Questionmark Perception
Oct 24 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Wat is van toepassing op de anatomische houding, zoals gehanteerd in de functionele anatomie? Er zijn meer antwoorden mogelijk.




Question

2
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.





Question

3
De arteriae cerebri anterior verzorgen vooral het voorste deel van de grote hersenen. Welk deel van de hersenen wordt verzorgd door de arteriae cerebri posterior?




Question

4
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Lateraal van het hart liggen links en rechts de longen.
De ventrale kant van het hart wordt grotendeels gevormd door het linkerventrikel.
Het hart rust met de rechterventrikel op het diafragma.
Dorsaal van het hart ligt de slokdarm.
De apex van het hart wijst naar rechts.
De linkerlong heeft twee longkwabben en de rechterlong heeft er drie.
Het hart ligt in het mediastinum.




Question

5
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Flexie is het tegengestelde van extensie.
Met flexie wordt een strekbeweging aangeduid.
Bij palmaire flexie bewegen de vingers in de richting van de handpalm.
Bij supinatie draai je de handpalmen naar beneden.
De beweging van de voet richting de wreef wordt lateroflexie genoemd.
Het tegengestelde van supinatie is pronatie.




Question

6
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

7
Welke organen liggen in het mediastinum?





Question

8
Bekijk onderstaande afbeelding.




Kies het juiste begrip.





Question

9
Hoe noem je de draaibeweging van het been naar buiten?




Question

10
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

De schedelholte omvat het hele centrale zenuwstelsel.
Het hart en de longen liggen in de borstholte.
Bij de vrouw liggen de geslachtsorganen in de bekkenholte.
De nieren, darmen, lever en urinewegen liggen in de buikholte.
Het wervelkanaal omvat de zenuwen van het perifere zenuwstelsel.
De ruimte tussen de longen heet het diafragma.