een proefrit hebbben we 12 liter benzine gebruikt om 174 kilometer te rijden. Er zit nog 7 liter benzine in de tank. Hoeveel kilometer kunnen we nog rijden?

Question

4
Maxim verkoopt oliebollen voor een goed doel. 25% van de opbrengst is voor het goede doel, de rest van het bedrag is voor onkosten. Hij verkoopt 71 oliebollen van € 0,50 per stuk. Hoeveel gaat er naar het goede doel?

Question

5
Reken uit.
100 x 9,2 =

Question

6
Welk getal zit precies tussen 1,9 en 9,1 in?

Question

7
Marieke gaat altijd op de fiets naar school. Ze gaat ook tussen de middag naar huis. Ze fietst 8,48 kilometer per dag.
Joran gaat altijd op de fiets naar school, hij gaat niet tussen de middag naar huis. Hij fietst 4,25 kilometer per dag.
Wie woont het verst van school?

Question

8
Een grote kaas weegt 9,5 kg. Hoeveel stukken van 250 g kan je uit deze kaas snijden?

Question

9
Ongeveer % van de figuur is blauw.

Question

10
Een kwart van alle kinderen in de klas heeft een hond. Een derde heeft een kat. Een derde heeft een ander huisdier. Niemand heeft twee of meer huisdieren.
2 kinderen hebben geen huisdier.
Er zitten
kinderen in de klas.