Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Je wilt weten hoeveel laminaat je nodig hebt om in de slaapkamer te leggen. Wat moet je uitrekenen?

Question

2
Lisa wil nieuwe vloerbedekking in de slaapkamer. De kamer is 3,20 m breed en 3,50 m lang. De vloerbedekking kost € 40 per vierkante meter. Wat is waar?

Question

3
Nederlandse vrouwen krijgen gemiddeld 1,75 kind.
De volleybalvereniging heeft 30 vrouwen als lid. Hoeveel kinderen hebben zij samen gemiddeld?

Question

4
Wat is waar?

Question

5
Paula koopt 8,5 m stof voor 3 carnavalspakken. De stof kost € 6,50 per meter. Wat kost 1 pak aan stof?

Question

6
Andrea schaatst 500 meter in 40 seconden. Dat is , m per seconde.

Question

7
De scouting heeft touwen nodig van 7,5 m lang. Op een rol zit 100 meter. Hoeveel touwen kunnen ze uit een rol halen?

Question

8
Max heeft 2 keer zoveel knikkers als Emin. Emin heeft 2 keer zoveel knikkers als Myrthe. Myrthe heeft 2 keer zoveel knikkers als Frans. Frans heeft 2 keer zoveel knikkers als Jikke.
Myrthe heeft 24 knikkers. Hoeveel knikkers hebben ze met z'n allen samen?

Question

9
Een kwart van alle kinderen in de klas heeft een hond. Een derde heeft een kat. Een derde heeft een ander huisdier. Niemand heeft twee of meer huisdieren.
2 kinderen hebben geen huisdier.
Er zitten
kinderen in de klas.

Question

10
Maxim verkoopt oliebollen voor een goed doel. 25% van de opbrengst is voor het goede doel, de rest van het bedrag is voor onkosten. Hij verkoopt 71 oliebollen van € 0,50 per stuk. Hoeveel gaat er naar het goede doel?