Questionmark Perception
Oct 16 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1

Bij welke van onderstaande situaties stijgt de betalingsbereidheid voor een koud blikje fris?

I. Het is al enkele dagen zeer warm zomerweer.
II. De kostprijs van blikverpakking is gestegen en dit wordt doorberekend in de prijs.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

2

Een prijsverandering van sinaasappelen heeft gevolgen voor het consumentensurplus en voor de vraag naar substitutiegoederen van sinaasappelen. 
Bekijk de volgende stellingen:

I. Hoe lager de prijs van sinaasappelen, hoe groter het consumentensurplus.
II. Een stijging van de prijs van sinaasappelen leidt tot een verschuiving van de collectieve vraagfunctie naar appels naar rechts.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

3

In de economie onderscheidt men substitutiegoederen en complementaire goederen.
Bekijk de volgende stellingen:

I. De betalingsbereidheid voor koffiemelk is niet afhankelijk van de prijs van koffie.
II. Hardware en software zijn substitueerbare goederen.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

4

De overheid wil dat de vrijemarktwerking een grotere rol moet krijgen in de economie. Helaas faalt de (te) vrije markt in een aantal opzichten.
Bekijk de volgende stellingen:

I. Marktfalen veroorzaakt een te lage productie omdat bijvoorbeeld negatieve externe effecten niet zijn verrekend.
II. Meeliftgedrag is een gevolg van marktfalen.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

5

De rijksbegroting van Nederland heeft de laatste jaren voortdurend een tekort. Slechts enkele landen, waaronder Duitsland, hebben een langere tijd een overschot op de rijksbegroting.
Bekijk de volgende stellingen:

I. Het financieringstekort van de overheid wordt ook als uitgestelde belasting beschouwd.
II. De rijksbegroting bevat alleen stroomgrootheden.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

6

Consumenten kunnen sparen en beleggen op de vermogensmarkt. Hierdoor stellen zij consumptie uit tot in de toekomst.
Bekijk de volgende stellingen:

I. Als de consument verlies lijdt op zijn belegging is uitstel van consumptie niet verstandig.
II. De individuele prijs van tijd van een individu geeft de prijs weer waarin het individu bereid is consumptie uit te stellen.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

7

De speltheorie probeert het gedrag te verklaren of te voorspellen van spelers, bijvoorbeeld wat doen bedrijven in een bepaalde situatie: wel of niet de verkoopprijs verlagen.
Bekijk de volgende stellingen:

I. De speltheorie is gebaseerd op de veronderstelling dat spelers een doelstelling hebben.
II. In een speltheoretisch probleem is altijd sprake van meer dan één speler.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

8

Een gevangenendilemma kan leiden tot een niet-optimale uitkomst voor de deelnemers.
Bekijk de volgende stellingen:

I.  Sociale normen kunnen spelers niet bevrijden uit het gevangenendilemma.
II. Zelfbinding hoeft niet geloofwaardig te zijn om effect te hebben.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

9

Een verzekeringsmaatschappij wil voorkomen dat voor zijn vakantieverzekering averechtse selectie gaat plaatsvinden. Welke maatregelen zullen daarbij helpen?

I. Een bonus/malusregeling instellen.
II. Men sluit wintersport uit, met andere woorden wintersporters zullen een aparte verzekering moeten afsluiten.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

10

Verhoging van de belasting- en premiedruk heeft vanzelfsprekend allerlei economische effecten. Afwenteling is bijvoorbeeld een veelvoorkomend effect. Wanneer hebben we te maken met afwenteling?

I. De overheid verhoogt de sigarettenaccijns, waardoor de prijs van een pakje sigaretten stijgt;
II. De overheid verhoogt de wegenbelasting, waardoor het autorijden duurder wordt.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

11

De toegevoegde waarde van een bedrijf gaat op korte termijn omhoog, als:

I. De (CAO-)lonen omhooggaan.
II. Het bedrijf zijn winstmarge verhoogt.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

12

In een discussie welvaart van landen worden de volgende stellingen gehoord:

I. Als je naar de Human Development Index (HDI) kijkt, dan kun je stellen dat China welvarender is dan Nederland.
II. Als je naar het enge welvaartsbegrip kijkt, dan kun je stellen dat Nederland welvarender is dan China.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

13

Stel de overheid gaat een ziekenfonds voor iedereen in te stellen i.p.v. dat iedereen zich particulier verzekert. Iedere primaire inkomenstrekker zou dan € 150 per maand en 2% van zijn inkomen moeten betalen voor dit ziekenfonds om de ziektekosten te dekken. Deze heffingen hebben invloed op de personele inkomensverdelingen. Bekijk de volgende stellingen:

I. Door deze heffingen zal de secundaire personele inkomensverdeling minder scheef zijn dan de primaire personele inkomensverdeling.
II. Als alleen de 2%-maatregel wordt ingevoerd, dan zal de secundaire personele inkomensverdeling schever zijn dan de primaire personele inkomensverdeling.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

14

Wil een land als Nederland concurrerend blijven, dan zal het altijd een deel van zijn nationale inkomen moeten gebruiken voor het doen van investeringen. Het doel is natuurlijk niet alleen om de productiecapaciteit op peil te houden, maar dit ook te laten groeien! Bekijk de volgende stellingen:

I. Als gevolg van de afname van de autonome groei van de beroepsbevolking zal de productiecapaciteit afnemen.
II. Diepte-investeringen zijn een vorm van technologische ontwikkeling. Deze investeringen vergroten altijd de productiecapaciteit.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

15

Veel economen vinden dat de overheid een belangrijke taak heeft in het bestrijden van de conjuncturele werkloosheid. De overheid heeft daar volgens deze economen ook wel mogelijkheden c.q. instrumenten voor. Bekijk de volgende twee instrumenten.

I. De overheid verlaagt de inkomstenbelasting.
II. De overheid maakt met sociale partners afspraken over arbeidstijdsverkorting.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

16

Internationale concurrentie wordt door de globalisering steeds heftiger. Zo kan de Nederlandse overheid aan in Nederland gevestigde bedrijven een exportsubsidie geven. Bekijk de volgende stellingen. Als de Nederlandse overheid exportsubsidies verleent, dan:

I. Doet de Nederlandse overheid aan protectie.
II. Zal het saldo van de lopende rekening van de betalingsbalans positiever worden.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

17

In grote delen van Europa, de zogenaamde eurozone, hebben we niet meer te maken met wisselkoersschommelingen. De euro is in die landen ingevoerd. Ten opzichte van andere valuta hebben we meestal te maken met zwevende wisselkoersen. Veranderende wisselkoersen beïnvloeden mede de handelsstromen. Stel de wisselkoers van de dollar gaat van € 0,90 naar € 0,85. Je kunt nu stellen dat:

I. De euro gedeprecieerd is ten opzichte van de dollar.
II. De hoeveelheid export van Nederland naar de VS waarschijnlijk zal afnemen.

Geef het juiste antwoord aan:

Question

18

Economen gebruiken de verkeersvergelijking van Fisher om processen in de economie weer te geven. Zo hebben het hier dan over de waarde van de geldstroom en de goederenstroom in een economie. Bekijk de volgende stellingen.

I. Als de maatschappelijke geldhoeveelheid toeneemt, dan moet de waarde van de goederenstroom ook toenemen.
II. Als de productiecapaciteit maximaal is, dan kan de waarde van de goederenstroom alleen toenemen bij inflatie.

Geef het juiste antwoord aan: