Questionmark Perception
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Wat is een bijwoordelijke bepaling?

Question

2
Joke, mijn tante, verfde gisteren haar kamer rood. Het onderstreepte zinsdeel is een bijstelling.

Question

3
Welke zinsdelen zijn bijwoordelijke bepalingen?
Vandaag is hij thuis gebleven.

Question

4
Bijvoeglijke bepalingen staan altijd voor het zelfstandige naamwoord waar ze bij horen.

Question

5
De aardigste juf van school is vandaag vrij. Het onderstreepte zinsdeel is een bijvoeglijke bepaling.

Question

6
Ik houd niet van oneerlijke kinderen. ‘Niet’ is een

Question

7
Jolein, mijn nicht, verfde gisteren haar haar rood. Is het onderstreepte zinsdeel een bijwoordelijke bepaling?

Question

8
Wat is een bepaling van gesteldheid?
Als leerkracht was zij populair.

Question

9
Het ondergoed ligt gestreken in de kast. ‘Gestreken’ is een

Question

10
Welke zinsdelen zijn bijvoeglijke bepalingen?
De meester van groep 3 leest vaak leuke verhalen voor.

Question

11
Wat is een bepaling van gesteldheid?
Nerveus lachte ze gisteren.

Question

12
Welke zinsdelen zijn bijwoordelijke bepalingen?
Gisteren was Koen erg ziek.

Question

13
Heb jij al de nieuwe rapporten getekend? ‘Nieuwe’ is een

Question

14
Een bijwoordelijke bepaling is antwoord op de vraag ‘wie’?.

Question

15
bepalingen kunnen voor het zelfstandige naamwoord staan, maar ook erachter.