Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
In een museum staan vitrines opgesteld. De beide suppoosten A en B zijn in de schets aangegeven.

Op
hebben beide suppoosten geen zicht.

Question

2
Als deze figuur op een twee keer zo grote schaal getekend wordt, hoeveel groter wordt dan de oppervlakte?

Question

3
Dagelijks verbruikt ons gezin ongeveer 300 liter water. Aan het eind van het jaar wordt de rekening opgesteld. Een kubieke meter water kost € 1,75.
Hoeveel moeten we betalen voor ons jaarverbruik?

Question

4
In beide slaapkamers wordt tapijt gelegd. Het tapijt kost € 97,- per strekkende meter (4 meter breed). Hoeveel kost dit?



Dit kost €
.

Question

5
Welke bewering is de juiste?

Question

6
Naïma rijdt op de snelweg naar het zuiden. Bij het knooppunt Hoevelaken slaat hij af, zoals op de afbeelding is aangegeven.
Welke beschrijving is juist?

Question

7
Vanuit verschillende kijkpunten wordt naar de drie gebouwen gekeken.

Welk antwoord klopt?

Question

8

Je staat in een kledingzaak en kijkt in de spiegel.

Welke bewering klopt?

Question

9
Je ziet hier een bouwwerk gemaakt met 7 dobbelstenen. Vanuit aanzicht D kun je niet exact het aantal ogen weten.

Wat is het minimale aantal ogen vanuit D?

Question

10

Op de 1000 meter haalt een schaatser een tijd van 1 minuut en 8 seconden.

Zijn schaatssnelheid op deze afstand is...