Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Trix koopt een boek met 10% korting. Ze betaalt nu €13,05. Wat kostte het boek eerst?

Question

2
Van €15 voor €12,75 is % korting.

Question

3
Katja koopt rollerskates met 15% korting. Ze betaalt nu €29,75. Wat kostten de rollerskates eerst?

Question

4
Van €90 voor €27 is % korting.

Question

5
Van €2 voor €1,20 is % korting.

Question

6
Van €17,50 voor €15,75 is % korting.

Question

7
Berry koopt een CD met 40% korting. Hij betaalt nu €12. Wat kostte de CD eerst?

Question

8
Nick koopt een zaklamp met 20% korting. Hij betaalt nu €6,60. Wat kostte de lamp eerst?

Question

9
Van €30 voor €25,50 is % korting.

Question

10
Ymke koopt een T-shirt met 10% korting. Ze betaalt nu €16,65. Wat kostte het T-shirt eerst?