Questionmark Perception
Oct 20 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Vul in: anabole of katabole

Biochemische reacties in de cel waarbij grotere moleculen in kleinere worden omgezet en waarbij energie beschikbaar komt noem je
reacties.
Biochemische reacties in de cel waarbij kleinere moleculen in grotere worden omgezet en waarbij energie nodig is noem je
reacties.
Als in de cel assimilatie plaatsvindt gaat dat gepaard met
reacties.
Als in de cel dissimilatie plaatsvindt gaat dat gepaard met
reacties.




Question

2
Wat is van toepassing op enzymen?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

3
Wat is de optimumtemperatuur van de meeste enzymen in het menselijk lichaam?




Question

4
Vul achter elk cijfer het juiste begrip in.






Question

5
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

6
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Cholesterol is een onmisbaar bestanddeel in de celmembraan.
De celmembraan bestaat uit een rij aaneengesloten eiwitmoleculen.
De celmembraan is uitsluitend permeabel voor voedingsstoffen.




Question

7

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.

 





Question

8
Wat gebeurt er bij osmose?




Question

9
De cel wisselt continu stoffen met zijn omgeving uit. Welke van de hieronder genoemde begrippen hebben betrekking op actief transport via de celmembraan?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.





Question

10
Wat gebeurt er met levende cellen als je die in een hypertone oplossing legt? 





Question

11
Wat is een functie van de celkern?




Question

12
Vul in: DNA of RNA.

In het  ligt de codering van de te vormen eiwitten besloten.
De vier stikstofbasen van
zijn adenine, thymine, cytosine en guanine.
heeft de stikstofbase uracil in plaats van thymine.
komt alleen voor in de celkern.




Question

13
Wat zijn chromosomen?





Question

14
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Ribosomen spelen een belangrijke rol bij de eiwitsynthese.
ADP is het belangrijkste product van de aerobe dissimilatie.
De celstofwisseling speelt zich voornamelijk af in het intercellulaire milieu.
Lysosomen bestaan uit een netwerk van membranen.
Het golgicomplex werkt nauw samen met het endoplasmatisch reticulum.
Mitochondriën zijn betrokken bij de energieproductie van de cel.




Question

15
Sleep de juiste letter naar de juiste plaats.

a codon
b anticodon
c mRNA gaat vanuit de kern naar het cytoplasma
d het ribosoom loopt het mRNA af, waarbij nieuwe aminozuren aan de polypeptidenketen worden gehecht
e tRNA gaat weer terug om een nieuw aminozuur aan zich te hechten
f nieuw gevormd eiwit
g tRNA met een aminozuur
h tRNA hecht zich op het ribosoom even aan mRNA.
i losse aminozuren in het cytoplasma
j DNA in de kern dient als matrijs voor de opbouw van mRNA
k mRNA vastgehecht aan een ribosoom




Question

16
Cellen hebben een levenscyclus die in drie fasen te verdelen is. Een daarvan is de functionele fase. Hoe is deze fase het best te omschrijven?





Question

17
Sleep de juiste cijfers naar de juiste plaats.

1 Chromosomen rangschikken zich in het equatoriale vlak.
2 Kernmembraan verschijnt.
3 Kerninhoud is egaal, chromosomen zijn niet te zien.
4 Chromatiden despiraliseren en de cel snoert in; de groeifase kan beginnen.
5 Chromosomen worden uit elkaar getrokken.
6 Centriolen vormen spoeldraden.
7 Verdubbelde chromosomen zijn zichtbaar en bestaan elk uit twee chromatiden.




Question

18
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
De functie van het centrosoom is de vorming van trekdraden tijdens de mitose.
Alle cellen in het menselijk lichaam bevatten 46 chromosomen.
Verdubbeling van de chromatiden vindt plaats vlak voor ze vanuit het equatoriale vlak uit elkaar worden getrokken.
Een cel met 2 x 23 chromosomen is een diploïde cel.
Tijdens de celcyclus duurt de delingsfase altijd veel langer dan de groeifase.




Question

19
Hieronder staan enkele fasen van de mitose. Zet de fasen in de goede volgorde.





Question

20
Cytostatica zijn stoffen die delende cellen remmen of stoppen in hun activiteit. Ze worden toegediend bij patiënten met een kwaadaardige tumor. Enkele celtypen in het lichaam van een volwassen mens zijn:

1 cellen in de stratum germinativum van de huid
2 neuronen in het centrale zenuwstelsel
3 erytrocyten in het bloed
4 epitheelcellen in de dunne darm.

Op welke van deze celtypen kunnen de cytostatica ook van invloed zijn?




Question

21
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Stamcellen houden het vermogen hun hele bestaan mitose uit te voeren.
Tot zenuwcellen gedifferentieerde cellen houden het vermogen om te delen.
Dekcellen kunnen bij verlies bijgemaakt worden.
Door ziekte verdwenen spiercellen kunnen uit ongedifferentieerde stamcellen bijgemaakt worden.
Een kraakbeencel, een zaadcel en een zintuigcel zijn voorbeelden van cellen die niet meer kunnen delen.
Alleen bloed- en botcellen kunnen in een volwassen mens vervangen worden.