Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
50 cm = 5

Question

2
Vanessa moet € , betalen. Ze geeft € 100. Ze krijgt € 54,70 terug.

Question

3
10 = 1 l

Question

4
Irene heeft briefjes van 5 euro, 5 briefjes van 10 euro en 4 briefjes van 20 euro. Zij heeft in totaal € 145.

Question

5
Steeds 10 keer zo klein.
Maak het rijtje af.
100 000 -
- - -

Question

6
Marjet moet € , betalen. Ze geeft € 100. Ze krijgt € 18,40 terug.

Question

7
dm = 30 m

Question

8
Thera heeft 29 munten van 2 euro en 12 briefjes van 5 euro. Ze heeft in totaal € .

Question

9
10000 ml = l

Question

10
Steeds keer 10.
Maak het rijtje af.
3 - 30 -
- -