Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Kun je onderwerp en persoonsvorm in een hoofdzin van elkaar scheiden?

Question

2
Is de ondergeschikte bijzin onderwerp in deze zin?
Ik zorg er altijd voor, dat zij melk drinken.

Question

3
De ondergeschikte bijzin is onderwerp in deze zin.
Wie dit schrijft, is brutaal.

Question

4
Nevenschikkende voegwoorden verbinden een hoofdzin met een bijzin.

Question

5
Hij gaat naar huis, als alle schriften zijn nagekeken. Deze zin is

Question

6
Maak van de volgende zinnen één zin.

De leerlingen mogen naar buiten. De leerlingen zijn klaar met hun taak.
De leerlingen
mogen naar buiten.

Question

7
Ik geef een opstel, maar jij doet de sommen. Deze zin is

Question

8
Welke voegwoorden zijn nevenschikkend?

Question

9
Wat is de hoofdzin?
Toen zij thuiskwam, was het donker.

Question

10
Ik ben moe, dus ik ga vroeg naar huis. Deze zin is

Question

11
Welke voegwoorden zijn onderschikkend?

Question

12
Verbinden nevenschikkende voegwoorden een hoofdzin met een bijzin?

Question

13
Het meisje dat daar speelt, is erg verkouden. Deze zin is

Question

14
De ondergeschikte bijzin is onderwerp in deze zin.
Zij zei dat we naar huis mochten.

Question

15
Maak van de volgende zinnen één zin.

Het meisje maakt haar sommen. Het meisje zit achterin.
Het meisje
maakt haar sommen.