Questionmark Perception
Oct 20 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Ilse traint voor een wielerwedstrijd. Op elke doordeweekse dag rijdt ze 25 km. Op elke dag in het weekend rijdt ze 35 km. Zij rijdt km per week.

Question

2
1 l is ml.

Question

3
De kamer is 3 bij 3,60 meter. Ik heb vloertegels van 60 bij 60 cm. Hoeveel tegels heb ik nodig om de vloer van de kamer te bedekken?

Question

4
17% van de mensen geeft op een verjaardag bloemen. Hoe vaak gebeurt dat als je 100 000 verjaardagen onderzoekt?

Question

5
De oppervlakte van een vierkante kamer is 12,25 meter. Wat is de omtrek?

Question

6
Jordy betaalt per maand 18 euro contributie voor de sportvereniging. Hij betaalt per jaar € .

Question

7
Steeds het dubbele.
2,3 - 4,6 - 9,2 -
- -

Question

8
Ik ga laminaat leggen in een kamer van 4 bij 5,50 meter. Het laminaat kost € 6,25 per vierkante meter. Wat moet ik betalen?

Question

9
Hoeveel is 5% van 150?

Question

10
In een beker gaat anderhalf keer zoveel als in een kopje. Ik heb een liter water. Ik kan daarmee 2 bekers en 7 kopjes vullen. In een beker past dan cl.