Questionmark Perception
Dec 11 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction


Quickscan VWO Nederlands

Question

De vragen in de quickscan vwo Nederlands gaan allemaal over alinea 1 t/m 6 en alinea 11 t/m 16 van onderstaande tekst. Tussen alinea 6 en 11 is een gedeelte van de oorspronkelijke tekst weggelaten, omdat hierover geen vragen gesteld worden.
Kijk per vraag over welk deel van de tekst de vraag gesteld wordt.

Duldzaamheid uit dankbaarheid

  1. Tolerantie is een onvolmaakte deugd voor een onvolmaakte samenleving. In de hedendaagse discussie wordt vaak betwijfeld of tolerantie wel tot de deugden gerekend kan worden. Waarom is tolerantie een onvolmaakte deugd? Omdat een wezenlijk kenmerk van tolerantie is dat je iets toelaat wat je in feite afkeurt. Omdat hetgeen je afkeurt toch plaatsvindt, kun je over het resultaat niet erg enthousiast worden. Er blijft bij tolerantie toch altijd iets knagen. Dit in tegenstelling tot andere deugden zoals moed, rechtvaardigheid en dankbaarheid, waarbij je van binnenuit tevreden, onbekommerd blij kunt zijn als je ze beoefent. Voor een onvolmaakte samenleving: een samenleving waarin allerhande conflicten plaatsvinden en meningen botsen. In de hedendaagse samenleving doemen allerlei vragen op met betrekking tot tolerantie: mag een culturele minderheid eigen opvoedingsmethoden toepassen, ook als die niet stroken met in de dominante cultuur vastgelegde normen? Mag je of moet je porno op Internet verbieden? Of moet alles kunnen?
  2. Tolerantie heeft een paradoxaal karakter. Wezenlijk is dat je iets toelaat of iets laat gebeuren, wat je om een of andere reden niet juist acht. Iets toelaten wat je goed vindt, daar is geen kunst aan. Iets toelaten wat je volmaakt koud laat (bijvoorbeeld het geloof in UFO's), valt ook al niet als deugdzaam te kwalificeren. In mijn voorlopige omschrijving komen twee aspecten naar voren: het handelingsaspect (het niet verhinderen) en het object van het toelaten (er is iets wat getolereerd wordt).
  3. Het handelingsaspect sluit aan bij onze dagelijkse ervaring. Ik rook bijvoorbeeld zelf niet, ben er zelfs fel tegen. Ik krijg gasten op bezoek, in mijn eigen huis, zodat ik het in mijn macht heb hun te verbieden een sigaar of sigaret op te steken. Toch doe ik het niet: ik weerhoud mezelf ervan om anderen te weerhouden om iets te doen wat ik zelf afkeur. Tolereren is niet handelen, niet handelend optreden, ergens niet op staan als het in je vermogen ligt iets te verbieden of tegen te houden. Vandaar deze omschrijving van tolerantie: het onderdrukken van de neiging om anderen te onderdrukken. Het hangt vaak van allerlei redenen af of we te maken hebben met tolerantie of met onverschilligheid, met gedogen of met pragmatisme. Stel, ik hou niet van geitenharen sokken en sandalen onder een net blauw pak en toch komt er een jongeman bij ons thuis, de vriend van mijn dochter, die dit alles aanheeft. Ik laat om pragmatische redenen niet merken en vertoon zelfs blijdschap als hij in deze foute outfit om de hand van mijn dochter komt vragen. Beoefen ik nu een deugd? Nee, volgens de Engelse ethica Mary Warnock, aan wie ik dit voorbeeld ontleen, is er pas sprake van 'tolerantie als deugd' als het getolereerde een duidelijke morele afkeuring krijgt.
  4. In deze benadering ligt aan tolerantie als deugd een bepaald motief ten grondslag om moreel afkeurenswaardig gedrag toch toe te laten op basis van respect voor de autonomie van de ander. De abortuskwestie is hier een goed voorbeeld van. Tegenstanders zijn tolerant indien ze het laten verrichten van abortus toestaan aan anderen, hoewel ze dit zelf afkeuren. Omgekeerd zijn diegenen die het een persoonlijk recht vinden van de vrouw om over het wel of niet geboren laten worden van een vrucht zelf te beslissen, tolerant als ze met respect voor de opvattingen van de anderen de pro life-demonstraties niet verstoren en het gesprek over wederzijdse opvattingen aangaan. Voor beide partijen blijft er iets onverteerbaars, maar toch stelt men zich tolerant op. Het klinkt tegenstrijdig: de onvolmaakte deugd in een onvolmaakte samenleving moeten eigenlijk door volmaakte mensen worden beoefend, wil er nog iets van deugen.
  5. Nu komt ik op het tweede aspect van tolerantie: het getolereerde. Is alles te verdragen? De omschrijving van tolerantie als het onderdrukken van de neiging om te onderdrukken is slechts de helft van het verhaal. Er zijn zaken die absoluut niet te tolereren zijn, waarbij dus ook niet niet opgetreden dient te worden. Bij nader inzien blijkt tolerantie als deugd slechts een smalle strook van handelingen te betreffen. Aan de ene kant van de strook vinden we al die gedragingen die onder geen omstandigheid geduld kunnen worden, aantastingen van de persoonlijke integriteit van de mensen. De grenzen van tolerantie vallen tegenwoordig naar mijn mening zo goed als samen met het eerbiedigen van de rechten van de mens. Ze hebben als zodanig ook een juridische erkenning gekregen.
  6. Aan de andere kant van de smalle strook van tolerantie vallen die toestanden, opvattingen of gedragingen die helemaal niets afkeurenswaardigs hebben. Het tolereren van iets wat helemaal niet afkeurenswaardig is, kan wel voor een bepaalde persoon een hele prestatie zijn en maatschappelijk nut hebben, maar het is de vraag of het als deugd valt aan te merken. Het begrip tolerantie is bijvoorbeeld ongepast als het gaat om de houding jegens leden van etnische minderheden. Deze groepen willen niet slechts 'getolereerd' worden; ze hebben immers als leden van de Nederlandse samenleving een volledig recht om hier te zijn. Elke etnische groepering heeft recht van bestaan, zodat het tolereren van minderheden niet als een deugd gezien kan worden, want waar recht komt, verdwijnt de deugd.

  7. ...

  8. ...

  9. ...

  10. ...

  11. In de analyse van het begrip tolerantie legde ik de nadruk op het onderdrukken van de neiging om anderen te onderdrukken. Een tweetal elementen kan daarbij onderscheiden worden: enerzijds ervaar je iets onaangenaams en heb je de neiging iets aan die onaangename ervaring te doen, anderzijds verdraag je het onaangename, niet uit onmacht of onverschilligheid, maar uit respect voor iemand anders' keuze, levenshouding, levensinrichting (inclusief het onaangename gedrag). Tegelijkertijd probeer je het onaangename gedrag wel ter sprake te brengen, te veranderen door middel van overtuiging.
  12. Deze gedragsomschrijving kunnen we toepassen op het gedrag van daklozen. Is dat onaangenaam? Ja, soms wel: hun aanzien, haveloze kledij en geur ervaar ik als niet prettig. Ook ergert me het feit dat ze er in onze goed verwarmde verzorgingsstaat kennelijk niet in slagen mee te doen of een plaats te vinden in onze opvanginstituten. Bedelen zou in onze verzorgingsstaat eigenlijk niet moeten plaatsvinden. Ik ervaar het dus als onaangenaam, maar toch aanvaard ik hun gedrag uit respect voor hun persoon. Ik probeer vervolgens in gesprek te komen (niet elke dag, maarwel regelmatig). Ik wil ze niet (laten) opjagen naar de uithoeken van de stad. Alledaagse tolerantie geeft ruimte aan daklozen.
  13. Het tweede geval: het gedrag van hangjongeren, speciaal als zij in groepen rondhangen en van allochtone herkomst zijn. De definitie van de situatie is hier belangrijk. Het rondhangen op pleinen zien deze jongeren als 'gewoon vrije tijd', maar wij, autochtone ouderen, beschouwen het als samenscholingen of als bedreigende activiteiten. Hierop wil ik eveneens de toets der alledaagse tolerantie toerpassen. Onaangenaam? In zekere zin, ja. Ze doen wat ze in hun cultuur altijd al deden: in de openbare ruimten kletsen en rondhangen. Interculturele beoordelingsverschillen worden hier gemakkelijk over het hoofd gezien, met als gevolg de kans op self-fulfilling prophecies: omdat deze jongeren als bedreigend worden ervaren, worden ze achterdochtig en gaan ze anderen bedreigen. Het alledaagse leven kent veel van deze ongewone situaties waar alledaagse tolerantie een antwoord op kan zijn. Laat het gebeuren, onderdruk het niet, uit respect voor de andere levenswijze. Maar bespreek het wel; laat surveillerende politieagenten en allochtone jongeren regelmatig met elkaar deze misverstanden en meningsverschillen uitpraten.
  14. Vervolgens de alledaagse vernieling en 'versiering' van gebouwen (graffiti). Wat voor de één versiering is, een daad van allerdiepste expressie, is voor een ander vernieling. Er spelen soortgelijke beoordelingsverschillen als bij het rondhangen. Onaangenaam? Ja, vaak wel, vanwege het vervuilende karakter ervan. Maar het is te verdragen. Vooral in een grote stad moet veel verdragen worden: stuitende rijkdom naast schrijnende armoede, uitpuilende seksshops, opdringerige reclames, body culture, lawaai, stank en overlast, weggegooide spuiten en condooms, op jacht zijnde en weggejaagde junks, in de weg staande auto's. In de stad komt de vraag naar het fysiek onverdraaglijke dichterbij.
  15. En tot slot het in elkaar trappen van fietsen of in brand steken van eigendommen en het aantasten van de lichamelijke integriteit. Dergelijke voorvallen staan in verband met het ontstaan van geweld in de binnenstad. Het niet tolereren van deze vorm van vandalisme leidde tot geweld, zelfs met dodelijke afloop. In de grote theorie van tolerantie, de klassieke tolerantie, ligt hier ook het kernprobleem: waar moet men de grens trekken van tolerantie? Het antwoord hierop heb ik al eens eerder geformuleerd: Bij de aantasting van de mensenrechten en de lichamelijke integriteit van personen. Tolerantie is geen onverschilligheid. Deze grens geldt in principe ook voor de kleine verdraagzaamheid van alledag. Het in elkaar trappen van een fiets en het in brand steken van eigendommen vallen niet binnen de zone van verdraagzaamheid. Het nieuwe, uit New York afkomstige politiebegrip zero-tolerance is hier op zijn plaats, met als consequentie dat de politie de zware taak krijgt om al deze veel voorkomende gebeurtenissen daadwerkelijk tegen te gaan of te controleren. Vaak lukt dat niet en dan komt iets wat op tolerantie lijkt voort uit pure onmacht.
  16. De conclusie uit deze vier gevallen, die bewust in een oplopende reeks van ernst zijn gepresenteerd, is dat het wel degelijk mogelijk is om te komen tot een beredeneerde afbakening van te tolereren en niet meer te tolereren gedragingen. Tolerantie is het vermogen om de neiging anderen en het andere weg te drukken, zelf te onderdrukken. Dit vermogen wordt bevorderd door zelfkennis: waar komen de neiging en angst voor het vreemde en het andere eigenlijk vandaan? Door alledaagse tolerantie kan deze zelfkennis toenemen, zoals omgekeerd de tolerantie kan toenemen door praktisch gegroeide zelfkennis: "Ik had ook wel dakloos kunnen worden". De meeste moeite heb ik om me te verplaatsen in een situatie waarin ook ik de integriteit van andere personen grof zou kunnen aantasten. Maar dat is dan ook precies het gedrag dat ligt 'over de grens van het tolereerbare' heen.


Question

1
Alinea 1 t/m 6 en 11 t/m 16.

Met welk doel heeft de schrijver deze tekst geschreven?

Question

2
Alinea 1 t/m 6 en 11 t/m 16.

Dit tekstgedeelte is ...

Question

3
Alinea 1 t/m 6 en 11 t/m 16.

De hoofdgedachte van dit tekstgedeelte is ...

Question

4
Alinea 11 t/m 16.

Welk functiewoord is van toepassing op ...

Question

5
Alinea 3.

Volgens de schrijver is er pas sprake van tolerantie als deugd 'als het getolereerde een duidelijk morele afkeuring krijgt.' (alinea 3).
Welke functie heeft het geciteerde zinsgedeelte in de redenering van de schrijver?

Question

6
Alinea 3 en 4.

Stel, je accepteert een wet die euthanasie onder bepaalde omstandigheden toestaat, terwijl je er zelf principieel tegen bent
.Is dit een goed voorbeeld van tolerantie als deugd, zoals bedoeld in de tekst?

Question

7
Alinea 3.

Welk soort argument gebruikt de schrijver in het tekstgedeelte 'Het handelingsaspect ... tegen te houden.'?

Question

8
Alinea 3.

Welk soort argument gebruikt de schrijver in het tekstgedeelte 'Stel, ik ... afkeuring krijgt.' ?

Question

9
Alinea 3 en 4.

Welk soort argument gebruikt iemand die abortus afkeurt, volgens de schrijver?

Question

10
Alinea 1.

Er worden vier typen redeneringen onderscheiden.
Welk type redenering gebruikt de schrijver in alinea 1?

Question

11
Alinea 5.

Er worden verschillende soorten drogredenen onderscheiden.
'Er zijn zaken die absoluut niet te tolereren zijn, waarbij dus ook niet niet opgetreden dient te worden.' (alinea 5).
Dit citaat is in alinea 5, los van de rest van de tekst beschouwd, een drogreden.

Question

12
Klik het type het type argument aan dat in de volgende zinnen wordt gebruikt.