Questionmark Perception
Oct 20 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Waar wonen deze kinderen?
Klik aan 'laag' of 'hoog'.

Fenne zegt: 'Ik woon achter de duinen.'
Merijn zegt: 'Ik speel vaak bij de beek.'
Norma zegt: 'Ik woon midden in de polder.'
Marvin zegt: 'Ons huis staat boven op een heuvel.'

Question

2
Kijk naar het plaatje.

Vul bij elk nummer het goede begrip in.

1 de

2 het

3 de

Question

3
Vul de woorden in op de goede plek. Kies uit: regenwater, zeewater, hoog, laag, dijken.
Let op: je houdt twee woorden over.

Nienke zegt: 'Ik woon boven de zeespiegel in
-Nederland. Mijn straat kan niet overstromen door het. Toch kan mijn straat wel overstromen. Dat gebeurt als er heel veelin de Maas komt.'

Question

4
Lees de zinnen hieronder. Gaan ze over dijken of over duinen?
Klik het goede woord aan.

Ze worden door mensen gebouwd.
Ze staan om polders.
Ze ontstaan door de wind.
Ze bestaan uit zand.
Ze zijn gemaakt van klei en steen.

Question

5
Jelle zegt: 'Dijken vind je alleen in laag-Nederland.'
Malika zegt: 'Hoog-Nederland wordt ook beschermd door dijken.'

Wie heeft er gelijk?

Question

6
Hieronder staan vier begrippen genoemd. Deze begrippen hebben met kaarten te maken.
Zoek bij elk begrip de goede betekenis.

Question

7

Hier zie je de kaart van Nederland. Zoek bij elk nummer de goede naam.

Question

8
Kijk goed naar deze foto.

Waar is hij gemaakt, denk je? Vul de naam van de provincie in.
Kies uit: Drenthe, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland.

Deze foto is gemaakt in
.

Question

9
Anna woont in Limburg. Kan haar school overstromen door de zee?

Question

10
Eline zegt: 'Laag-Nederland kan overstromen door de zee.'
Paul zegt: 'Laag-Nederland kan overstromen door de regen.'

Wie heeft er gelijk?