Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Welke voegwoorden zijn nevenschikkend?

Question

2
Aan iedereen vertelde zij haar belevenis. Deze zin is

Question

3
Is de ondergeschikte bijzin meewerkend voorwerp in deze zin?
Wie het maar horen wilde, vertelde zij de mop.

Question

4
Bij de afscheidsmusical huilen veel kinderen tranen met tuiten. Deze zin is

Question

5
Maak van de volgende zinnen één zin.

Sanne heeft een nieuwe broek. Sanne zit in de trein.
Sanne
, heeft een nieuwe broek.

Question

6
Welke voegwoorden zijn onderschikkend?

Question

7
Is de ondergeschikte bijzin onderwerp in deze zin?
Wie dit leest, is gek.

Question

8
Hij gaat naar huis, als alle schriften zijn nagekeken. Deze zin is

Question

9
Ik ga overwerken, omdat het erg druk is. Deze zin is

Question

10
In een hoofdzin kun je onderwerp en persoonsvorm van elkaar scheiden.

Question

11
Nevenschikkende voegwoorden verbinden een hoofdzin met een bijzin.

Question

12
De ondergeschikte bijzin is gezegde in deze zin.
Dit is wat ik altijd wilde worden.

Question

13
Maak van de volgende zinnen één zin.

Eerst gaat zij werken. Daarna gaat zij geld uitgeven.
Zij gaat geld uitgeven,
zij gewerkt heeft.

Question

14
Wat is de hoofdzin?
Zij ziet dat jij spiekt.

Question

15
Wat is de hoofdzin?
Als het droog is, ga ik fietsen.