Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Beantwoord onderstaande vragen.


Question

1
Zet in de verleden tijd.

jullie
(praten)

Question

2
Zet in de verleden tijd meervoud.
crossen -

Question

3
Krijgt het volgende werkwoord in de verleden tijd een klinkerverandering of niet?

versieren

Question

4
Zet in de verleden tijd meervoud.
poolen -

Question

5
Ik in zee. (springen vt)

Question

6
Krijgt het volgende werkwoord in de verleden tijd een klinkerverandering of niet?

gaan

Question

7
De dieven voor hun fouten, maar leerden er niet veel van. (boeten vt)

Question

8
De buurtvereniging vorig jaar voor betere fietspaden en meer verlichting op straat. (pleiten vt)

Question

9
Kies de juiste verleden tijdsvorm.
sussen -

Question

10
Kies de juiste verleden tijdsvorm.
plenzen -

Question

11
Onze voorvaderen hier een dorpje, maar nu is het een grote stad. (stichten vt)

Question

12
Het meisje in het zachte hooi, maar bezeerde toch haar arm. (landen vt)

Question

13
Die overleden man met zijn handicap, maar hij leed er wel onder. (spotten vt)

Question

14
Kies de juiste verleden tijdsvorm.
verven -

Question

15
In die kleine grot ik niet. (passen vt)