Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
20 druppels oogvloeistof zijn samen ongeveer 1 ml. Ik koop een potje van 1 cl. Elke dag gebruik ik tien druppels. Ik kan dagen doen met het potje.

Question

2
8% van de mensen spreekt dagelijks Engels. Hoeveel zijn dat er op elke 10 000?

Question

3
Ik ga laminaat leggen in een kamer van 4 bij 5,50 meter. Het laminaat kost € 6,25 per vierkante meter. Wat moet ik betalen?

Question

4
Joris van 1,50 m staat naast een boom. De schaduw van Joris is 2,25 m, de schaduw van de boom is 12 m. De boom is m hoog.

Question

5
18 x € 40 = €

Question

6
Een vierkante kamer heeft een omtrek van 18 meter. Wat is de oppervlakte?

Question

7
Het plafond heeft een oppervlakte van 32 vierkante meter en moet gewit worden. Er moet wel 3 keer een laag latex overheen, voordat het goed wit is. Een bus latex is goed voor 10 vierkante meter. Hoeveel bussen heb je nodig?

Question

8
Steeds het dubbele.
1,37 - 2,74 - 5,48 -
- -

Question

9
Hoeveel is 3% van 50?

Question

10
Ilse traint voor een wielerwedstrijd. Op elke doordeweekse dag rijdt ze 25 km. Op elke dag in het weekend rijdt ze 35 km. Zij rijdt km per week.