Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

2
Hoeveel bloed pompt het hart gemiddeld per dag weg?




Question

3

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Iemand met bloedgroep AB kan in noodgevallen bloed van iemand met bloedgroep 0 ontvangen.
Iemand met bloedgroep A heeft altijd antistoffen tegen bloedgroep B in zijn bloed.
Iemand met bloedgroep 0 heeft geen antistoffen tegen bloedgroep A en bloedgroep B in zijn bloed.
Als je moeder bloedgroep A positief heeft, heb je zelf altijd antigeen-A en RhD-antistoffen in je bloed.
Iemand met bloedgroep B kan in noodgevallen bloed van iemand met bloedgroep AB ontvangen.
Iemand met bloedgroep AB heeft altijd A-antigeen en B-antigeen in zijn bloed.
Iemand met bloedgroep AB kan in noodgevallen zijn bloed aan iemand met bloedgroep 0 geven.




Question

4
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.





Question

5
Vul achter elk cijfer het juiste begrip in.





Question

6
Vul in: anabole of katabole

Biochemische reacties in de cel waarbij grotere moleculen in kleinere worden omgezet en waarbij energie beschikbaar komt noem je
reacties.
Biochemische reacties in de cel waarbij kleinere moleculen in grotere worden omgezet en waarbij energie nodig is noem je
reacties.
Als in de cel assimilatie plaatsvindt gaat dat gepaard met
reacties.
Als in de cel dissimilatie plaatsvindt gaat dat gepaard met
reacties.




Question

7
Wat is van toepassing op bloed?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

8
Sleep elk begrip naar de juiste plaats.





Question

9

In welke vaten stroomt het bloed het langzaamst?




Question

10

Door welke bloedvaten wordt het longweefsel zelf van zuurstof voorzien?