Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
Aisha moet € , betalen. Ze geeft € 100. Ze krijgt € 32,90 terug.

Question

2
Hoeveel liter water kan er ongeveer in een emmer?

Question

3
10 = 1 l

Question

4
dm = 30 m

Question

5
Irene heeft briefjes van 5 euro, 5 briefjes van 10 euro en 4 briefjes van 20 euro. Zij heeft in totaal € 145.

Question

6
1000 cm = m

Question

7
Steeds keer 10.
Maak het rijtje af.
5 - 50 -
- -

Question

8
Wahan heeft briefjes van 5 euro, 2 van 10 euro en 1 van 50 euro. Hij heeft in totaal € 85.

Question

9
Steeds 10 keer zo klein.
Maak het rijtje af.
30 000 -
- - -

Question

10
André moet € 34,50 betalen. Hij geeft € 50. Hij krijgt € , terug.