Questionmark Perception
Jun 20 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Max heeft 2 keer zoveel knikkers als Emin. Emin heeft 2 keer zoveel knikkers als Myrthe. Myrthe heeft 2 keer zoveel knikkers als Frans. Frans heeft 2 keer zoveel knikkers als Jikke.
Myrthe heeft 24 knikkers. Hoeveel knikkers hebben ze met z'n allen samen?

Question

2
Özlem werkt op zaterdag in een tuincentrum. Hij verdient € 3,25 per uur. Na 8 uur werken heeft hij € verdiend.

Question

3
Wat is waar?

Question

4
Een grote kaas weegt 9,5 kg. Hoeveel stukken van 250 g kan je uit deze kaas snijden?

Question

5
We hebben een nieuwe auto. Tijdens een proefrit hebbben we 12 liter benzine gebruikt om 174 kilometer te rijden. Er zit nog 7 liter benzine in de tank. Hoeveel kilometer kunnen we nog rijden?

Question

6
Marieke gaat altijd op de fiets naar school. Ze gaat ook tussen de middag naar huis. Ze fietst 8,48 kilometer per dag.
Joran gaat altijd op de fiets naar school, hij gaat niet tussen de middag naar huis. Hij fietst 4,25 kilometer per dag.
Wie woont het verst van school?

Question

7
3 T-shirts en 2 petten kosten samen € 52.
2 T-shirts en 3 petten kosten samen € 48.
1 T-shirt en 1 pet kosten samen €
.

Question

8
Nederlandse vrouwen krijgen gemiddeld 1,75 kind.
De volleybalvereniging heeft 30 vrouwen als lid. Hoeveel kinderen hebben zij samen gemiddeld?

Question

9
Josien spaart € 1,50 per week. Ze wil een computerspelletje kopen van € 78. Hoe lang moet ze sparen?

Question

10
Een kwart van alle kinderen in de klas heeft een hond. Een derde heeft een kat. Een derde heeft een ander huisdier. Niemand heeft twee of meer huisdieren.
2 kinderen hebben geen huisdier.
Er zitten
kinderen in de klas.