Questionmark Perception
Jun 20 2019 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Renine stimuleert de omzetting van angiotensinogeen in angiotensine.
Zodra de bloeddruk stijgt, wordt renine aan het bloed afgegeven.
Angiotensine heeft een bloeddrukverhogend effect in het hele lichaam.
Onder invloed van angiotensine vindt vasodilatie van de arteriolen plaats.
Renine is een weefselhormoon.




Question

2

Welke van onderstaande omstandigheden leiden tot een verhoging van de bloeddruk? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

3

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

4

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

5

Wanneer in de menstruele cyclus is de lichaamstemperatuur een halve graad hoger?




Question

6
Wat is van toepassing op oxytocine? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.




Question

7

Wat is van toepassing op de membraanpotentiaal en impulsopwekking in een neuron? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.





Question

8
Op welke manier beïnvloedt het parathormoon de terugresorptie in de nieren?





Question

9

Hier staan enkele delen van het sensibele neuron. Door welke delen geleidt de cel achtereenvolgens een impuls?





Question

10
Hoe hebben de hormonen ADH en aldosteron invloed op de bloeddruk?