Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1

Deze vraag gaat over hoeken.

De hoek tussen een grote en kleine wijzer bij 3 uur is 90 graden.

Hoe groot is de hoek op deze wekker tussen de twee wijzers (in graden)?

Question

2
De formule voor de omtrek van een cirkel luidt:
Omtrek = 2 x π x straal
Wat is ongeveer de middellijn van een cirkel met een omtrek van 1 m?

Question

3
Als deze figuur op een twee keer zo grote schaal getekend wordt, hoeveel groter wordt dan de oppervlakte?

Question

4
Een auto rijdt met een snelheid van 108 km/uur. Langs de weg staat een waarschuwing:
'Houd 2 seconden afstand!' (Dat wil zeggen: 'Zorg voor een onderlinge afstand die je met deze snelheid in 2 of meer seconden aflegt'.)

Welke afstand moet deze auto minstens tot zijn voorganger houden?

Question

5
Dagelijks verbruikt ons gezin ongeveer 300 liter water. Aan het eind van het jaar wordt de rekening opgesteld. Een kubieke meter water kost € 1,75.
Hoeveel moeten we betalen voor ons jaarverbruik?

Question

6
In een museum staan vitrines opgesteld. De beide suppoosten A en B zijn in de schets aangegeven.

Op
hebben beide suppoosten geen zicht.

Question

7

Op de 1000 meter haalt een schaatser een tijd van 1 minuut en 8 seconden.

Zijn schaatssnelheid op deze afstand is...

Question

8
Vanuit verschillende kijkpunten wordt naar de drie gebouwen gekeken.

Welk antwoord klopt?

Question

9
Afgelopen zomer is er veel regen gevallen. Zo ook in Roosendaal, waar een dak met een oppervlakte van zo'n 1000 vierkante meter instortte onder het gewicht van het water, dat niet snel genoeg kon weglopen in de regenafvoer.

Stel je voor, dat het water vlak voor het instorten twee centimeter hoog stond op het hele dak van de sporthal, welke van onderstaande berekeningen is dan de juiste?

Question

10
Naïma rijdt op de snelweg naar het zuiden. Bij het knooppunt Hoevelaken slaat hij af, zoals op de afbeelding is aangegeven.
Welke beschrijving is juist?