Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Wat zijn intraperitoneale organen?




Question

2
Hieronder zie je drie soorten bindweefsel.
Kies het juiste antwoord.


afbeelding 1

afbeelding 2

afbeelding 3





Question

3
Kies het juiste antwoord.

Bij een van een buisvormige structuur ontstaan twee gootjes.
Een
loopt evenwijdig aan het lichaam of delen daarvan.
Het medio-sagittale vlak dat het lichaam in tweeën deelt, heet het
.
Een dwarsdoorsnede wordt een
genoemd.
Elk frontaal vlak staat loodrecht op een
.




Question

4
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

5
Waarom wordt bloed tot de steunweefsel gerekend?




Question

6
Welke van de hier genoemde functies zijn niet van toepassing op het circulatiestelsel?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

7
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

De celmembraan bestaat uit een rij aaneengesloten eiwitmoleculen.
Cholesterol is een onmisbaar bestanddeel in de celmembraan.
De celmembraan is uitsluitend permeabel voor voedingsstoffen.




Question

8
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
De dendrieten van zenuwcellen zijn omgeven door een myelineschede.
Gliacellen zijn gespecialiseerde neuronen.
Een zenuwcel heeft meerdere dendrieten, maar slechts één axon.
De impulsrichting in de axon is van het zenuwcellichaam af.
De myelineschede rond een axon wordt door het neuron zelf gevormd.




Question

9
Wat is de basaalmembraan?




Question

10
Bekijk onderstaande afbeelding.


Vul achter elk cijfer het juiste begrip in.