Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
100 = 1 dl

Question

2
Steeds keer 10.
Maak het rijtje af.
9 - 90 -
- -

Question

3
Robert moet € 28,90 betalen. Hij geeft € 100. Hij krijgt € , terug.

Question

4
Wahan heeft briefjes van 5 euro, 2 van 10 euro en 1 van 50 euro. Hij heeft in totaal € 85.

Question

5
1000 = 1 l

Question

6
Steeds 10 keer zo klein.
Maak het rijtje af.
50 000 -
- - -

Question

7
10 = 1 m

Question

8
Irene heeft briefjes van 5 euro, 5 briefjes van 10 euro en 4 briefjes van 20 euro. Zij heeft in totaal € 145.

Question

9
Aisha moet € , betalen. Ze geeft € 100. Ze krijgt € 32,90 terug.

Question

10
20 m = 2000