Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Josien spaart € 1,50 per week. Ze wil een computerspelletje kopen van € 78. Hoe lang moet ze sparen?

Question

2
Nederlandse vrouwen krijgen gemiddeld 1,75 kind.
De volleybalvereniging heeft 30 vrouwen als lid. Hoeveel kinderen hebben zij samen gemiddeld?

Question

3
Max heeft 2 keer zoveel knikkers als Emin. Emin heeft 2 keer zoveel knikkers als Myrthe. Myrthe heeft 2 keer zoveel knikkers als Frans. Frans heeft 2 keer zoveel knikkers als Jikke.
Myrthe heeft 24 knikkers. Hoeveel knikkers hebben ze met z'n allen samen?

Question

4
Özlem werkt op zaterdag in een tuincentrum. Hij verdient € 3,25 per uur. Na 8 uur werken heeft hij € verdiend.

Question

5
Hakim zegt: ik loop 1 kilometer in 1000 seconden.
Martijn zegt: een volwassene is per dag ongeveer 1000 minuten wakker.
Charles zegt: 1000 uur is ongeveer 2 weken.
Wat is waar?

Question

6
Maxim verkoopt oliebollen voor een goed doel. 25% van de opbrengst is voor het goede doel, de rest van het bedrag is voor onkosten. Hij verkoopt 71 oliebollen van € 0,50 per stuk. Hoeveel gaat er naar het goede doel?

Question

7
We spoelen per persoon 38,5 liter water per dag door de wc. Hoeveel is dat in een week?

Question

8
3 T-shirts en 2 petten kosten samen € 52.
2 T-shirts en 3 petten kosten samen € 48.
1 T-shirt en 1 pet kosten samen €
.

Question

9
Een kwart van alle kinderen in de klas heeft een hond. Een derde heeft een kat. Een derde heeft een ander huisdier. Niemand heeft twee of meer huisdieren.
2 kinderen hebben geen huisdier.
Er zitten
kinderen in de klas.

Question

10
Een grote kaas weegt 9,5 kg. Hoeveel stukken van 250 g kan je uit deze kaas snijden?