Questionmark Perception
Jul 20 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Beantwoord onderstaande vragen.


Question

1
Het infinitief van demonstreerden is

Question

2
Zet in de verleden tijd.

hij
(pesten)

Question

3
Het infinitief van  kruisten is

Question

4
Omdat ze vaak alleen was, de buurvrouw elke dag even bij ons. (buurten vt)

Question

5
Mijn ouders gisteren veel te vroeg hier. (zijn vt)

Question

6
Het ijsje in haar hand. (smelten vt)

Question

7
Krijgt het volgende werkwoord in de verleden tijd een klinkerverandering of niet?

gaan

Question

8
Het infinitief van eiste is

Question

9
Kies de juiste verleden tijdsvorm.
kneuzen -

Question

10
Ik naar de bodem, achter de vis aan. (zinken vt)

Question

11
Zet in de verleden tijd meervoud.
joggen -

Question

12
In zee iets op de bodem. (glimmen vt)

Question

13
De agenten de dader op te pakken, maar slaagden er niet in. (trachten vt)

Question

14
Krijgt het volgende werkwoord in de verleden tijd een klinkerverandering of niet?

hebben

Question

15
Zet in de verleden tijd enkelvoud.
luieren -