Questionmark Perception
Oct 16 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Wat is van toepassing op de anatomische houding, zoals gehanteerd in de functionele anatomie? Er zijn meer antwoorden mogelijk.




Question

2
Kies het juiste antwoord.

Bij een van een buisvormige structuur ontstaan twee gootjes.
Een
loopt evenwijdig aan het lichaam of delen daarvan.
Het medio-sagittale vlak dat het lichaam in tweeën deelt, heet het
.
Een dwarsdoorsnede wordt een
genoemd.
Elk frontaal vlak staat loodrecht op een
.




Question

3
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

4
Beantwoord de volgende vragen:





Question

5
Bekijk onderstaande afbeelding.




Kies het juiste begrip.





Question

6
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Met flexie wordt een strekbeweging aangeduid.
Bij palmaire flexie bewegen de vingers in de richting van de handpalm.
Flexie is het tegengestelde van extensie.
Het tegengestelde van supinatie is pronatie.
Bij supinatie draai je de handpalmen naar beneden.
De beweging van de voet richting de wreef wordt lateroflexie genoemd.




Question

7
Hoe noem je de draaibeweging van het been naar buiten?




Question

8
De arteriae cerebri anterior verzorgen vooral het voorste deel van de grote hersenen. Welk deel van de hersenen wordt verzorgd door de arteriae cerebri posterior?




Question

9
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Met ventraal kun je de voorkant van het lichaam aangeven.
De elleboog ligt proximaal van de pols.
Perifeer betekent aan het uiteinde gelegen.
In de wervelkolom liggen de nekwervels caudaal van de borstwervels.
De ligging van de navel is superior aan het hoofd.
Het schouderblad ligt mediaal van het borstbeen.




Question

10
Het lichaam wordt globaal ingedeeld in drie delen, die grote functionele en anatomische verschillen met elkaar vertonen. Welke drie delen worden hier bedoeld?




Question

11
Kies de juiste antwoorden.

Het hart ligt ter hoogte van de
In de nek ligt de
De nieren liggen ter hoogte van de grens tussen de thoracale en de
Het diafragma ligt halverwege de




Question

12
Een bouwelement van het lichaam, zoals een bovenbeen, bestaat uit een deel van het skelet met de bijbehorende weke delen. Geef de juiste volgorde van onderstaande weefsels aan, van binnen naar buiten, bij transversale doorsnede van het bovenbeen.





Question

13
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.





Question

14
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Het hart en de longen liggen in de borstholte.
De ruimte tussen de longen heet het diafragma.
De nieren, darmen, lever en urinewegen liggen in de buikholte.
Bij de vrouw liggen de geslachtsorganen in de bekkenholte.
Het wervelkanaal omvat de zenuwen van het perifere zenuwstelsel.
De schedelholte omvat het hele centrale zenuwstelsel.




Question

15
Uit welke structuren bestaat de thorax?





Question

16
Welke organen liggen in het mediastinum?





Question

17
Wat is van toepassing op een sereus vlies? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

18
Vul in. Kies uit: viscerale of pariëtale.

Van een sereus vlies wordt het binnenblad het
blad genoemd.
Het buitenblad van een sereus vlies heet het
blad.
Het
blad van de pleura is met de longen vergroeid.
Het
blad van de pleura wordt het longvlies genoemd.
Het
blad van het peritoneum is vergroeid met de buikwand.




Question

19
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

20
Wat is het hilum van een orgaan?




Question

21
Wat zijn intraperitoneale organen?




Question

22
Kies de juiste antwoorden.