Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Hier staan de organisatieniveaus die je binnen de functionele anatomie kunt onderscheiden. Zet ze in de goede volgorde; begin bij de kleinste functionele eenheid en eindig bij het meest complexe organisatieniveau.




Question

2
Voedingsstoffen worden via de wand van de dunne darm opgenomen in het bloed. Via welk stelsel bereiken deze voedingsstoffen uiteindelijk de cellen?




Question

3
Uit welk type epitheel bestaat het grootste deel van de mucosa van het spijsverteringskanaal?




Question

4

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

5
Wat is van toepassing op een sereus vlies? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

6
Sleep de juiste letter naar de juiste plaats. 


a opname van voedingsstoffen vanuit het uitwendige milieu (m.i.)
b inademing / uitademing
c ontlasting
d hart
e zuivering van het bloed
f longen
g opname van zuurstof in het bloed/ afgifte van koolstofdioxide aan de longen
h nier
i uitwisseling tussen bloed en inwendige milieu (m.i.) van de weefselcellen
j overdracht van voedingsstoffen aan het bloed




Question

7
Welke van de hier genoemde functies zijn niet van toepassing op het circulatiestelsel?
Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

8
Wat is het hilum van een orgaan?




Question

9
Bekijk de afbeelding. Vul achter elk cijfer het juiste begrip in.





Question

10
Welke organen liggen in het mediastinum?