Questionmark Perception
Oct 22 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Natuurkunde deel 3 - Hoofdstuk 01

Question

1
Welke beweringen is juist?
Bewering 1:De zwaartekracht grijpt altijd aan in het zwaartepunt van een voorwerp.
Bewering 2:De normaalkracht grijpt altijd aan in het zwaartepunt van een voorwerp.

Question

2
Bij een stilstaande auto, met het motorblok voor onder de motorkap;

Question

3
In de formule om de luchtweerstand te berekenen, Fw = 1/2 · cw · A · ρ · v2 is;

Question

4
Op onderstaand voorwerp werken een viertal krachten. Welke uitspraak is waar?
 

Question

5
Welke beweringen is juist?
Bewering 1:Bij een rijdende auto is de stopafstand de som van de reactie- en remafstand.
Bewering 2:Bij een rijdende auto neemt de stopafstand meer dan evenredig toe met zijn snelheid.

Question

6
Zie onderstaand diagram;


Je weet niet of het een plaats-tijd-diagram of een snelheid-tijd-diagram is. Welke uitspraak kan dan toch waar zijn?

Question

7
Welke beweringen is juist?
Bewering 1: Bij een valbeweging van grote hoogte verandert de waarde voor de valversnelling g niet.
Bewering 2: De valversnelling g is overal op aarde hetzelfde.

Question

8
De plaatsfunctie voor een horizontaal bewegend voorwerp is: X(t) = 200 + 7t - 5t2. De drie uit deze formule te herleiden grootheden zijn;

Question

9
De snelheidsfunctie voor een horizontaal bewegend voorwerp dat zich op tijdstip t = 0 s, 30 meter links van de oorsprong bevindt, is: v(t) = 14 + 5t. De plaatsfunctie drie uit deze formule te herleiden grootheden zijn;

Question

10
Welke beweringen is juist?
Bewering 1: Bij vrij vallend voorwerp is de som van de zwaarte- en de bewegingsenergie constant?
Bewering 2: Bij een voorwerp dat omhoog wordt gegooid, is de som van de zwaarte- en de bewegingsenergie constant?

Question

11
Een veer heeft een veerconstante van 200 N/m.
Bij welke uitrekking bezit de veer een veerenergie van 200 J?

Question

12
Een vuurpijl wordt recht omhoog weggeschoten.
In drie seconden bereikt de pijl zijn hoogste punt.
De windsnelheid bedraagt 18 km/h.
Hoeveel meter is de vuurpijl van zijn rechte baan omhoog afgeweken?

Question

13
Vraagstelling: Welke plaatsfunctie zou kunnen passen in onderstaand plaats-tijd-diagram?


Question

14
Neem voor g = 9.81 m/s2. Welke beweringen is juist, als je de verliezen door wrijving verwaarloosd? Bewering 1: Een voorwerp van 10 kg, 3 meter met een katrol recht omhoog tillen, kost 294,3 J aan arbeid? Bewering 2: Als je hetzelfde voorwerp via een trap omhoog draagt naar dezelfde hoogte, kost jou dat ook 294,3 J aan arbeid.

Question

15
Bij een formule-1-race maakt Ralph Schumacher 3 pitstops en zijn broer Michael slechts 2.
Met in- en uitrijden kost een pistop ongeveer 30 seconden.
Michael wint zoals gewoonlijk ook deze formule-1-race met een voorsprong van 30 seconden op broer Ralph die tweede wordt.
Wat is waar?