Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen:


Question

1
100 is een liter.

Question

2
Hoe noemen we een periode van 1000 jaar?

Question

3
Welke uitspraak is waar?

Question

4
Welk getal zit het dichtst bij 1000?

Question

5
Hoeveel dagen is 1000 uur?

Question

6
2 x x 5 x 2 = 100

Question

7
Door welke getallen kun je 100 delen?
Er zijn meer antwoorden mogelijk.

Question

8
Er zijn kaartjes verkocht voor de schoolvoorstelling. De opbrengst is 1000 euro. Kinderen betaalden € 2 voor een kaartje en volwassenen € 3.
Er zijn evenveel kinderen als volwassenen gekomen. Dus zijn er in totaal
kaartjes verkocht.

Question

9
Het is nu 13.50 uur. Hoe laat is het over 1000 minuten?

Question

10
Welke uitspraak is waar?