Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Insuline bevordert de glucoseopname in de cellen.
Glycogeenopslag vindt voornamelijk in de lever plaats.
Glycogeen wordt onder invloed van insuline afgebroken.
Als de bloedsuikerwaarde te laag is, neemt de glucagonproductie toe.
Insuline stimuleert de vorming van glycogeen.
Bij toename van het glucagongehalte daalt de glucoseconcentratie in het bloed.




Question

2

Welke van onderstaande omstandigheden leiden tot een verhoging van de bloeddruk? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

3

Welke hersenzenuw reguleert onder andere de klierwerking van het spijsverteringsstelsel?




Question

4
Wat wordt met de term neuroglia aangegeven?




Question

5
Kies het juiste antwoord.

De calciumuitscheiding in de nieren wordt geremd door
Vitamine D is nodig bij de werking van
De calciumresorptie in de dunne darm wordt geremd door
De vrijmaking van calcium uit de botten wordt gestimuleerd door
De calciumuitscheiding in de nieren wordt gestimuleerd door
De calciumresorptie in de dunne darm wordt gestimuleerd door
De calciumopname door de botten wordt gestimuleerd door




Question

6

Wat is de functie van het cerebellum?




Question

7

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

8

Op welk moment bij het slikken start de slikreflex?




Question

9

Als een moeder haar baby borstvoeding geeft, treedt de toeschietreflex op. Wat is de prikkel voor deze reflex?




Question

10
Wat is de functie van de bloed-liquorbarrière?