Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
Aisha moet € , betalen. Ze geeft € 100. Ze krijgt € 32,90 terug.

Question

2
Dick heeft evenveel briefjes van 5 euro als van 10 euro. Hij heeft in totaal € 90. Hij heeft dan van elk briefjes.

Question

3
Hoeveel liter water kan er ongeveer in een emmer?

Question

4
Marjet moet € , betalen. Ze geeft € 100. Ze krijgt € 18,40 terug.

Question

5
100 = 1 m

Question

6
Steeds 10 keer zo klein.
Maak het rijtje af.
10 000 -
- - -

Question

7
Steeds keer 10.
Maak het rijtje af.
5 - 50 -
- -

Question

8
20 m = 2000

Question

9
Irene heeft briefjes van 5 euro, 5 briefjes van 10 euro en 4 briefjes van 20 euro. Zij heeft in totaal € 145.

Question

10
ml = 10 cl