Questionmark Perception
May 21 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
De ondergeschikte bijzin is gezegde in deze zin.
Dit is wat ik altijd wilde worden.

Question

2
Is de ondergeschikte bijzin onderwerp in deze zin?
Zij zei dat we naar huis mochten.

Question

3
Wat is de hoofdzin?
Ik wil dat je meegaat.

Question

4
Is de ondergeschikte bijzin onderwerp in deze zin?
Wie dit leest, is gek.

Question

5
De ondergeschikte bijzin is gezegde in deze zin.
Wij blijven wie wij zijn.

Question

6
Nevenschikkende voegwoorden verbinden een hoofdzin met een bijzin.

Question

7
Zij gaat naar huis, omdat ze niet lekker is. Deze zin is

Question

8
Onderschikkende voegwoorden verbinden twee hoofdzinnen met elkaar.

Question

9
Welke voegwoorden zijn nevenschikkend?

Question

10
Maak van de volgende zinnen één zin.

Eerst gaat zij werken. Daarna gaat zij geld uitgeven.
Zij gaat geld uitgeven,
zij gewerkt heeft.

Question

11
Maak van de volgende zinnen één zin.

De studenten mogen naar huis. De studenten zijn klaar met hun portfolio-opdrachten.
De studenten
mogen naar huis.

Question

12
Welke voegwoorden zijn onderschikkend?

Question

13
Welke voegwoorden zijn nevenschikkend?

Question

14
Welke voegwoorden zijn nevenschikkend?

Question

15
Maak van de volgende zinnen één zin.

Zijn haar is heel kort. Hij komt net van de kapper.
Zijn haar is erg kort,
hij net van de kapper komt.