Questionmark Perception
Oct 22 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Een lijn gaat door de punten (-2,3) en (2,7). Wat is de waarde van b in de formule y=ax+b.

Question

2


Bepaal de evenredigheidsconstante op twee decimalen.

Question

3


Bepaal de helling van de lijn.

Question

4


Bepaal het functie voorschrift van de lijn.

Question

5


Bepaal het functie voorschrift van de lijn.

Question

6


Bepaal het functie voorschrift van de lijn.

Question

7
Een lijn gaat door het punt (4,3) en (2,7). Wat is de helling  van de grafiek?

Question

8


Het functievoorschrift van een rechte lijn wordt gegeven door de formule y =ax+b. Bepaal uit de grafiek de waarde van b.

Question

9
Een lijn gaat door de punten (0,0) en (-2,-4). Wat is de waarde van a in de formule y=ax+b.

Question

10
Een lijn gaat door de punten (0,0) en (2,7). Wat is de waarde van b in de formule y=ax+b

Question

11


Bepaal de evenredigheidsconstante.

Question

12


Bepaal het verband tussen x en y.

Question

13
De snelheid van een wielrenner in km/uur kun je met de formule V = (6,804 X N) / ta berekenen. Hij rijdt dan op het grootste tandwiel voor. Hierbij is N het aantal pedaalslagen per minuut en ta het aantal tanden van het gebruikte achtertandwiel. De wielrenner rijdt met 105 pedaalslagen per minuut. Wat is het verband tussen de snelheid en het aantal tanden van het achtertandwiel?

Question

14
Om de framehoogte op een fiets te bepalen gebruikt men de formule: framehoogte = 0,66 x binnenbeenlengte. Wat is het verband tussen framehoogte en binnenbeenlengte?

Question

15
Om de zadelhoogte op een fiets te bepalen gebruikt men de formule: zadelhoogte = 0,885 x binnenbeenlengte + c. De waarde c is een constante en hangt af van de dikte van de fietsschoen en het type pedaal. Wat is het verband tussen zadelhoogte en binnenbeenlengte?