Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Van €80 voor €60 is % korting.

Question

2
Youssef koopt een boek met 30% korting. Hij betaalt nu €10,50. Wat kostte het boek eerst?

Question

3
Katja koopt rollerskates met 15% korting. Ze betaalt nu €29,75. Wat kostten de rollerskates eerst?

Question

4
Martijn koopt een trui met 10% korting. De trui kost nu €90. Wat kostte de trui eerst?

Question

5
Van €15 voor €12,75 is % korting.

Question

6
Van €2 voor €1,20 is % korting.

Question

7
Jesse koopt een fiets met 25% korting. De fiets kost nu €660. Wat kostte de fiets eerst?

Question

8
Van €90 voor €27 is % korting.

Question

9
Trix koopt een boek met 10% korting. Ze betaalt nu €13,05. Wat kostte het boek eerst?

Question

10
Van €40 voor €20 is % korting.