Questionmark Perception
May 21 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Beantwoord onderstaande vragen.


Question

1
Zet in de verleden tijd.

hij
(tasten)

Question

2
Kies de juiste verleden tijdsvorm.
plenzen -

Question

3
De agenten de dader op te pakken, maar slaagden er niet in. (trachten vt)

Question

4
Ik erin een hut voor de nacht te bouwen. (slagen vt)

Question

5
Zodra de bel ging, de kinderen naar binnen. (spurten vt)

Question

6
Kies de juiste verleden tijdsvorm.
tikken -

Question

7
Zet in de verleden tijd meervoud.
badmintonnen -

Question

8
Zet in de verleden tijd meervoud.
rugbyen -

Question

9
" jij het eiwit van het eigeel al?" (scheiden vt)

Question

10
Daarna ik mij aan de touwen ophoog. (trekken vt)

Question

11
Zet in de verleden tijd enkelvoud.
roddelen -

Question

12
Zet in de verleden tijd.

wij
(wijden)

Question

13
Zet in de verleden tijd.

jij
(liften)

Question

14
Zet in de verleden tijd.

wij
(kleden)

Question

15
Zet in de verleden tijd enkelvoud.
waarderen -