Questionmark Perception
Oct 16 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Twee meetwaarden a en b (met absolute fouten Δa en Δb) worden vermenigvuldigd: p=a×b. Voor de absolute fout Δp en de relatieve fout R(p) geldt:

Question

2
Met een meetinstrument worden een waarde bepaald: 2,1 ± 0,05. Bereken voor deze waarde de relatieve fout in procenten in 1 decimaal nauwkeurig.

Question

3
Voor asjes die worden gemaakt op een draaibank geldt een tolerantie van 3%. Welke uitspraken zijn waar?

Question

4
Gegeven zijn de getallen a = 2,35·10-3 en b = 0,03·106

Question

5
Voor de verlenging van een staaf t.g.v. een kracht F geldt de formule: Δl = F×l/E×A, met A de dwarsdoorsnede van de staaf (in m2), l de lengte van de staaf (in m), F de kracht (in N) en E de elasticiteitsmodulus; voor plexiglas geldt E = 0,3·1010 Pa. Bereken de verlenging Δl van een plexiglas staafje met lengte 10-1m en doorsnede 10-4 m2 waarop een kracht werkt van 6·103 N. Geef je antwoord in SCI-notatie

Question

6
Welke van de onderstaande uitspraken over machten van 10 en het 10-tallig positiestelsel zijn juist?

Question

7
Op een logaritmische schaal wordt de afstand tussen de getallen 2 en 50 vergeleken met de afstand tussen de getallen 40 en 2000

Question

8
Boven de logaritmische getallenlijn zijn twee lijnstukjes getekend, met daarbij horend de factoren a en b. Deze twee lijnstukjes worden achter elkaar gelegd vanaf het getal 90. Bij welk getal op de schaal ligt dan het eindpunt?



Question

9
In onderstaande figuur zie je twee lijnstukjes getekend boven een logaritmische schaal. De factor bij het ene lijnstuk is 4, en bij het andere lijnstuk 25. Welke van de onderstaande uitspraken over de factoren zijn juist?



Question

10
Een snelheid in m/s omrekenen naar km/h gaat als volgt.

Question

11
Schrijf de getallen 250000 en 0,00005, in de ENG-notatie dus a·10bmet 0,1<a<100

Question

12
Geef bij de volgende uitspraken aan of ze juist of onjuist zijn.

Question

13
Op een oppervlak van 4 cm2 werkt een kracht van 5 kN. Hoe groot is de druk?

Question

14
De massa van een kubusvormig blokje zink van 1 cm3 is 7200 mg. Bereken de dichtheid van zink in kg/m3

Question

15
Geef bij de volgende uitspraken aan of ze juist of onjuist zijn