Questionmark Perception
Dec 15 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Verdubbeling van de chromatiden vindt plaats vlak voor ze vanuit het equatoriale vlak uit elkaar worden getrokken.
De functie van het centrosoom is de vorming van trekdraden tijdens de mitose.
Alle cellen in het menselijk lichaam bevatten 46 chromosomen.
Tijdens de celcyclus duurt de delingsfase altijd veel langer dan de groeifase.
Een cel met 2 x 23 chromosomen is een diploïde cel.




Question

2
Wat zijn intraperitoneale organen?




Question

3
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

I De bouw van een orgaansysteem bepaalt de functiemogelijkheden van dat orgaansysteem.
II Delen van het lichaam die gemist kunnen worden (bijvoorbeeld de keelamandelen) hebben geen functie.




Question

4
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

5
Sleep de juiste cijfers naar de juiste plaats.

1 Chromosomen rangschikken zich in het equatoriale vlak.
2 Kernmembraan verschijnt.
3 Kerninhoud is egaal, chromosomen zijn niet te zien.
4 Chromatiden despiraliseren en de cel snoert in; de groeifase kan beginnen.
5 Chromosomen worden uit elkaar getrokken.
6 Centriolen vormen spoeldraden.
7 Verdubbelde chromosomen zijn zichtbaar en bestaan elk uit twee chromatiden.




Question

6
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

7
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Stamcellen houden het vermogen hun hele bestaan mitose uit te voeren.
Alleen bloed- en botcellen kunnen in een volwassen mens vervangen worden.
Een kraakbeencel, een zaadcel en een zintuigcel zijn voorbeelden van cellen die niet meer kunnen delen.
Door ziekte verdwenen spiercellen kunnen uit ongedifferentieerde stamcellen bijgemaakt worden.
Dekcellen kunnen bij verlies bijgemaakt worden.
Tot zenuwcellen gedifferentieerde cellen houden het vermogen om te delen.




Question

8
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

De beweging van de voet richting de wreef wordt lateroflexie genoemd.
Flexie is het tegengestelde van extensie.
Bij supinatie draai je de handpalmen naar beneden.
Met flexie wordt een strekbeweging aangeduid.
Bij palmaire flexie bewegen de vingers in de richting van de handpalm.
Het tegengestelde van supinatie is pronatie.




Question

9
Waarom wordt bloed tot de steunweefsel gerekend?




Question

10
De onderzoeksmethode waarbij de buitenkant van (een deel van) het lichaam geobserveerd wordt, noem je ...