Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
Theo laat 24 foto's afdrukken. Dat kost € 0,19 per foto. Hij moet betalen: € .

Question

2
66% is ongeveer:

Question

3
0,4% van de mensen spreekt dagelijks Nederlands. Hoeveel zijn dat er per 100 000?

Question

4
Het plafond heeft een oppervlakte van 32 vierkante meter en moet gewit worden. Er moet wel 3 keer een laag latex overheen, voordat het goed wit is. Een bus latex is goed voor 10 vierkante meter. Hoeveel bussen heb je nodig?

Question

5
Joris van 1,50 m staat naast een boom. De schaduw van Joris is 2,25 m, de schaduw van de boom is 12 m. De boom is m hoog.

Question

6
Een boom is 8 m hoog. Op dit moment is zijn schaduw 6 m lang. Naast de boom staat een lantaarnpaal van 4 m lang. De schaduw van de lantaarnpaal is m lang.

Question

7
Een vierkante kamer heeft een omtrek van 18 meter. Wat is de oppervlakte?

Question

8
Ik ga laminaat leggen in een kamer van 4 bij 5,50 meter. Het laminaat kost € 6,25 per vierkante meter. Wat moet ik betalen?

Question

9
25 lolly's van € 0,15 kosten samen €

Question

10
20 druppels oogvloeistof zijn samen ongeveer 1 ml. Ik koop een potje van 1 cl. Elke dag gebruik ik tien druppels. Ik kan dagen doen met het potje.