Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Jasper is 1,63 m lang.
Jorrit is 1,57 m lang.
Marijke is
, m lang.
Zij zijn gemiddeld 1,57 m lang.

Question

2
Een grote kaas weegt 9,5 kg. Hoeveel stukken van 250 g kan je uit deze kaas snijden?

Question

3
Josien spaart € 1,50 per week. Ze wil een computerspelletje kopen van € 78. Hoe lang moet ze sparen?

Question

4
Maxim verkoopt oliebollen voor een goed doel. 25% van de opbrengst is voor het goede doel, de rest van het bedrag is voor onkosten. Hij verkoopt 71 oliebollen van € 0,50 per stuk. Hoeveel gaat er naar het goede doel?

Question

5
Marieke gaat altijd op de fiets naar school. Ze gaat ook tussen de middag naar huis. Ze fietst 8,48 kilometer per dag.
Joran gaat altijd op de fiets naar school, hij gaat niet tussen de middag naar huis. Hij fietst 4,25 kilometer per dag.
Wie woont het verst van school?

Question

6
Max heeft 2 keer zoveel knikkers als Emin. Emin heeft 2 keer zoveel knikkers als Myrthe. Myrthe heeft 2 keer zoveel knikkers als Frans. Frans heeft 2 keer zoveel knikkers als Jikke.
Myrthe heeft 24 knikkers. Hoeveel knikkers hebben ze met z'n allen samen?

Question

7
Wat is waar?

Question

8
We spoelen per persoon 38,5 liter water per dag door de wc. Hoeveel is dat in een week?

Question

9
3 T-shirts en 2 petten kosten samen € 52.
2 T-shirts en 3 petten kosten samen € 48.
1 T-shirt en 1 pet kosten samen €
.

Question

10
Nederlandse vrouwen krijgen gemiddeld 1,75 kind.
De volleybalvereniging heeft 30 vrouwen als lid. Hoeveel kinderen hebben zij samen gemiddeld?