Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Nick koopt een zaklamp met 20% korting. Hij betaalt nu €6,60. Wat kostte de lamp eerst?

Question

2
Van €30 voor €25,50 is % korting.

Question

3
Van €90 voor €27 is % korting.

Question

4
Liliane koopt een pak klei met 25% korting. Ze betaalt nu €9. Wat kostte de klei eerst?

Question

5
Milan koopt een computer met 20% korting. Hij betaalt nu €1000. Wat kostte de computer eerst?

Question

6
Van €40 voor €20 is % korting.

Question

7
Van €17,50 voor €15,75 is % korting.

Question

8
Katja koopt rollerskates met 15% korting. Ze betaalt nu €29,75. Wat kostten de rollerskates eerst?

Question

9
Jesse koopt een fiets met 25% korting. De fiets kost nu €660. Wat kostte de fiets eerst?

Question

10
Van €2 voor €1,20 is % korting.