Questionmark Perception
Oct 15 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
10 = 1 l

Question

2
Thijs moet € 78,20 betalen. Hij geeft € 100. Hij krijgt € , terug.

Question

3
Steeds 10 keer zo klein.
Maak het rijtje af.
20 000 -
- - -

Question

4
Steeds keer 10.
Maak het rijtje af.
6 - 60 -
- -

Question

5
cm = 1 dm

Question

6
Wahan heeft briefjes van 5 euro, 2 van 10 euro en 1 van 50 euro. Hij heeft in totaal € 85.

Question

7
Mieke moet € , betalen. Ze geeft € 100. Ze krijgt € 9,10 terug.

Question

8
dm = 30 m

Question

9
10 ml = 1

Question

10
Lily heeft 8 briefjes van 10 euro , van 20 euro en 1 van 100 euro. Ze heeft in totaal € 220.