Questionmark Perception
Feb 16 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Maak van de volgende zinnen één zin.

Daar loopt die leuke jongen. Die ken ik nog van vroeger.
Daar loopt die leuke jongen

Question

2
Hij is goed in taal, maar zij kan erg goed rekenen. Deze zin is

Question

3
De ondergeschikte bijzin is onderwerp in deze zin.
Wie dit schrijft, is brutaal.

Question

4
Maak van de volgende zinnen één zin.

De studenten mogen naar huis. De studenten zijn klaar met hun portfolio-opdrachten.
De studenten
mogen naar huis.

Question

5
Maak van de volgende zinnen één zin.

Het meisje maakt haar sommen. Het meisje zit achterin.
Het meisje
maakt haar sommen.

Question

6
Wat is de hoofdzin?
Hij weet dat jij je best doet

Question

7
Onderschikkende voegwoorden verbinden een hoofdzin met een bijzin.

Question

8
In een hoofdzin kun je onderwerp en persoonsvorm van elkaar scheiden.

Question

9
De ondergeschikte bijzin is onderwerp in deze zin.
Hij kan niet geloven dat zij juf is.

Question

10
Maak van de volgende zinnen één zin.

Daar loopt een oude man. Die ken ik nog van vroeger.
Daar loopt een oude man

Question

11
Kun je onderwerp en persoonsvorm in een hoofdzin van elkaar scheiden?

Question

12
Wat is de hoofdzin?
Jij slaagt, omdat je oefent.

Question

13
Zij is na de lunchpauze naar huis gegaan. Deze zin is

Question

14
Is de ondergeschikte bijzin onderwerp in deze zin?
Het meisje dat daar zit, is pas vijf jaar.

Question

15
Zij gaat naar huis, omdat ze niet lekker is. Deze zin is