Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Beantwoord onderstaande vragen.


Question

1
Daarna ik mij aan de touwen ophoog. (trekken vt)

Question

2
De agenten de dader op te pakken, maar slaagden er niet in. (trachten vt)

Question

3
De vis de vlucht. (nemen vt)

Question

4
Het infinitief van kefte is

Question

5
Zet in de verleden tijd meervoud.
voetballen -

Question

6
Marloes van al dat huiswerk. (balen vt)

Question

7
Het meisje in het zachte hooi, maar bezeerde toch haar arm. (landen vt)

Question

8
Zet in de verleden tijd.

hij
(pesten)

Question

9
Krijgt het volgende werkwoord in de verleden tijd een klinkerverandering of niet?

denken

Question

10
Zet in de verleden tijd.

ik
(stranden)

Question

11
De pukkels van mijn broer toen hij 14 was, op het begin van de puberteit. (duiden vt)

Question

12
Krijgt het volgende werkwoord in de verleden tijd een klinkerverandering of niet?

versieren

Question

13
Zet in de verleden tijd meervoud.
joggen -

Question

14
Zet in de verleden tijd.

jullie
(praten)

Question

15
" jij het eiwit van het eigeel al?" (scheiden vt)