Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Ik ga laminaat leggen in een kamer van 4 bij 5,50 meter. Het laminaat kost € 6,25 per vierkante meter. Wat moet ik betalen?

Question

2
20 druppels oogvloeistof zijn samen ongeveer 1 ml. Ik koop een potje van 1 cl. Elke dag gebruik ik tien druppels. Ik kan dagen doen met het potje.

Question

3
Het plafond heeft een oppervlakte van 32 vierkante meter en moet gewit worden. Er moet wel 3 keer een laag latex overheen, voordat het goed wit is. Een bus latex is goed voor 10 vierkante meter. Hoeveel bussen heb je nodig?

Question

4
22 x € 20 = €

Question

5
De kamer is 3 bij 3,60 meter. Ik heb vloertegels van 60 bij 60 cm. Hoeveel tegels heb ik nodig om de vloer van de kamer te bedekken?

Question

6
85% van de gezinnen in de wijk heeft een computer. Er zijn 500 gezinnen. Hoeveel gezinnen hebben geen computer?

Question

7
Hoeveel is 40% van 2?

Question

8
Een boom is 8 m hoog. Op dit moment is zijn schaduw 6 m lang. Naast de boom staat een lantaarnpaal van 4 m lang. De schaduw van de lantaarnpaal is m lang.

Question

9
50 rozen van € 1,05 kosten samen € .

Question

10
Ilse traint voor een wielerwedstrijd. Op elke doordeweekse dag rijdt ze 25 km. Op elke dag in het weekend rijdt ze 35 km. Zij rijdt km per week.