Questionmark Perception
Dec 18 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Introduction

Maak de sommen.


Question

1
20 druppels oogvloeistof zijn samen ongeveer 1 ml. Ik koop een potje van 1 cl. Elke dag gebruik ik tien druppels. Ik kan dagen doen met het potje.

Question

2
In een beker gaat anderhalf keer zoveel als in een kopje. Ik heb een liter water. Ik kan daarmee 2 bekers en 7 kopjes vullen. In een beker past dan cl.

Question

3
Een lantaarnpaal is 4 m lang. Zijn schaduw is op dit moment 5 m lang. Naast de lantaarnpaal staat een man van m lang. Zijn schaduw is 2,40 m lang.

Question

4
Steeds het dubbele.
1,01 - 2,02 - 4,04 -
- -

Question

5
Hoeveel is 40% van 2?

Question

6
65% van de mensen haalt meer keren per week boodschappen. Uit een onderzocht gebied halen 700 mensen slechts één keer per week boodschappen. Hoeveel mensen halen meer keren per week boodschappen?

Question

7
18 x € 40 = €

Question

8
Een vierkante kamer heeft een omtrek van 18 meter. Wat is de oppervlakte?

Question

9
De oppervlakte van een vierkante kamer is 12,25 meter. Wat is de omtrek?

Question

10
Het plafond heeft een oppervlakte van 32 vierkante meter en moet gewit worden. Er moet wel 3 keer een laag latex overheen, voordat het goed wit is. Een bus latex is goed voor 10 vierkante meter. Hoeveel bussen heb je nodig?