Questionmark Perception
Oct 22 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Het absolute nulpunt ligt bij:

Question

2
Onder het begrip warmtecapaciteit verstaat men:

Question

3
Onder het begrip soortelijke warmte verstaat men:

Question

4
Wil een vloeistof goed bruikbaar zijn als koelvloeistof dan moet deze vloeistof:

Question

5
Gegeven zijn twee gelijke ketels. In ketel A bevindt zich 2 liter water, in ketel B bevindt zich 2 liter petroleum. Beide ketels worden met gelijke gasvlam verhit. Wat gebeurt er?

Question

6
De eenheid van soortelijke warmte is:

Question

7
In een zware stalen bak bevindt zich 100 g water van 60 °C. Men voegt 100 g water van 40 °C toe. De eindtemperatuur  kort na het samenvoegen wordt dan:

Question

8
De warmtewisselaar van een boiler is gemaakt van 5,58 kg aluminium. Bereken de warmtecapaciteit van deze boiler.

Question

9
Hoeveel liter Gronings aardgas moet worden verbrand om 8 MJ warmte te produceren:

Question

10
Door een doorzichtige vaste stof kan warmtetransport plaatsvinden via:

Question

11
Welke stof isoleert het best:

Question

12
Als men de glasdikte van een enkel glazen ruit verdubbelt:

Question

13
Als het buiten hard gaat waaien zal  het warmteverlies door een ruit in werkelijkheid:

Question

14
Een bakstenen buitenmuur is 22 cm dik en heeft een oppervlakte van 10 m². Binnen is het 22 °C, buiten is het 0 °C. De doorgangsweerstand van deze muur is:

Question

15
Een bakstenen buitenmuur is 22 cm dik en heeft een oppervlakte van 10 m². Binnen is het 22 °C, buiten is het 0 °C. De oppervlaktetemperatuur aan de binnenkant van deze muur is: