Questionmark Perception
Oct 15 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Andrea schaatst 500 meter in 40 seconden. Dat is , m per seconde.

Question

2
Maxim verkoopt oliebollen voor een goed doel. 25% van de opbrengst is voor het goede doel, de rest van het bedrag is voor onkosten. Hij verkoopt 71 oliebollen van € 0,50 per stuk. Hoeveel gaat er naar het goede doel?

Question

3
Je wilt weten hoeveel laminaat je nodig hebt om in de slaapkamer te leggen. Wat moet je uitrekenen?

Question

4
We hebben een nieuwe auto. Tijdens een proefrit hebbben we 12 liter benzine gebruikt om 174 kilometer te rijden. Er zit nog 7 liter benzine in de tank. Hoeveel kilometer kunnen we nog rijden?

Question

5
Een kwart van alle kinderen in de klas heeft een hond. Een derde heeft een kat. Een derde heeft een ander huisdier. Niemand heeft twee of meer huisdieren.
2 kinderen hebben geen huisdier.
Er zitten
kinderen in de klas.

Question

6
Jasper is 1,63 m lang.
Jorrit is 1,57 m lang.
Marijke is
, m lang.
Zij zijn gemiddeld 1,57 m lang.

Question

7
Wat is waar?

Question

8
Hakim zegt: ik loop 1 kilometer in 1000 seconden.
Martijn zegt: een volwassene is per dag ongeveer 1000 minuten wakker.
Charles zegt: 1000 uur is ongeveer 2 weken.
Wat is waar?

Question

9
Josien spaart € 1,50 per week. Ze wil een computerspelletje kopen van € 78. Hoe lang moet ze sparen?

Question

10
We spoelen per persoon 38,5 liter water per dag door de wc. Hoeveel is dat in een week?