Questionmark Perception
Dec 11 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Om het budgetrecht waar te maken, moet het parlement jaarlijks akkoord gaan met de door de regering ingediende rijksbegroting voor het daaropvolgende jaar.
Welke functie van de begroting is daarbij in het geding?

 

Question

2
De uitgaven van de centrale overheid bedroegen in 2014 alles bij elkaar 267 miljard euro of wel ruim 40% van het bruto binnenlands product (bbp) van dat jaar. (bron: Miljoenennota 2014)
Aan welke post op de begroting van de centrale overheid werd in 2014 het meeste geld uitgegeven?

Question

3
De ontvangsten van de centrale overheid bedroegen in 2014 ongeveer 249 miljard euro. (Bron: Miljoenennota 2014)
Welke twee categorieën ontvangsten waren in grootte veruit het belangrijkst?



Question

4
De ontvangsten van het Rijk bestaan uit belastingen en zogeheten niet-belastingen.
In welk van de onderstaande gevallen is geen sprake van een niet-belastingontvangst?


Question

5

Volgens een studie van het Centraal Planbureau (CPB) over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën moet de overheid vanaf 2015 een begrotingsoverschot hebben van 1,5 procent van het bruto binnenlands product.
Welke ontwikkeling maakt het creëren van dit overschot noodzakelijk?

Question

6
Voor een bepaald jaar zijn voor de overheid de volgende gegevens bekend (zie tabel).
Hoe groot was op basis van deze gegevens het vorderingensaldo van de overheid?


Question

7
Voor een bepaald jaar zijn voor de overheid de volgende gegevens bekend (zie tabel).
Met welk bedrag neemt in het betreffende jaar de staatsschuld toe of af?


Question

8

Bij de rijksbegroting hanteert men het beginsel dat mee- en tegenvallers bij de opbrengst van belastingen en sociale premies 'in het vorderingen saldo mogen lopen'.

Waarom werkt dit beginsel als een automatische conjunctuurstabilisator?

Question

9
In de periode 1990-2007 daalde de zogeheten EMU-schuldquote van bijna 80 procent naar 47 procent van het bbp om vervolgens weer op te lopen naar 74 procent in 2014.
Wat was de voornaamste oorzaak van de stijging na 2007?