Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Wat gebeurt er bij osmose?




Question

2
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
De afvalstoffen die het urinewegstelsel uitscheidt zijn onder andere ureum, zouten en koolstofdioxide.
De door de schildklier afgegeven hormonen worden door het darmkanaal naar de cellen vervoerd.
In de hersenen wordt koolstofdioxide opgenomen in het bloed en zuurstof afgestaan aan de hersencellen.
In de longen wordt koolstofdioxide uit het u.m. opgenomen en aan het i.m. afgegeven.




Question

3
Waar bevindt zich het meeste water in het lichaam van de standaardmens?




Question

4

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

In de lever vindt gluconeogenese plaats.
In de lever vindt opslag van vetten en glucose plaats.
In de lever vindt aanmaak van cholesterol plaats.
De lever is in staat nieuwe eiwitten te vormen.
In de lever vindt aanmaak van rode bloedcellen plaats.
De lever scheidt de gal rechtstreeks in het duodenum af.
In de lever wordt ureum omgezet in ammoniak.
In de lever worden giftige stoffen onwerkzaam gemaakt.




Question

5
Wat verstaat men onder homeostase?




Question

6
Wat kan de oorzaak zijn van vochtophoping (oedeem) in de weefsels?





Question

7
Hoe hebben de hormonen ADH en aldosteron invloed op de bloeddruk?




Question

8

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Hoe meer het formatio reticularis geprikkeld wordt, hoe inactiever het lichaam wordt.
De nervi craniales behoren tot de hersenstam.
De nucleus ruber en de nucleus nigra liggen in het mesencephalon.
Functionele centra die de homeostase in het lichaam beïnvloeden, liggen in het verlengde merg.
De medulla oblongata bevat schakelcentra van de extrapiramidale banen.
De decussatio pyramidum ligt in de pons cerebri.
De formatio reticularis omvat delen van het mesencephalon, de pons en de medulla oblongata.




Question

9

Hoe komt het dat er altijd geconjugeerde bilirubine in je bloed zit?




Question

10
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Hydrocortison stimuleert de vorming van antistoffen.
Hydrocortison is een antagonist van insuline.
Hydrocortison verhoogt de glucoseconcentratie van het bloed.
Hydrocortison werkt remmend op ontstekingsverschijnselen.
Hydrocortison koppelt de ACTH-aanmaak positief terug.
Onder invloed van stress wordt door het bijniermerg meer hydrocortison afgegeven.