Questionmark Perception
Oct 24 2018 |
Logged in as : test
Help
Change contrast
Change font size

Question

1
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

De linkernier ligt iets lager dan de rechternier.
De rechternier ligt ter hoogte van de Th9 - Th12.
De lengte van een nier is ongeveer 9 centimeter.
De nieren liggen met hun hilum naar elkaar toegekeerd.
De nieren worden vooral door de buikwand beschermd.
De linkernier ligt iets hoger dan de rechternier.




Question

2

Sleep elk begrip naar de juiste plaats.




Question

3

Welke kracht is verantwoordelijk voor de luchtinstroom bij de inspiratie?




Question

4
Hoe heet de stof die de urine geel kleurt?





Question

5

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Hoe meer het formatio reticularis geprikkeld wordt, hoe inactiever het lichaam wordt.
De nucleus ruber en de nucleus nigra liggen in het mesencephalon.
De medulla oblongata bevat schakelcentra van de extrapiramidale banen.
Functionele centra die de homeostase in het lichaam beïnvloeden, liggen in het verlengde merg.
De nervi craniales behoren tot de hersenstam.
De decussatio pyramidum ligt in de pons cerebri.
De formatio reticularis omvat delen van het mesencephalon, de pons en de medulla oblongata.




Question

6

Hoeveel botten heeft de hand?




Question

7

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

De schiltemperatuur bij de mens in rust is rond de 33° Celsius.
Bij inspanning kan de schiltemperatuur oplopen tot 39° Celsius.
De lever heeft de hoogste temperatuur van het lichaam.
Bij inspanning kan de kerntemperatuur oplopen tot wel 39° Celsius.
Wanneer je iemands temperatuur opneemt, meet je de schiltemperatuur.
Als de omgevingstemperatuur 20° Celsius is, kan de temperatuur in de huid van je handen ook tot 20° Celsius dalen.
De kerntemperatuur bij de mens in rust is 37°-38° Celsius.




Question

8

Waarin verschilt glad spierweefsel met dwarsgestreept spierweefsel?




Question

9

Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?

Bij toename van het glucagongehalte daalt de glucoseconcentratie in het bloed.
Insuline bevordert de glucoseopname in de cellen.
Glycogeen wordt onder invloed van insuline afgebroken.
Insuline stimuleert de vorming van glycogeen.
Glycogeenopslag vindt voornamelijk in de lever plaats.
Als de bloedsuikerwaarde te laag is, neemt de glucagonproductie toe.




Question

10
Welke prikkelgeleidende weefsels komen achtereenvolgens in actie, resulterend in de ventrikelsystole?