Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Welk antwoord hoort bij de volgende opgave: 4/5 - 3/10 =

Question

2
Welk antwoord hoort bij de volgende opgave: 1/3 + 1/2 =

Question

3
4,20 : 0,60 =

Question

4
Rond het getal 11,19498 af op twee cijfers achter de komma én op drie cijfers achter de komma.

Question

5
Welk antwoord hoort bij de volgende opgave: 2/5 + 3/10 =

Question

6
Van de marathon (42 km) heeft Aasir 1/4 deel afgelegd.
Hoeveel meter heeft hij gelopen?

Question

7
Welk antwoord hoort bij de volgende opgave: 1/2 + 1/4 =

Question

8
3/8 x 240 =

Question

9
Welke kleinst mogelijke breuk hoort bij 0,8?

Question

10
Op de school van Pom komt 1/4 deel van de kinderen met de auto naar school, 1/3 deel gaat lopend. De rest van de kinderen gaat op de fiets.
Welk deel van de kinderen gaat op de fiets naar school?