Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Paula koopt 8,5 m stof voor 3 carnavalspakken. De stof kost € 6,50 per meter. Wat kost 1 pak aan stof?

Question

2
We hebben een nieuwe auto. Tijdens een proefrit hebbben we 12 liter benzine gebruikt om 174 kilometer te rijden. Er zit nog 7 liter benzine in de tank. Hoeveel kilometer kunnen we nog rijden?

Question

3
Max heeft 2 keer zoveel knikkers als Emin. Emin heeft 2 keer zoveel knikkers als Myrthe. Myrthe heeft 2 keer zoveel knikkers als Frans. Frans heeft 2 keer zoveel knikkers als Jikke.
Myrthe heeft 24 knikkers. Hoeveel knikkers hebben ze met z'n allen samen?

Question

4
Lisa wil nieuwe vloerbedekking in de slaapkamer. De kamer is 3,20 m breed en 3,50 m lang. De vloerbedekking kost € 40 per vierkante meter. Wat is waar?

Question

5
Hakim zegt: ik loop 1 kilometer in 1000 seconden.
Martijn zegt: een volwassene is per dag ongeveer 1000 minuten wakker.
Charles zegt: 1000 uur is ongeveer 2 weken.
Wat is waar?

Question

6
Een kwart van alle kinderen in de klas heeft een hond. Een derde heeft een kat. Een derde heeft een ander huisdier. Niemand heeft twee of meer huisdieren.
2 kinderen hebben geen huisdier.
Er zitten
kinderen in de klas.

Question

7
We spoelen per persoon 38,5 liter water per dag door de wc. Hoeveel is dat in een week?

Question

8
Josien spaart € 1,50 per week. Ze wil een computerspelletje kopen van € 78. Hoe lang moet ze sparen?

Question

9
Een grote kaas weegt 9,5 kg. Hoeveel stukken van 250 g kan je uit deze kaas snijden?

Question

10
Je wilt weten hoeveel laminaat je nodig hebt om in de slaapkamer te leggen. Wat moet je uitrekenen?